De column van Dries Weber

Achtergrond, Columns, Nieuws, Voetbalnieuws Geen reacties op De column van Dries Weber 221

OOIT

In één van de vorige weken legde Koning Winter zijn ‘IJSKOUWE KLAUWEN’ even nadrukkelijk op ons vaderland om zijn twijfelachtige macht te bewijzen. Op die dagen had mijn thuis een wellustig warme temperatuur. De bladen van mijn agenda toonden een vergaderloze periode. Toch moest ik de deur uit. Een onvermijdelijke boodschap in één van de oudere wijken van onze stad.
Een wijk waar de oude Haagse cultuur is gecreëerd. Waar ook in kroegen en andere locaties voetbalclubs zijn geboren. Clubs, misschien niet groot maar wel sterk in de exclusieve verbondenheid van een familie, een bedrijf, een straat, een buurt en noem alle vormen maar op waarin mensen zich met elkaar kunnen verbinden.

Na mijn boodschap stond ik aan een pleintje dat geflankeerd werd door uit Siberië geïmporteerde windvlagen. Bij de boodschap had er geen verkwikkend bakkie koffie afgekund en dat was nou net iets waar mijn lichaam om smeekte. De redding stond midden op het pleintje. Een ouderwetse koffietent die de genadeloze sloopepidemieën had overleefd. Boven de deur een bord in nostalgische kleuren met de vloeiende naam “BELLA MARIA”. Ooit zal er best een mooi Marietje hebben gestaan, een simpele blik door één van de ramen bood alleen zicht op een stevig manspersoon achter de toonbank.

Het openduwen van de deur veroorzaakte een klingeltje dat niemand van de klanten in verwarring bracht. Het zaakje was tamelijk vol met alleen mannen van een overwegend voorbije generatie. Aan het einde van de zaak zaten vijf “oldtimers” die de wijk niet verlaten hadden. Twee daarvan herkenden ik als klanten van het café op de Noordwal waar een in het glas van de voordeur gegraveerde beer de schuilnaam was voor het Café Verheijen. Daar, waar zo’n vijftig jaar geleden jongens van Kranenburg, Texas en meerdere clubs hun biertjes haalden en hun praatjes maakten.
De famillie Verheijen had een stapelhoge prijzenkast met medailles uit de krachtsport tot op Olympisch niveau opgebouwd die menig nieuwe klant tot vragen noopte, maar door de bescheiden uitbaters niet overmatig enthousiast werden beantwoord.

De herkenning met de twee klanten in de koffietent was onvermijdelijk en leidde tot een uitnodiging aan hun tafel. Bij een warme bak koffie en een broodje bal groeiden de mooiste bloempjes uit het verleden. De eerste herinneringen waren nog tamelijk vers en het was vooral het verdwijnen van de veel gerenommeerde clubs die de gemoederen in beroering bracht. Geleidelijk kwamen de wat sterkere verhalen waarvoor we steeds verder in het verleden teruggleden. Van de kleine, hondstrouwe clubjes met weilanden waarop in de week de koeien hun melk liepen te produceren en willekeurig de restproducten over de vlakte verspreidden. Met schoppen en kruiwagens moesten de velden geschoond worden. Hilarisch waren de momenten als de bal in zo’n residu terechtkwam en er in de verdere fase van de wedstrijd enige aarzeling was het leder op je voorhoofd te nemen.

Vergelijkbaar waren de baggersloten die deze velden soms omringden en verre van fris roken. Als de bal daarin terechtkwam was de sloot vaak iets te breed en moesten er allerlei toeren uitgehaald worden om de bal weer op de wal te krijgen. De bal kwam nat in het veld en was al weer zwaarder in vergelijking met de tewaterlating. Vaak was degene die hem er in had geschoten de pineut om hem weer er uit te halen. Het water uit diezelfde sloot stroomde ook vaak in de wasbakken waarin je je na de wedstrijd moest opfrissen. De wat luxere clubs hadden douches die het water uit een tank kregen die op het dak van het kleedgebouw stond. Vaak klonk dan de kreet “pompen” als de tank leeg raakte. Het vullen gebeurde in het gunstigste geval met leidingwater. Bij slootwater sloeg je de douche maar over. Je stonk na afloop soms erger dan daarvoor.

Van het tenue waren vooral de schoenen interessant. Stug leren modellen met hoge schacht en stalen neuzen. De dopjes bestonden uit drie lagen tapstoelopend leer die met drie spijkertjes in de zolen werden geslagen. Alles ging goed totdat de onderste laag er afsleet en de drie spijkerkoppen bloot kwamen te liggen. Potentiële wapens die nog wel eens een krasje achterlieten. Kousen als producten van huisvlijt en shirts die gekocht werden bij speciaalzaken zoals Meevers & Scholten en soms ook door moeder de vrouw gebreid.

Je voetbalkoffertje was een product van riet. Je tegenstander in het Westland of richting Delft bezocht je op de fiets. Het bezit van een clubgebouw was een zeldzaamheid en veel clubs hadden ergens een stamkroeg waar overwinningen werden gevierd of waar werd uitgehuild bij verlies.
Het enthousiasme waarmee aan deze beelden uit het verleden gestalte werd gegeven deed de mannen jaren jonger lijken. Ook waren er onder de overige klanten meeluisteraars.

Geleidelijk raakten de herinneringen uitgeput en werd de presentatie afgesloten met de litanie van de overleden verenigingen. Na een profaan AMEN, groeide een stilte in de zaak.
Voor mij het moment om me los te scheuren uit dit nostalgische babbelbad dat twee koppen koffie en twee broodjes bal had geduurd.

Nadrukkelijk werd me bezworen om af en toe eens terug te komen maar toen ik buiten stond en de temperatuur anders was dan binnen , wist ik dat deze ontmoeting uniek zou blijven. Met de sprekers zouden de verhalen sterven en slechts een enkel boek zou fragmenten kunnen bewaren.
Thuis vond ik dat deze ervaring aan de vergetelheid moest worden onttrokken.

Dries Weber

© Haaglanden Voetbal

Zoeken

Back to Top