Column van Polly

Achtergrond, Columns, Nieuws, Voetbalnieuws Geen reacties op Column van Polly 192

# METOO

In de Oost-Vlaardingse arbeiderswijk waar ik in de vijftiger jaren opgroeide, hadden we geen douche. Niemand in de buurt had een douche, zoals er ook maar één buurman in de straat televisie had. Die trof bij thuiskomst op woensdagmiddag in de gang een grote schare kinderschoentjes aan, waarvan de eigenaartjes in zijn woonkamer ademloos naar “De verrekijker” en daarna naar “Dappere Dodo” keken.

Elke vrijdagavond werden bij de waterstookster op de hoek voor tien cent twee emmertjes gloeiend water gehaald en in de klaarstaande, grijze zinken teil gegoten. Het eerste was mijn oudste zusje aan de beurt, daarna haar elf maanden jongere zusje (condooms waren in die jaren nog niet van perfecte kwaliteit) en als derde mocht ik me in het water laten glijden. Het water was al lauw en langs de rand van de teil hadden zich al witte zeeprestjes gehecht: vlokkig schuim van goedkope Vlaardingse Sunlightzeep. Mijn moeder borstelde alsof het haar lievelingshobby was. Maar naoorlogs preuts als ze was, sloeg ze het reinigen van de voorhuid over, wat me later op mijn elfde een pijnlijke drie daagse ziekenhuisopname opleverde. Ik was elf: het was 1 november ’61 en ’s avonds speelde Feyenoord in de tweede ronde van de Europa beker tegen Tottenham Hotspurs. Ik kon mijn door mijn vader gekochte kaartje niet gebruiken: hij had weken ervoor uren in de rij bij een snackbar gestaan. Feyenoord verloor die avond met 1-3. Ik werd om half vijf geopereerd (waarom wist ik niet, waaraan wel) en lag nog verdoofd in het ziekenhuisbed, toen Rein Kreijermaat met een enorme dreun de enige Rotterdamse tegentreffer maakte. De volgende morgen miste ik een stukje voorhuid. Bij het voorbereiden van deze column kon ik via de zegeningen van You Tube anno 2017 de knal van “Beertje” terughalen. Kreijermaat leeft trouwens nog, al mist hij een paar tenen.

Terug naar die teil. Na het wassen kreeg ik een hemd en ’s winters ook een gebreide borstrok aan en dan kon je er weer voor een week tegen. Ja beste lezer, dat gebeurde in die tijd, één keer per week schoon ondergoed. Waar Sunlightzeep niet goed voor was. Gevleugeld cliché van mijn moeder: “Stel dat je onverwacht in het ziekenhuis komt te liggen.” Elke week schoon ondergoed.

De situatie veranderde toen ik acht werd. Op mijn verjaardag meldde mijn vader me aan bij Zwaluwen, een grote Gristelijke voetbalclub aan de Kethelweg. Hij had me al jaren klaargestoomd als keeper en mijn eerste echte wedstrijd was op woensdagmiddag: D13-tegen D12. Over die affaire als keeper zal ik me later nog eens uitlaten in een volgende column. Maar daar aan de Kethelweg gebeurde het wonder. Zwaluwen had warme douches en van ieder pupilletje werd verwacht dat hij na de wedstrijd onder de douche ging. Het was eng maar lekker. Alle jongetjes in hun blootje. Toen al zag je dat het ene pikkie groter was dan het andere.

Bij Zwaluwen had je twee leiders die legendarisch waren: het waren ongetrouwde broers die samenleefden met een ongetrouwde zus. Ze runden de hele jeugdafdeling en hadden zo hun eigen voorkeuren voor spelers. Mijn later gebrekkige balaanname is hen te verwijten. Uit piëteit vermeld ik geen naam. Ik weet nu nog wel het huis waarin ze het huishouden deelden, want na elk behaald kampioenschap werd je bij hen thuis uitgenodigd om aanmaaklimonade en zelfgemaakt gebak te eten, voetbalfilmpjes te zien en een bronzen kampioenspeldje te ontvangen. Speldjes waren hot. Je prikte ze op schuimrubber. Ik had heel wat speldjes, want Zwaluwen was met Fortuna Vlaardingen de toonaangevende club in de vissersstad. Ik kreeg echter geen hap gebak door mijn keel, want het stonk er altijd naar kattenpis. Die lucht blijft je een leven lang bij: ik haat katten. Ze maakten ver voor hun tijd al “stomme’ single-8 filmpjes. Zwaluwen heeft tegenwoordig een archief op de website en tot grote hilariteit van mijn beide dochters zien ze hun vader op 12-jarige leeftijd in een voetbalkampfilmpje in Otterlo. Lulletje Rozewater in een ouderwets zwart-wit Quick trainingspak opspringend bij “De bedriegertjes.”

Twee keer per week ging ik nu onder de douche. Ik herinner me één keer dat ik alleen samen met de langste, maar aardigste, van de twee broers onder de warme straal stond. Ik weet nog dat hij vroeg of ik dat gek vond: samen met hem onder de douche. Misschien wel, want mijn eigen vader had ik nog nooit in zijn blote piemel gezien en op het Hoekse strand hield je moeder bij het aantrekken van je zwembroek een handdoek voor.

Nu na alle recente seksuele openbaringen op #MeTOO vraag ik me af of het wel waar is wat ik nu schrijf. Heb ik het voorval niet eigenhersenig toegevoegd aan mijn herinneringen? Of is het juist andersom, zoals moderne relatietherapeuten zeggen: heb ik het één en ander Freudiaans verdrongen? Maakten ze ook Single-8 filmpjes van ons onder de douche, zoals recent die meisjeshockeycoach in Den Haag? Ik kan postuum wraak nemen voor al die keren dat ik volkomen onterecht niet in D1, C1, B1 en A1 werd opgesteld. Was dat vanwege mijn afwerende houding onder de lauwe waterstraal? #METOO? Maar ik kan, mag en zal niemand beschuldigen.

Maar goed, totdat ik uit huis ging op mijn twintigste, waren mijn enige douchebeurten na de trainingen en wedstrijden bij Zwaluwen. Dat werd dus in ieder geval al drie keer per week schoon ondergoed. En o ja, na de gymlessen op de HBS moest je ook douchen. Je ‘vergat’ dat wel eens. Deodorant bestond niet en de na gym volgende wiskundeles was geen pretje. Dat was wiskunde voor mij trouwens nooit. Lulletjes Lampekatoen werden na gym ook wel eens “burgemeester gemaakt.” #MeToo.
Douchen en onderbroekenlol hoort bij voetbal. Later toen ik getrouwd bij Hoekse Boys speelde, werden regelmatig je onderbroeken verstopt in de afvalbak, kregen nieuwkomers een ‘wasbakspeciaal’ en hadden medespelers de Golden Shower eerder ontdekt dan Patricia Paaij. Douchen was het voetbalritueel bij uitstek. Bijnamen worden onder de douche gemaakt. Van Pinkeltje tot Ochsenschwanz. Het ene pikkie blijkt en blijft nu eenmaal groter dan het andere.

Toen mijn oudste kleinzoon ging voetballen, ook in Vlaardingen, maar nu bij het Zwaluwen hatende VFC, moest hij van mijn schoonzoon en van mezelf (als ik als plaatsvervanger optrad) altijd onder de douche. In zijn eerste team, de F-8, speelde nog een klein 5-jarig meisje Puck mee en ook zij verkleedde zich bij de jongetjes. De jongetjes vonden dat heel gewoon, alles ging heel natuurlijk, geen glurende of foto nemende ouders en /of leiders. Onschuld duurt slechts drie jaar. Toen werd het elftal in de E 1 multicultureler. De eerste jongetjes onttrokken zich aan het wasritueel, anderen hielden hun zwembroek onder de douche aan. Mees hield het met twee andere jongetjes nog een tijdje vol, ook al zei hij soms tegen me dat hij meteen ongewassen in de auto mee wilde. Ik verbood dat.

Toch ging ik één keer overstag. In een smerig achtergelaten kleedkamer en met een nog smeriger beschimmelde douche bij een Rotterdamse accommodatie stond ik toe dat hij met trainingspak over zijn outfit in de auto plaatsnam. #MeTOO dacht ik onderweg.

Daar is het begonnen. Amateurclubs kunnen veel geld besparen door bij nieuwbouw schaammuurtjes en doucheruimtes weg te laten. Kan er weer gewoon gras worden aangelegd. Van zijn huidige C1-team maakt niemand na de wedstrijd meer zijn haar nat. Hun borst trouwens vaak ook niet. Puck verkleedt zich nu in een andere ruimte. Of zij nog onder de douche gaat, weet ik niet. Ik durf het niet te vragen. Word ik misschien als vieze, ouwe man afgeschilderd. Sta ik zo op #MeTOO.

 

Zoeken

Back to Top