‘Icoon’ van Haagse Hout spreekt

Interviews, Nieuws, Voetbalnieuws Geen reacties op ‘Icoon’ van Haagse Hout spreekt 876

Roken of drinken heeft hij nooit gedaan. Als hij op een hete zomerdag al eens een tapbiertje in het clubgebouw drinkt begint iedereen te roepen ‘Jongens, Kees gaat los’. Hij is het icoon van Haagse Hout: Kees (,,met een K, geen C’’) Romeijn. Medio juli wordt hij 80 ,,maar dat geeft niemand me. Ik heb het zelf niet eens in de gaten dat ik zo oud word.’’

Tekst & foto’s: Carel Goseling

Zijn voetballoopbaan beslaat inmiddels 70 jaar. ,,Ik ben gaan spelen in 1946. Bij de pupillen van Oosterboys. Eerder mocht je toen niet gaan voetballen’’, vertelt Kees. Oosterboys was een katholieke vereniging verbonden aan de Liduinakerk aan de Schenkkade in Den Haag en de direct daar achter gelegen Sint BAVO-school in de Koningin Sophiastraat, waar Kees op school zat. De club had een terrein in Voorburg, aan de Hoekwaterstraat, daar waar nu de Utrechtsebaan loopt.

,,Het was direct na de oorlog. We speelden allemaal in andere shirts, truien, pullovers. Heel armoedig’’, herinnert Kees zich. De velden hadden in de oorlog dienst gedaan als vliegveld. ,,Ik zie de vliegtuigen nog landen.’’ Oosterboys, clubkleuren wit-blauw, was een voortzetting van P.A.T.S.: Pittige aanvallen treffen steeds, opgericht in 1936.

Vanuit de jeugd maakte Kees de fusie van zijn vereniging met S.V.T. (Sportvereniging Tarcisius) mee. S.V.T was ook een katholieke vereniging, opgericht in 1933. Deze club was verbonden aan de kerk Onze Lieve Vrouwe van Goede Raad aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag. Clubkleuren geel-blauw. S.V.T. speelde in de weilanden ten noorden van Den Haag bekend als ‘De Kleine Loo’. Daar waar nu Park Overbosch ligt.

Eind 1955 is een krachtenbundeling van Oosterboys en S.V.T een feit: O.S.C. (Oosterboys S.V.T. Combinatie) wordt geboren. Destijds bestonden eerste teams echter vooral uit vrienden. ‘Buitenstaanders’, ook al waren het clubleden, kwamen daar niet zo maar in. Kees, een originele linksbuiten met uitsluitend een linkerbeen, bereikt het eerste echter wel.

Naar eigen zeggen werd zijn ‘grote talent’ meteen herkend. ,,Ik moest het van mijn snelheid hebben. En van mijn voorzetten. Scoren deed ik weinig. We speelden toen met vijf mans voorhoedes. Dat was op zich makkelijk scoren. Je speelde ook om te winnen. Ik was wel een voorzichtige voetballer. Geen Davids-type. Maar ja, als buitenspeler ben je ook kwetsbaar. Een blessure heb ik gelukkig nooit gehad.’’

Kees stond ‘vast’ in het eerste ,,al zat je altijd weer in de zenuwen voor een wedstrijd als de opstelling bekend werd gemaakt.’’ In 1972 kwam er een abrupt einde aan zijn selectievoetbal. De toenmalige trainer – ,,zijn naam weer ik niet meer’’ (Hans van Dijk – red.) – stuurde hem weg van de training. Kees was er meteen klaar mee. Hij keerde O.S.C. de rug toe. ,,Ze werden dat seizoen meteen kampioen’’, sneert hij nu. Dat was van de eerste klasse A Haagse Voetbal Bond (HVB).

Hij beproefde zijn voetbalgeluk nog wel bij zaterdagvereniging SVPTT ,,maar mijn eerste wedstrijd eindigde in een knokpartij. Toen ben ik meteen weggelopen. Ik heb me gemeld bij Sparta atletiek. O.S.C. had ook een gymnastiekafdeling en daar zat ik toen ook op. Ik heb bij Sparta jarenlang atletiek gedaan. Halve en hele marathons. Ik kon aardig uit de voeten.’’

Breuk

De ‘ breuk’ met het voetbal duurde tot 1991. Toen wilde zijn kleinzoon Leon gaan voetballen. Kees schoot spontaan O.S.C. in gedachten, inmiddels – sinds 1967 – spelend aan het Vlamenburg in Mariahoeve. ,,Ik werd leider van zijn team en ben daarmee doorgegaan tot hij in de C zat. Ik ben daarna de jeugd gaan trainen, ben grensrechter bij het eerste geweest, scheidsrechter. Allemaal zonder diploma’s. Ik heb alles gedaan behalve in het bestuur zitten. Dat wilde ik niet. Ik doe nog steeds van alles bij de club. Ik ben er elke zaterdag vanaf 07.00 uur. Ik heb voor mijn activiteiten ooit ‘De Goudvink’ gekregen, een Haagse sportprijs. Die bestaat nu niet meer. De ‘stille’ medewerker stond er bij. Nou, ik heb de grootste bek van allemaal. Maar ik doe het niet alleen. Ik ben vrijwilliger met vele anderen.’’

Het aantal wedstrijden dat hij speelde heeft Kees nooit bijgehouden. Herinneringen zijn er genoeg. Bijvoorbeeld aan de wijze van spelen. ,,Er gebeurden nooit rare dingen. In de Haagse afdeling werd wel pittig gespeeld, maar na afloop dronk je samen een biertje en was alles weer goed. We hadden goede voetballers. Nu zeggen ze dat wij in een laag tempo speelden. Nou, mijn sokken. Als ik nu het eerste zie spelen dan moet ik soms lachen. Dan hebben wij destijds zeker stilgestaan. Qua techniek waren wij zeker beter. En de sfeer was beter. Wat je nu af en toe hoort. Je maakt dingen mee die gaan gewoon te ver. Bij ons ging het puur om de sport.’’

,,Een minpuntje is wel dat ik nooit kampioen ben geworden. En in de beker lootte je altijd de verkeerde. Ooit speelden we eens een heel aardige bekerwedstrijd thuis tegen Scheveningen. We verloren wel, maar we hadden er als kleine vereniging wel iets aan dankzij de kantineomzet. Dat zouden ze altijd moeten doen als een kleine vereniging een grote loot: spelen op het terrein van de kleine.’’

Onzin

,,Waar ik me wel aan erger zijn dingen als ‘je moet je meteen laten zien als verdediger door je tegenstander neer te leggen’. Wat een onzin. Als grensrechter was ik altijd eerlijk. Daarvoor kreeg ik op mijn donder van de trainer. Teksten als ‘we worden overal bedonderd’. Maar ja, over wat voor niveau heb je het? Als je daar al moet gaan pikken. Als je eerlijk bent, ben je kennelijk de uitzondering.’’

Zijn ouderlijk huis aan de Eerste van den Boschstraat werd weggebombardeerd. Zelf ploeterde kleine Kees bij de boeren die destijds de weilanden waar nu Mariahoeve staat, bezaten. ,,Ik ken hier alles’’, stelt Kees die zelf sinds 1973 in Mariahoeve vertoeft. Zijn hele beroepsleven vulde Kees als ambtenaar bij Justitie. Hij noemt zich ,,een liefhebber van het voetbal’’ ook al is hij ook gek van atletiek, wielrennen en de paarden op Duindigt. ,,Ik ben eigenlijk nooit thuis. Mijn vrouw heeft ook haar activiteiten bij een manege in Hazerswoude. We zitten elkaar niet in de weg, gaan alle twee ons gang. En dat is goed zo.’’

Sloot

Terug naar het voetballeven. Zoals het koude water bij het douchen. ,,In het Westland dook je na afloop van een wedstrijd gewoon een sloot in. Dat had ook wel wat.’’ Het fietsen naar wedstrijden in Pijnacker, Delft of het Westland. ,,We speelden ooit tegen Delfia. Raakte een medespeler zwaar geblesseerd. Die kon niet meer fietsen. Die heb ik terug moeten duwen naar huis.’’

Van een warming-up had niemand destijds gehoord. ,,Bij RKSVM hadden ze een enorme potkachel staan. Daar ging je allemaal om heen zitten om vlak voor de wedstrijd naar buiten te rennen. Wat nou warming-up? Wat een flauwekul. Nu hebben ze ook allemaal hamstringblessures. Wij wisten niet eens dat je zo’n ding had.’’ Het wegjagen van schapen op de velden van DWO voordat een duel daar kon beginnen. ,,En er liep ook nog een boerenpad schuin over het veld. Wat een ellende.’’

Bij Haagse Hout, zoals O.S.C. sinds de fusie met Postalia in 1999 heet, voelt Kees zich thuis. ,,Het gaat geweldig. Het is gezellig en de sfeer is goed. We doen erg veel voor de jeugd. De vrouwen- en meisjesafdeling groeit. We hebben zeker bestaansrecht in een wijk als Mariahoeve. Er is ooit wel gesproken over een fusie met VUC maar dat gebeurt nooit. Die hebben minder jeugd dan wij. En de integratie gaat bij ons perfect. Wij hebben 51 nationaliteiten binnen.’’

Knelpunt: Haagse Hout kan niet groeien. De vereniging heeft maar twee velden en een beperkt aantal kleedkamers. Kees: ,,Er is nu een ledenstop bij de jeugd. We kunnen ze bijna gaan stapelen. Er moeten kleedkamers bij en liefst ook een veld. Maar ja, dan moeten ze de kerk of het verzorgingshuis naast ons terrein afbreken en dat zie ik niet gebeuren.’’ Even later, op het terrein, wijst Kees naar een stuk asfalt dat duidelijk betere dagen heeft gekend, met twee doelen aan de korte zijden. ,,Kijk, als ze daar nou eens een kunstgrasveldje van maakten hadden die kinderen ook weer wat om te ballen.’’

Met zijn bijna 80 jaar is Kees zo ongeveer het oudste lid van de vereniging. Zonder onderbreking zou hij nu 70 jaar lid zijn geweest. ,,Ach, dat is niet erg. Ik ben daar de figuur niet voor’’, reageert Kees op de vraag of hem dat niet dwars zit. ,,Dat ze nooit hebben gereageerd toen ik in 1972 wegging zat me wel dwars. Maar ik ben niet haatdragend. Ik heb De Goudvink gehad en ben in 2007 benoemd tot Lid van Verdienste. Ik blijf altijd dingen doen. Als ze bellen ben ik er. Ik heb tijd. Het is bovendien gezellig en het houd je jong. Ik wil het nog jaren volhouden.’’

Resteert één vraag: waarom speelt Kees als liefhebber niet in een veteranenteam. ,,Daar heb ik geen zin in’’, klinkt het resoluut. ,,Dan word je een karikatuur van jezelf. Zoiets als walking football. Dat is helemaal niks. Dan loop je voor lul.’’ Waarvan acte. Bij het afscheid memoreert hij nog even zijn broer Sjaak, de man waar naar een pannaveldje bij Forum Sport is vernoemd. De in gebruik name van dat veldje woonde Sjaak, aangevoerd per ambulance, nog bij. Een week later overleed hij. Nu twee jaar geleden.

© Haaglanden Voetbal

Zoeken

Back to Top