De Vierde Helft (46)

Achtergrond, De vierde helft, Nieuws Geen reacties op De Vierde Helft (46) 175

In de derde jaargang, op de donderdag om de veertien dagen, laat Haaglanden Voetbal-redacteur Carel Goseling zijn licht schijnen over voetbalzaken. Dat kunnen onderwerpen zijn uit zowel het betaalde- als amateurvoetbal.

carel-goseling-2

Statement

Dat er in het voetbal vreemde dingen gebeuren is geen nieuws. Arbiters die onbegrijpelijke blunders begaan, spelers die plots de weg kwijt lijken te zijn, dubieuze betalingen, witwassen van zwart geld, criminele clubeigenaren, gokken op wedstrijdresultaten, omkoping, corruptie. En dat tot in de hoogste kringen aan toe.

De nationale en internationale voetbalbonden doen er niets tegen. Ze kijken weg. Claimen altijd dat er geen bewijzen zijn. Totdat er wel feiten naar boven komen waar ze niet mee om heen kunnen. Dat worden er snel wat maatregelen afgekondigd en de belofte gedaan dat een en ander niet meer getolereerd zal worden.

Vervolgens zakt iedereen weer terug in de oude modus zodra de ‘storm’ is overgewaaid; de media, politici en anderen hun aandacht weer richten op andere zaken. De gewraakte toestanden blijven gewoon bestaan. De schuldigen kunnen er eenvoudig mee doorgaan. De kop is weer in het zand gestoken.

In Slowakije is er nu een clubeigenaar die er genoeg van had. Pavel Halabrin, bezitter van Spartak Myjava uitkomend in de hoogste Slowaakse voetbalklasse, heeft er de stekker uitgetrokken. Kort voor kerstmis heeft hij de club teruggetrokken uit de Fortuna Liga. Alle contactspelers kregen te horen dat ze transfervrij weg mochten.

Spartak Myjava stond op dat moment, bij de start van de winterstop, op een gedeelde vijfde plaats. Geldproblemen waren er niet. Halabrin nam zijn besluit uit frustratie over de gang van zaken in het Slowaakse voetbal. Het beleid van de voetbalbond, de arbitrage, het bevoordelen van bepaalde clubs etcetera. Hij probeerde van binnenuit de zaak te veranderen. Maar nu dat niet bleek te lukken, nam hij afscheid van het topvoetbal.

Een moedig besluit, dat navolging verdient maar het niet zal krijgen. De voetbalwereld is conservatief. Hangt aan elkaar van vriendjespolitiek, machtsspelletjes, koninkrijkjes. Af en toe staat er iemand op met een grote mond die ‘veranderingen’ aankondigt, om na een tijdje ook weer in het niets te verdwijnen. Monddood gemaakt, op een zijspoor gezet, gefrustreerd.

En de ‘veranderaars’ die wel op een belangrijke post komen, of daarvoor kandideren, blijken bij nader inzien helemaal geen wijzigingen te willen. Het was alleen een mooi etiket om medestanders te vergaren. Het paste zo mooi in het heersende (media)beeld op dat moment. Zie meneer Gianni Infantino (FIFA) en meneer Michael van Praag (UEFA).

Het ‘beeld’ naar buiten toe is voor de ‘hoge heren’ van groot belang. Maar ook voor de ‘lage’ overigens. Neem de kledingvoorschriften voor spelers. Laatst was ik bij een duel in de eerste klasse waarbij de scheidsrechter vooraf eisen stelde aan de kleur kousen van een team om daarna te beginnen over de kleur van de slidingbroekjes. Die mocht niet afwijken van de kleur van het voetbalbroekje. Hij dreigde zelfs niet te zullen starten als een en ander niet snel werd geregeld.

Dat spelers hun shirtje niet meer mogen uittrekken na het scoren van een goal is ook zo’n regel. Ondershirts tonen mag niet, zeker niet als er een boodschap of reclame op staat. In Groot-Brittannië mag de traditie dat er een klaproos wordt gedragen ter nagedachtenis aan oorlogsslachtoffers, niet meer. In Nederland is reclame op de voetbalbroek verboden. Elders mag dat echter wel.

Nu komt de FIFA weer met een nieuw plan. De scheidsrechter en zijn assistenten mogen niet meer door spelers worden aangesproken. Dat mag alleen de aanvoerder nog doen. Dat zou via een nieuwe regel vastgelegd moeten worden. Dit ter beheersing van de emoties die volgens de voetbalbazen te hoog oplopen.

De vraag waarom die emoties hoog oplopen wordt kennelijk niet gesteld. Net zo min als de vraag waarom de arbiters kennelijk zo weinig autoriteit uitstralen, dan wel afdwingen, dat spelers hen massaal aanspreken tijdens wedstrijden.

Dat een speler emotioneel wordt bij hem aangedaan onrecht – bijvoorbeeld als een tegenstander hem een penalty aannaait – is volgens mij heel normaal.  Menselijk. Maar kennelijk moet dat er uit. Dat menselijke. Nog even wachten en we hebben een soort robotvoetbal waarbij spelers niet meer praten, geen emoties meer tonen, altijd strak in het tenue zitten, elkaar nauwelijks meer (durven) aanraken en vooral geen onverwachte dingen meer doen.

En voor wie? Ter meerdere eer en glorie van de voetbalbazen. Die dan ook hun zetels niet meer uit hoeven te komen om ‘lastige’ vragen te beantwoorden of ‘problemen’ op te lossen. Dat de toeschouwers weg blijven maakt eigenlijk ook niet uit. Zolang de miljoenen of miljarden uit tv-rechten maar blijven binnenstromen. Ter meerdere eer en glorie van het voetbal.

© Haaglanden Voetbal

Zoeken

Back to Top