De Vierde Helft (63)

Achtergrond, De vierde helft, Nieuws, Voetbalnieuws Geen reacties op De Vierde Helft (63) 178

Ook in de vierde jaargang, op de donderdag om de veertien dagen, laat Haaglanden Voetbal-redacteur Carel Goseling zijn licht schijnen over voetbalzaken. Dat kunnen onderwerpen zijn uit zowel het betaalde- als amateurvoetbal.

Andere tijden

Er was een tijd, en dat is nog niet eens zo lang geleden, dat ze in de ons omringende landen hunkerden naar Nederlandse trainers en voetballers. Met de ons omringende landen bedoel ik dan Engeland, Duitsland en België.

Wie nu kijkt, schrikt. In Engeland is op het hoogste niveau na het ontslag van Ronald Koeman bij Everton geen Nederlandse coach meer te bekennen. In Duitsland is dat beeld hetzelfde. In België traint Albert Stuivenberg, als enige Nederlander, de KRC Genk.
Kijken we naar de spelers. In de basis bij de twintig Engelse clubs die het afgelopen weekeinde in de Premier League uitkwamen, stonden zes Nederlanders: Davy Pröpper (Brighton), Patrick van Aanholt (Crystal Palace), Erik Pieters (Stoke City), Nathan Aké (Bournemouth), Luciano Narsingh (Swansea City) en Virgil van Dijk (Southampton). Niet direct absolute topclubs, maar toch. En, wat ook opvalt, er is geen enkele aanvaller bij.

Duitsland dan, de 1e Bundesliga; achttien verenigingen. Ook hier zes Nederlanders die in de basis startten: Jeffrey Gouweleeuw (FC Augsburg), Jetro Willems (Eintracht Frankfurt), Rick van Drongelen (HSV), Arjan Robben (Bayern München), Karim Rekik (Hertha BSC Berlin), Paul Verhaegh (Vfl Wolfsburg). Ook hier, op Arjan Robben na, geen aanvallers. En, Bayern uitgezonderd, ook geen absolute topclubs.

Is het beeld in België anders dan? Beter? Zestien clubs spelen in de Eerste Klasse. In de basisopstellingen kwamen drie Nederlanders voor: Stefano Denswil (Club Brugge), Ruud Vormer (Club Brugge) en Geoffrey Hairemans (Royal Antwerp). En weer geen enkele aanvaller. Wat in alle drie de genoemde voorbeelden verder nog opvalt: het gaat veelal om spelers die in Nederland niet erg serieus werden en worden genomen. Die over het hoofd werden gezien. Waarover veel gepraat werd.

De conclusie ligt voor de hand: NL is geen keurmerk (meer) voor kwaliteit van het hoogste niveau. En, conclusie twee, het zo vaak geroemde Nederlandse aanvalsvoetbal produceert geen spitsen die elders ook bruikbaar worden geacht. Je mag in Nederland zo veel scoren als je wilt, over de grens zet men toch enorme vraagtekens achter je capaciteiten.

Over capaciteiten gesproken. Dat het in het amateurvoetbal al langer gaat om reageren op de tegenstander dan zelf het spel willen en kunnen maken is bekend. Bij vrijwel elk duel zijn de eerste twintig minuten niet om aan te zien omdat beide ploegen het initiatief liever aan de tegenstander overlaten. Balletje breed in de achterhoede.

Nu kan dat er natuurlijk aan liggen dat die tegenstander niet vooraf bekeken is; een gotspe, zeker in de top van het amateurvoetbal. Maar veeleer gaat het erom dat het resultaat heilig is verklaard. Heiliger dan aanvallend en aantrekkelijk spelen. Liever een 1-0 dan een 3-3. Er wordt alleen nog maar gerekend, ook in de hoofden van de spelers. Dat gaat soms heel ver. Zo was ik laatst bij een duel in de hoofdklasse zaterdag. In de vijfde minuut een botsing tussen twee spelers. De vertegenwoordiger van de thuisploeg vond het nodig om, al rollend op de grond, zijn tegenstander toch even een schop te verkopen.

Er ontstond een opstootje. De betrokken tegenstander kreeg geel. De dader liep stiekem bij het gewoel weg. Handig gespeeld? Het is maar van welk oogpunt je het bekijkt. Vijf minuten voor tijd stond de thuisploeg een goal achter. Bij een duel om de bal stort dezelfde speler van de thuisploeg plots kermend ter aarde. Gillen, schreeuwen, rollen.
De scheidsrechter stonk er niet in. De tegenstander kreeg geen geel, laat staan rood. Na een zogenaamde ‘behandeling’ door de glimlachende verzorger, voetbalde de schreeuwlelijk het duel gewoon uit. Zijn ploeg verloor. En dat was volkomen terecht.

Dit laatste voorval brengt mij echter wel tot nog een andere vraag: bij de profs zie ik regelmatig verzorgers met handschoentjes. Een ‘overblijfsel’ van de HIV/AIDS-hysterie. In het amateurvoetbal zie ik dat echter nooit. Is dat ander bloed dan? Of is de gezondheid van de spelers hier minder waard?

Waar zijn de tijden dat ook in het betaalde voetbal niemand om een druppie bloed maalde. Ook al bestonden HIV en AIDS ook toen al, alleen besefte niemand dat. En degenen die het wel wisten, zwegen. Bloed aan de Paal; zoek maar eens naar, bijvoorbeeld, Estudiantes.

© Haaglanden Voetbal

Zoeken

Back to Top