ONSPORTIVITEIT
De titel van deze column dekt de lading niet. Iedere lezer van Haaglanden Voetbal denkt dat het deze keer over het optreden gaat van ‘de heer’ Jhoh de B. in de rust van een amateurwedstrijd in een palingdorp. Dat zijn nu eenmaal gladde jongens.
Ik heb daar drie argumenten voor om dit incidentje tijdens de rust niet te behandelen of te bekritiseren Ten eerste: ik ben er riet bij geweest en van hoor en wederhoor weet ik dus niks. Ten tweede: ik heb geen criminele vrienden die me zouden kunnen opzoeken dan wel helpen. Er zijn immers genoeg mensen die weten waar Polly woont. Ten derde op mijn gevorderde leeftijd ben ik nog trots op mijn eigen tanden (wel met wat kronen en een brug) en die wil ik wel zo behouden. Ik moet trouwens ver rijden tegenwoordig.
Bekerwedstrijden
Na de drie bekerwedstrijden van dit seizoen heb ik onsportiviteit gezien die de scheidsrechters als experiment met tien minuten hadden moeten bestraffen. Er was vorig seizoen al een bekertest geweest, maar laat de KNVB dit proefwerkje nooit in de competitie invoeren. Dat wordt complete chaos. De scheidsrechters die ik zag, wisten er geen raad mee. Wanneer geel, wanneer niks en wanneer tien minuten op een harde keukenstoel. Onbegrip bij gestrafte spelers.
Langer dan tien minuten
Ik heb spelers gezien die voor langer dan tien minuten aan de kant zouden moeten plaatsnemen. Een elleboog kan behoorlijk pijn doen bij een spits. Een elleboog is meestal opzet. De eerste scheidsrechter die in een bekerwedstrijd optrad, was de beste. Hij kwam niet uit de middencirkel en had groot vertrouwen in zijn twee assistenten. Die beschaamden dat vertrouwen niet. Geen onsportieve vlagsignalen, geen doldwaze overtredingen en dus ook geen gele en rode kaarten. Jammer genoeg ook geen doelpunten. De onderlinge sfeer was oké.
De assistent oefent
Na een verre uitwedstrijd en lange files kwamen de eerste gevallen van onsportiviteit duidelijk naar voren in bekerwedstrijd 2. De assistent van de scheidsrechter (dat is hij eigenlijk natuurlijk niet) oefende alvast voor de competitie. Bij elke aanval vlagde hij voor buitenspel, terwijl de jonge fluiter toch echt een paar keer zelf had kunnen constateren dat het speltechnisch gezien onmogelijk was. Ik had zo graag gezien dat hij naar de man zou lopen, het vlaggetje uit zijn handen zou trekken en hem naar de strafstoel zou verwijzen. Mijn idee geen vervanger in zijn plaats. Blijkbaar kende hij de man, want hij liet hem zijn gang gaan.
Wie praat mee tegen de arbiter?
De twee gegeven strafschoppen zijn interpretaties van de spelregel, maar dat is overigens zijn goed recht. In die wedstrijd had zeker een man of vier op de strafbank moeten zitten, maar het leek erop alsof de man de regels nog niet had gelezen. En van de regel dat alleen de aanvoerder met de scheidsrechter mag praten, is destijds al na een maand afscheid genomen. Bijna iedereen krioelt om een arbiter zonder overwicht heen. Nou viel er heel veel te mopperen, maar het mag nu eenmaal niet.
In de derde wedstrijd van het bekertoernooi vallen meestal de beslissingen of je door mag naar de tweede ronde Ik volg een club, waarvan de spelers met kleine kinderen in oktober liever een week vakantie opnemen in Torremolinos, Landal of Texel.
Maar opnieuw was de onsportiviteit aan de orde. De aangestelde referee wilde eerst de methode-Nijhuis toepassen, maar daar hadden niet alle spelers trek in. In plaats van een blank wedstrijdformulier waren er acht namen (waarvan één rood) genoteerd. Toppunt van onsportiviteit was de assistent van de uitspelende club, die keer op keer vlagde voor buitenspel. Zelfs bij een stand van 2-5 tien minuten voor tijd ging de vlag omhoog, terwijl de speler van twee meter achter de laatste verdediger vandaan kwam. Toevallig stond ik op dat moment op de zogeheten één lijn. De scheids deed de hele wedstrijd niets aan dat gedrag. Als je zo’n man laat staan, een doelpunt toekent en hem ook naar de strafbank zendt, zal dat zeker helpen.
Een lintje voor een held
Als scheidsrechters deze column lezen, doe er in hemelsnaam wat aan. Als ik getuige van zo’n heldendaad ben, zal ik het vermelden. Wie dit tien keer in een seizoen durft, draag ik voor voor een lintje, al is het postuum.
De eerste tien-minuten-strafklant
Daar kwam het eerste tien-minuten-strafje dat ik in de drie wedstrijden waarnam. Na een overtreding op het middenveld tikte de boosdoener de bal weg: een resultaat van vier, vijf meter. Hij werd naar de strafbank gestuurd; hij was net van een buitenlandse vakantie teruggekeerd. De jongeman zat en stond (mag niet) tien minuten te popelen om weer het veld in te draven. De scheids moest steeds op zijn stopwatch kijken.
Vlak voor rust overkwam het een verdediger van de andere partij die de bal langs de zijlijn nog een laatste zetje gaf: metertje of drie, vier. Er waren nog drie minuten te spelen, dan kan hij geen tien minuten uitzetten, moet de scheidsrechter gedacht hebben, of moet hij dan zeven minuten buiten blijven als het rust is, dus laat hem maar gaan.
Toevallig was het later dezelfde speler die opzettelijk hands maakte bij een mogelijk doorgebroken speler. Als laatste man had hij rood moeten krijgen, maar van de laatste elf minuten mocht hij er tien naar de strafbank. Met de stand 2-6 had ik die laatste minuut als protest ook maar uitgezeten. Hoe houdt een scheids in het amateurvoetbal het allemaal bij als er twee, drie of vier strafklanten ongeveer tegelijk op de bank langs de kant zitten. Je moet dan een Rolex met geheugen hebben.
De niet-geblesseerde speler
Mijn ergernis over dit soort zaken wordt met het jaar groter. Ik heb in mijn actieve (nou ja) voetballoopbaan ongeveer een kleine vijfhonderd wedstrijden gespeeld. In al die wedstrijden heb ik nog nooit één tegenstander met een geweldige schreeuw ter aarde zien storten alsof hij een dubbele beenbreuk of een afgebroken schaambeen opliep. Het ritueel wordt daarna vervolgd met tientallen keren slaan met de niet gekwetste hand op de grasmat, maar geen verzorging hoeft en na tien seconden weer vrolijk weg dartelt of wegsprint. Mission geslaagd: tegenstander geel en tien minuten op de strafbank. In de betrokken wedstrijd deden dat maar liefst vier spelers op dezelfde manier. Geen enkele keer zei de arbiter daar iets van. Dat zijn dus gevallen van onsportiviteit, die wel rijp zijn voor die tien-minuten-bank. We hebben het altijd over voorbeeldwerking. Een paar jaar geleden floot ik nog pupillenwedstrijdjes, zonder buitenspelregel, dus ik kon in de middencirkel blijven. Maar die kleine apies vielen op de grond, sloegen met hun hand op het kunstgras, maar krabbelden snel op als ik gewoon liet doorspelen. De discussie ging later verder met moeders, die van vijftig meter afstand de wedstrijd volgden.
Mijn allerlaatste ergernis gaat over de hoekschoppen. In het amateurvoetbal, de KKD, de Vriendenloterij, de Interlands en het WK, moeten voorhoedespelers denken dat ze in een judowedstrijd zitten. Wie wordt er niet vastgehouden als spits? Overal op het veld fluit zo’n scheids direct af als iemand bij zijn shirt wordt gepakt, maar als er strafschoppen moeten worden uitgedeeld zijn ze niet thuis. Van (Ge)Makkelie tot Kromhout. Leg de bal op de stip, desnoods vijf keer in een wedstrijd en na vijf wedstrijddagen is deze onsportiviteit uit de wereld. Maar dan allemaal doen en geen Nijhuis-stoerheid graag. De VARREN van deze wereld slapen bij dit soort overtredingen, maar kikken op de drie millimeter-buitenspelbal van bijna de aanval ervoor.
De bedoeling van deze column is dat ik dit seizoen (voordat het zaterdag aanstaande begint) zo graag sportiviteit wil zien op de amateurvelden. Onderlinge sportiviteit en wat humor in het veld bij de spelers. Scheidsrechters, pak die onsportieve assistenten aan, laat ze in hun hempie staan en stuur ze desnoods weg. Elke simulerende speler die met zijn handen op het gras slaat en daarna binnen tien seconden wegloopt, direct geel geven. Over de tien-minuten-straf hoef ik me niet druk te maken. Hij gaat na deze bekermislukking de kliko in Zeist in.













