De column van Dries Weber

Achtergrond, Columns, Nieuws, Voetbalnieuws Geen reacties op De column van Dries Weber 179

OUWE JAN

De zomer heeft na de lokroep van de merel het land bezet om alles wat groen moet zijn, te doen groeien en bloeien. Behalve het kunstgras, dat laat hij door de zon wel bestralen maar dan met de nodige minachting. Eigenlijk verwacht-ie dat we als tegenprestatie de bal nu eens een paar weken met rust laten om dankbaar te genieten van zijn gave van warmte en kleur in de natuur.
Voor degenen die niet zonder een sportief uitspattinkje kunnen, zijn er altijd nog Giro, Tour, Wimbledon en dergelijke. De overigen gebruiken hun fantasie om nu eens wat anders te doen en de orde en gezag in het gezin op een verantwoorde en gezellige manier te herstellen.

Tja, maar dat WK dan, waar landen de toegang veroverd hebben met een niveau waarmee ze zich in onze eredivisie nauwelijks zouden kunnen handhaven? Dat kan heel moeilijk zijn, ja. Als het echt te zwaar wordt, ga dan met je vrouw of vriendin naar de bioscoop en als alle lampen zijn gedoofd, doe dan stiekem je oranje sjaaltje om, doe je ogen dicht en droom hoe het had kunnen zijn.
Dat voorrecht is in mindere mate beschikbaar voor degenen, die in de gesloten periode een clubje overeind moeten houden. Als ik aan al die vrijwilligers denk, doemt telkens weer die figuur op van……

OUWE JAN

Ze noemden hem Ouwe Jan, maar het was al heel lang geleden dat ze hem die bijnaam hadden gegeven. In zijn jongere jaren waren er veel Jannen bij de club geweest en omdat hij toen de oudste was, werd hij Ouwe Jan. Hij was een doener, mopperde af en toe, maar deed.
Hij stond al meer dan zestig jaar op de ledenlijst waarvan de helft als spelend lid. In zijn actieve periode was hij al de ideale vrijwilliger en hoewel de lengte van zijn leeftijd aan zijn conditie begon te knagen was hij nog steeds paraat. Mopperend waar de “gasten” bleven die hem zouden moeten opvolgen, maar ontevreden als die anderen er “een zootje “ van maakten.

Hij was ook het centrale informatiepunt. Hij wist waar wat stond of lag. Kende alle leveranciers en hield nauwgezet in de gaten of de “spullen” goed afgeleverd werden. De maaiers van het gras wisten dat hij zijn eigen controle hield en niet accepteerde als zo’n knul op het “masjien” zich er met een Jantje van Leiden vanaf maakte. Hoewel voor iedereen herkenbaar, toch een stille kracht. Zijn inspanningen waren meestal op momenten dat het complex leeg was en iedereen zich met iets anders ergens anders bezighield. Hij verwachtte geen complimenten en hij kreeg die ook niet. Ze waren daar niet zo scheutig mee en vonden alles gewoon. Het viel pas op als Ouwe Jan er een keer niet was.

Zo regen zich dagen aan dagen, maanden aan maanden en jaren aan jaren. Op jaarvergaderingen was hij altijd aanwezig. Hij zei nooit iets, maar hij vond het zijn plicht om er te zijn. Op een keer vroegen ze hem of hij mee wilde werken aan het maken van wat “snekkies” die ze na de vergadering wilden uitdelen om zo de opkomst wat te stimuleren. Hij wilde wel meedoen, maar dan moest er goed “spul” zijn. Net voor de jaarvergadering was hij klaar en zocht weer een plekje achter in de zaal. Niet te ver voorin want hij had toch niks te zeggen.

Het viel hem op dat het behoorlijk druk werd. Tevreden constateerde hij dat de “snekkies” kennelijk een behoorlijke aantrekkingskracht hadden. Moesten ze dus meer doen. Hij herkende gezichten van oude kameraden die hij al weer een poos niet had gezien. Dat zou na afloop gezellig kunnen worden en hij keek tevreden voor zich uit.

De vergadering kabbelde voort. Er stonden geen schokkende dingen op de agenda. Vlak voor het einde kwamen er een paar kerels binnen. Ouwe Jan kende ze niet. Zeker sponsors of van de brouwerij of de gemeente die wat te bespreken hadden. Hij schrok toen vanachter de bestuurstafel zijn naam genoemd werd. Niet gewoon “Ouwe Jan” maar zijn voornaam en achternaam voluit. Hij moest naar voren komen. Hij keek om zich heen en zag allemaal gezichten die op hem gericht waren. Ze glimlachten en knikten hem bemoedigend toe. Hij stond op en rommelde tussen de tafeltjes en stoelen door. De voorzitter kwam van achter de tafel en één van die kerels die binnen waren gekomen, stond er ineens bij.

De man begon met een lange toespraak waarin Ouwe Jan zich zelf enigszins herkende. Het drong niet helemaal tot hem door totdat de man in zijn jaszak greep en er een doosje uithaalde. “Het heeft Hare Majesteit behaagt om ….” Toen begreep hij het. Op zijn trui hing een lint en hij was lid van de Orde van Oranje Nassau. Hij, Ouwe Jan, de stille werker op de achtergrond, werd gedecoreerd. Er klaterde een applaus door het clubgebouw dat maar niet op wilde houden. Er druppelde een traan over zijn wang en even voelde hij de waardering voor vele jaren vrijwilligerswerk.

De volgende dag was hij weer gewoon Ouwe Jan en deed zijn werk.

Dries Weber

© Haaglanden Voetbal

 

   

Zoeken

Back to Top