ADO Den Haag: Eeuwige strijd tussen promotie en handhaving

ADO Den Haag is een club die leeft van emotie, strijd en de steun van de stad. Vraag een willekeurige supporter naar zijn of haar herinneringen en de kans is groot dat het gesprek al snel gaat over de keren dat ADO moest strijden tegen degradatie.

Want waar clubs als Ajax, Feyenoord en PSV decennialang vrijwel onafgebroken in de Eredivisie bivakkeren, is ADO Den Haag een club die de laatste halve eeuw net zo vaak afscheid heeft moeten nemen van het hoogste niveau als dat het ernaar terugkeerde. De topscorers van ADO Den Haag zorgden voor vreugde en hoop, maar toch is de geschiedenis van de ploeg een verhaal van vallen en opstaan, van wanhoop en euforie, en vooral van een club die nooit echt kapot te krijgen is.

De eerste degradatie en wederopstanding

De club werd opgericht in 1905. ADO speelde in de jaren zestig en zeventig mee in de Eredivisie, met als hoogtepunt het winnen van de KNVB Beker in 1968 en 1975. Maar de eerste serieuze klap kwam in het seizoen 1978/1979. Voor het eerst in de historie degradeerde ADO (toen nog FC Den Haag) uit de Eredivisie. Lang duurde het verblijf op het tweede niveau niet: in 1980 promoveerde de club alweer. Toch was de toon gezet: ADO werd een club die steeds vaker balanceerde op het randje van de Eredivisie en Eerste Divisie. In de jaren tachtig en negentig ging het op en neer De jaren tachtig en negentig stonden symbool voor de grilligheid van ADO Den Haag. In 1982 wachtte opnieuw een degradatie, maar in 1983 was ADO alweer terug. Het ging daarna snel heen en weer: 1987 omlaag, 1988 omhoog. In 1992 volgde wéér een degradatie, en in 1996 opnieuw promotie.​ Voor supporters die deze periode hebben meegemaakt, voelde het haast als een achtbaan. De club werd bekend als een soort ‘yo-yo club’: niet goed genoeg om langdurig mee te draaien in de Eredivisie, maar vaak te groot en te sterk voor de Eerste Divisie.

Het nieuwe millennium: tussen hoop en teleurstelling

Aan het begin van de 21e eeuw leek ADO Den Haag definitief aansluiting te vinden met de Eredivisie. In 2003 promoveerde de club, en de eerste seizoenen leek handhaving mogelijk. Maar in 2007 viel het doek: ADO degradeerde na vier jaar Eredivisievoetbal.

Zoals zo vaak, kwam de Haagse club snel terug. In 2008 promoveerde ADO alweer en in de jaren die volgden leek er meer stabiliteit te komen. Onder trainers als John van den Brom en met spelers als Lex Immers, Jens Toornstra en Wesley Verhoek haalde ADO zelfs Europees voetbal in 2011. Voor veel fans was dat een absoluut hoogtepunt in de recente geschiedenis.

Buitenlandse eigenaren en nieuwe zorgen

Toch bleef het altijd wankel. In de jaren 2010 kreeg ADO te maken met de invloed van buitenlandse eigenaren, waaronder het Chinese United Vansen. Er werden investeringen en grote plannen beloofd, maar in de praktijk bleef de club financieel wankelen. Daardoor bivakkeerde ADO vaak in de onderste regionen van de Eredivisie.

In 2021 kwam er nog een enorme dreun bij: degradatie naar de Keuken Kampioen Divisie. Na een paar seizoenen waarin handhaving ternauwernood was gelukt, zakte de club uiteindelijk toch door het ijs.

De Keuken Kampioen Divisie: geen rustige haven voor ADO

Voor een club met de omvang en achterban van ADO is de Eerste Divisie geen comfortabele plek. Het WerkTalent Stadion blijft relatief goed gevuld, en de druk om zo snel mogelijk terug te keren is enorm. Toch blijkt promotie telkens weer een lastige klus.

De play-offs zijn inmiddels bijna een traditie op zich geworden. Vaak haalde ADO net de finale niet, of ging het mis op het allerlaatste moment. Voor de Haagse achterban zijn die avonden emotioneel en intens: de hoop om terug te keren naar de Eredivisie, de teleurstelling als het nét niet lukt.

De emotie van degraderen en promoveren

Voor neutrale voetballiefhebbers lijkt het misschien frustrerend, maar voor ADO-supporters hoort het bij de identiteit van hun club. Promotie betekent euforie: het gevoel dat de stad en de club weer op de kaart staan. Degradatie betekent pijn, maar ook strijdlust: Den Haag laat zich niet zomaar klein krijgen. Het constante op- en neergaan maakt dat ADO Den Haag een van de meest onvoorspelbare clubs van Nederland blijft.

De vraag die boven de club hangt, is simpel: kan ADO Den Haag zich ooit structureel handhaven in de Eredivisie? Het antwoord ligt niet alleen in sportieve kwaliteit, maar ook in financiële en organisatorische stabiliteit. Clubs die jarenlang in hetzelfde schuitje zaten, denk maar aan FC Utrecht of zelfs Sparta, ​hebben bewezen dat het mogelijk is om de sprong naar stabiel Eredivisievoetbal te maken.

Wie ADO Den Haag volgt, weet één ding zeker: het zal nooit saai worden. Voorlopig staat de club op een vierde plaats in de Keuken Kampioen Divisie. Of de club nu vecht om promotie of om handhaving, de emotie, de passie en de Haagse bluf zijn altijd aanwezig. En misschien is dat precies wat ADO zo uniek maakt.

Lees verder