KNVB-voorzitter Frank Paauw over amateurvoetbal: van ‘pikkers’ tot diversiteit 2.0

Frank Paauw is twintig maanden KNVB-voorzitter en nog altijd actief op de amateurvelden. In een uitgebreid interview met de Belangenorganisatie Amateur Voetbalverenigingen (BAV) kijkt hij naar het spel én de samenleving eromheen. Een gesprek over diversiteit 2.0 in het amateurvoetbal, etnisch profileren, het afschaffen van buitenspel en de meest beruchte pikkers van de regio Den Haag.

Als Frank Paauw (67) aanschuift heeft hij net de kleine wandeling van de parkeerplaats naar het clubhuis van Graaf Willem II VAC gemaakt, de vereniging in Wassenaar waar hij nog steeds voetbalt. Het winterse weer heeft zich lichtjes teruggetrokken, maar het sportpark oogt, zo aan het einde van de ochtend, als een vergeten landschap: stil, leeg en ingetogen, alsof het even buiten de tijd is gevallen. ‘Als ik hierheen loop en die dauw op de grasvelden zie, denk ik: dit zou weleens het begin van een gedicht kunnen zijn’, mijmert de KNVB-voorzitter. Die gedachten heeft hij ook als hij terugdenkt aan zijn tijd dat hij met zijn vrienden bij Xerxes in Rotterdam speelde. “Zij hadden altijd van die zompige velden. Dat zijn echt mijn soort velden. Ik ben geen warmweer voetballer. En dan de historie daar. Faas Wilkes heeft er gespeeld, Coen Moulijn, Eddy Treijtel. Die romantiek vind ik mooi.”

Ervaringsdeskundige

Paauw herhaalt al snel wat hij sinds zijn aantreden als KNVB-voorzitter, in mei 2024, vaker heeft gezegd: hij is geen groot talent op de amateurvelden. “Ik loop met voetballers, en ik ben een speler.” Maar zijn ervaringen op de bijvelden helpen wél in zijn rol als KNVB-voorzitter, merkt hij. “Meer dan ik had verwacht. Dat je zelf voetbalt blijkt toch een brug te slaan. Je bent een soort ervaringsdeskundige. Als ik bij het steunpunt Zuid van de KNVB zit en we hebben het over wat er het afgelopen weekend op de amateurvelden is voorgevallen, herken ik dat wel.”

‘Buitenspel afschaffen’

“Gemauw, een gele kaart, ruzie met de laatste man, een opstootje. Vroeger hielden mijn teamgenoten me er al bij weg. Voor je het weet staat er maandagochtend in De Telegraaf met chocoladeletters: Korpschef vechtend op veld.”

Paauw is bijvoorbeeld ook een voorstander om buitenspel af te schaffen op het laagste niveau. “Maar dan alleen voor wedstrijden op mijn niveau, de láágste klasse.” De KNVB-voorzitter ziet het zondagochtend vaak gebeuren als een clubgrensrechter de vlag opeens ten onrechte omhoogsteekt. Een puntjespikker, of zoals Paauw het noemt: een pikker. “Onze spits, een oud-eerste-elftalspeler, wordt chagrijnig. Dat wordt van kwaad tot erger: gemauw, een gele kaart, ruzie met de laatste man, een opstootje. Vroeger hielden mijn teamgenoten me er al bij weg. Voor je het weet staat er maandagochtend in De Telegraaf met chocoladeletters: Korpschef vechtend op veld.”

“Als ik zie waar onze discussies tijdens de wedstrijd over gaan, zou het een hoop schelen om op mijn niveau buitenspel af te schaffen. Dan hoor je de opvattingen van Arsène Wenger en andere specialisten dat het moeilijker wordt om hoog druk te zetten en dat het veld te groot zou worden. Maar voor ons is het veld al heel groot hè, wij zijn allang blij dat we met corners nog mee naar voren kunnen.”

Cor Verbree-Geerman, voorzitter BAV

BAV-voorzitter Cor Verbree-Geerman haakt in bij het gesprek. Hij is ook tientallen jaren scheidsrechter geweest in de regio Den Haag en ontrafelt het hele systeem van een goede pikker. “Wij hadden als scheidsrechters altijd wel een lijstje: pas op voor die en die. De beste pikkers hadden altijd een neutraal shirt aan en gaven in de eerste minuut een ingooi tégen de eigen club, om op die manieren het vertrouwen van de scheidsrechter te winnen. Maar als het dan écht spannend werd, ging die vlag omhoog.” Paauw en Verbree-Geerman noemen samen de clubs met de meest beruchte pikkers van de regio Den Haag op. “Maar dat is niet voor het verhaal.”

Frank Paauw in gesprek met BAV-voorzitter Cor Verbree-Geerman. Een bijna leven lang amateurvoetbal betekent ook dat de KNVB-voorzitter de spiegel van de samenleving, zoals het voetbal ook wel wordt beschouwd, kent. Wat ziet hij dan?

“Het voetbal is een spiegel van de samenleving, een voetbalclub niet altijd. Je ziet hier misschien andere type mensen dan bij een club twee kilometer verderop. Voetbal verbindt, maar voetbal scheidt soms ook. Het zou beter zijn als clubs meer vermengden, dan wordt het echt een verbindende factor. En het mooie is: als dat gebeurt zie je dat het vaak goed gaat. Dat mensen in zo’n voetbalclub met allerlei verschillende achtergronden prima met elkaar overweg kunnen. Aan de andere kant laten alle wetenschappelijke publicaties over diversiteit zien dat je volume moet hebben om je ergens thuis te voelen. Als ik bij een club kom waar ik de enige ben met mijn profiel, duurt het langer voordat ik me thuis voel.”

Sterker

Paauw heeft het in zijn vorige carrière bij de politie ook van dichtbij meegemaakt. “Dat noem ik diversiteit 1.0, de kloof tussen man en vrouw. De eerste vrouw bij de politie heeft het zwaar, bij de tweede vrouw proberen ze samen geforceerd de macho mannencultuur te omarmen, maar als de derde vrouw komt heb je al volume en voelen ze zich sterker. Daar gaat het om. Ook in het amateurvoetbal. Aan de andere kant is het logisch dat je niet zomaar het profiel van je club wilt veranderen. Als je je eenmaal ergens thuis voelt wil je niet veranderen. Dat is overal zo, op je werk, in je straat.”

Wachtlijsten

Verbree-Geerman: “Als Belangenorganisatie Amateur Voetbalverenigingen (BAV) hebben wij het probleem van de wachtlijsten eerder aangekaart. Kijk je dieper naar de cijfers zie je bij de ene club een lange wachtlijst voor jeugdspelers, terwijl er bij een andere club, nog geen kilometer verderop, voldoende plek is. Toch kiezen ouders er dan voor hun kinderen liever op de wachtlijst te zetten bij de club van hun voorkeur met het profiel dat bij hun past.”

Paauw: “Dan krijg je een sneeuwbaleffect. De kleinere clubs gaan dan ten onder of moeten fuseren. We moeten overigens wel oppassen dat we een voorkomend probleem uit het westen niet meteen tot een Nederlands probleem maken. Als ik soms aan de andere kant van het land kom, zie je vaak wel saamhorigheid, zie je wel dat een amateurclub een heel dorp verbindt, ongeacht het profiel van de leden. Wij moeten ons als westerlingen beseffen dat we niet het centrum van de wereld zijn.”

Michael van Praag Award

Paauw spreekt over de Michael van Praag Award die hij in november 2025 uitreikte aan Ed Goverde in Zutphen. Na zijn verhuizing van Rotterdam naar Zutphen constateerde Goverde daar administratieve en financiële hindernissen voor kinderen uit AZC’s om zich in te kunnen schrijven bij een voetbalvereniging. Dat moest eenvoudiger kunnen volgens hem. Op zijn initiatief hebben vijf Zutphense voetbalverenigingen, het COA, gemeente, Actief Zutphen en Stichting Leergeld Zutphen de handen ineengeslagen en nu kunnen bijna 60 kinderen wél meedoen. Paauw: “Fantastisch.”

Diversiteit 2.0

Maar op het gebied van diversiteit 2.0 is ook in de wereld van het voetbal nog veel te winnen: discriminatie, inclusie, homohaat, het zijn allemaal elementen die volgens onderzoeken nog steeds (te) vaak voorkomen binnen de poorten van de voetbalclub. De BAV heeft haar achterban ondervraagd tijdens een nog lopende enquête en uit de eerste cijfers blijken de respondenten te antwoorden dat het bij hún club in ieder geval amper speelt. Verbree-Geerman: “En dat strookt niet met de realiteit. Wij willen dat hoger op de agenda krijgen, om als belangenorganisatie veiligheid voor iedereen te garanderen. We willen het in ieder geval bespreekbaar proberen te maken. En tegen onze achterban zeggen: je bent niet alleen, laten we dit samen bespreken.”

Een streven dat de KNVB ook heeft, benadrukt Paauw. “Er gebeuren gelukkig al goede dingen. Ik denk dat het een kwestie van agenderen is. Er zijn van die thema’s waar je je als vereniging niet mee wil associëren. Dat zie je op scholen ook. Slechts een klein aantal onderwijsinstellingen geeft de juiste cijfers door over geweld tegen hun leerkrachten. Ik zie wel ontwikkelingen in het amateurvoetbal op dit gebied, het project de Haagse Norm vind ik een mooi voorbeeld.”

Etnisch profileren

Paauw heeft een soortgelijke transitie bij de politie ook meegemaakt. “Ik kom uit een tijd waarin ik ook echt heb verteld dat de politie niet aan etnisch profileren deed, omdat ik daar oprecht van overtuigd was. Ik heb zelf in de Schilderswijk gewerkt. Als ik daar ome Piet zag rijden, met zijn pet op en een sigaar in zijn mond, dan hield ik hem nooit staande. Maar als ik twee gasten zag met een petje achterstevoren, in een Golf met de ruitenwisser rechtop, dan moesten zij langs de kant. Ze hadden nog niets fout gedaan, maar ik was ervan overtuigd dat mijn good feeling mijn enige richtsnoer was en dat dat een goed richtsnoer was. Als je daar later meer over doorpraat, krijg je andere inzichten. In Rotterdam heb ik samen met burgemeester Ahmed Aboutaleb gesprekken gevoerd met veertig jongeren die drie keer per week langs de kant werden gezet. Dat zet je aan het denken en geeft je een andere blik op wat er gebeurt. Zo kun je soms tot nieuwe inzichten komen en andere onderwerpen agenderen.”

Verbree-Geerman, die als leerkracht Aboutaleb nog in de klas heeft gehad: “Wij vinden dat als belangenorganisatie belangrijk, laten we het in ieder geval bespreekbaar maken en het proberen te agenderen.”

Paauw: “Het begint ermee te erkennen dat er meer gebeurt dan uit de cijfers blijkt, zoals in mijn verhaal over etnisch profileren. En dan ook écht agenderen, niet alleen in de notulen opnemen van een vergadering. Bespreekbaar maken en op die manier zorgen om – komt dat woord weer, maar ik kan het niet anders omschrijven – volume te creëren. Eenlingen hebben het zwaar, in een groep sta je sterker. Weten dat je je er als club niet voor hoeft te schamen, dat je niet alleen met dit probleem te maken hebt. Het is ook belangrijk dat je in de club die cultuur kweekt, zet het als bestuur op de agenda en verdedig het. Aan de andere kant weet ik ook dat je niet te snel kunt gaan, harder trekken aan een halster heeft niet zoveel zin.”

Ziet Pauw hier ook een rol voor de KNVB en voor hemzelf in? Pauw: “Zeker. We willen het proces van diversiteit aanjagen, faciliteren en ondersteunen. Onze verenigingsadviseurs nemen dit onderwerp mee. Als wij als KNVB het op de agenda zetten wordt het ook besproken. En ik zal me er zelf ook voor inzetten.”

Bron: BAV

Lees verder