Het Haaglanden Voetbal Toernooi bij de senioren, vrouwen en jeugd draait al weer maanden op volle toeren, werkend naar de grote finaledag op zaterdag 13 juni op het complex van Westlandia. Clubs werken volop mee, maar helaas zijn er uitzonderingen.
Peter Haneveld (foto), een hard werkende en zeer gewaardeerde medewerker in onze toernooicommissie, merkt, dat zijn plezier bij al dat werk wel eens onder druk komt te staan. Hij zegt daarover: “Het Haaglanden Voetbal Toernooi is een toernooi om de regio samen te brengen. Al jaren organiseer ik dit samen met een aantal andere vrijwilligers, met veel plezier. En laat ik dat meteen benadrukken: wij zijn vrijwilligers. We krijgen geen euro voor het organiseren van dit toernooi. We doen het omdat we het leuk vinden. Omdat we de regio een warm hart toedragen. Omdat we mensen willen verbinden.
En eerlijk is eerlijk: daar doen we het voor. Voor die finaledag. Voor al die blije gezichten. Kinderen en volwassenen met een medaille om hun nek, een beker in de hand, stralend in het zonnetje op het podium. Dat moment waarop alles samenkomt.
Maar voordat het zover is, gaat er ongelooflijk veel werk aan vooraf. Er moeten talloze wedstrijden gepland worden, vaak in de avonduren, door vrijwilligers die dit naast hun werk en privéleven doen. Na speelavonden worden uitslagen verzameld, en zitten mensen tot laat verslagen te schrijven zodat iedereen de volgende ochtend kan lezen hoe mooi het was; bijvoorbeeld als clubs die normaal nooit tegen elkaar spelen ineens tegenover elkaar staan.
Gaat dat allemaal vanzelf? Was het maar zo.
Gelukkig werken de meeste clubs goed samen en tonen ze begrip. Maar er zijn ook momenten waarop dat anders is. Teams die niet willen meedenken. Het verplaatsen van een wedstrijd dat onnodig ingewikkeld wordt, soms zelfs eindigend in een terugtrekking. En dan heb ik het nog niet eens over de protesten: discussies over scheidsrechterlijke beslissingen, of over spelers die volgens sommigen “niet horen te spelen”, terwijl ze gewoon binnen de regels vallen.
Juist in een tijd waarin er wereldwijd zoveel speelt, zou zo’n potje voetbal toch vooral leuk moeten zijn. Je speelt tegen je collega, je buurman of -vrouw, je klasgenoot. Na afloop drink je samen een biertje in de kantine en haal je herinneringen op. En als je zelf bent uitgeschakeld, moedig je die ander toch gewoon aan op de finaledag?
Toch merk ik dat mijn plezier onder druk staat. Elke mail, elk telefoontje waarin ik weer moet bemiddelen, laat me afvragen: wil ik dit nog wel? En dan denk ik weer aan dat ene blije gezicht, met die beker in zijn hand.
Maar wat zou het mooi zijn… als iedereen zo kon genieten!” (Peter Haneveld)













