De KNVB gaat met de voetbalsector in gesprek over het verder verminderen van het aantal kopballen. Ook wordt gekeken naar aangescherpte richtlijnen, in het bijzonder voor het jeugdvoetbal. Dat zei directeur amateurvoetbal Jan Dirk van der Zee tijdens de voorjaarsvergadering van de Ledenraad van de KNVB op 21 mei.
Aanleiding is recent onderzoek van Amsterdam UMC, uitgevoerd in samenwerking met de KNVB, naar de effecten van koppen in het amateurvoetbal. Daaruit blijkt dat amateurvoetballers die tijdens een wedstrijd koppen direct na afloop meer stoffen in hun bloed hebben die kunnen wijzen op acute hersenschade. Die waarden normaliseren binnen 24 tot 48 uur weer, maar volgens de onderzoekers betekent dat niet automatisch dat er geen sprake kan zijn van schade op langere termijn.
KNVB houdt vast aan ingezette koers
Van der Zee gaf tijdens de vergadering aan dat de KNVB het onderwerp nadrukkelijk blijft volgen. “Wij doen continu onderzoek samen met het UMC. Onlangs zijn de resultaten bekendgemaakt op amateurvoetballers. Inzichten bevestigen het belang van het beperken van kopbelasting en het aanleren van koptechniek. Wij houden vast aan de ingezette koers. Wij gaan wel met de sector in gesprek om het aantal kopballen te verminderen en kijken naar aangescherpte richtlijnen, in het bijzonder in het jeugdvoetbal.”
Volgens Van der Zee volgt er ook vervolgonderzoek. Het huidige onderzoek richtte zich op mannen in het amateurvoetbal. Het eerstvolgende onderzoek wordt gebaseerd op het vrouwenvoetbal. Op 11 juni heeft de KNVB bovendien een vervolggesprek met de minister, samen met andere sportbonden.
Onderzoek bij ruim 300 amateurvoetballers
Amsterdam UMC volgde voor het onderzoek ruim 300 amateurvoetballers tijdens elf wedstrijden in het mannenvoetbal. Bij de spelers werd voor en na de wedstrijd bloed afgenomen. De onderzoekers keken daarbij naar zogenoemde biomarkers: stoffen die iets kunnen zeggen over schade aan hersencellen. Met video-opnames werd precies bijgehouden hoe vaak spelers kopten en hoe intensief die kopballen waren. Daarbij werd onder meer gekeken naar kopballen na een bal die meer dan twintig meter door de lucht had afgelegd. Uit het onderzoek bleek dat spelers die kopten direct na de wedstrijd hogere waarden van deze biomarkers in hun bloed hadden dan spelers die niet kopten. Hoe vaker en hoe harder er werd gekopt, hoe groter het gemeten effect.
Gevolgen voor amateurclubs
Voor amateurverenigingen is vooral van belang dat de discussie over koppen niet beperkt blijft tot het betaald voetbal. De onderzoekers benadrukken juist dat ook in het amateurvoetbal voorzichtigheid nodig is, omdat daar verreweg de meeste voetballers actief zijn.
De KNVB voerde vanaf seizoen 2025-2026 al strengere richtlijnen in voor koppen. Daarbij ligt de nadruk op het beperken van koppen bij jeugdspelers en het veiliger aanleren van koptechniek. Uit de woorden van Van der Zee blijkt dat de bond nu ook kijkt of verdere aanscherping nodig is. Voor clubs kan dit op termijn gevolgen hebben voor trainingen, jeugdopleidingen en de manier waarop trainers met kopvormen omgaan. De BAV volgt deze ontwikkeling daarom nauwgezet, juist omdat nieuwe richtlijnen praktisch uitvoerbaar moeten zijn voor amateurverenigingen.
(Bron: BAV)













