Tegen SHO, in de laatste reguliere competitiewedstrijd van FC ’s-Gravenzande, scoorde Frank Broos de 4-0. SHO redde daarna nog de eer, maar in de slotminuut was er alle aandacht voor Frank Broos, die na dit seizoen een punt zet achter zijn fraaie loopbaan. Hij kreeg een publiekswissel. Onder luid applaus verliet hij het veld na ruim 350 wedstrijden in FC ’s-Gravenzande.
Foto’s: Pieter Vermeer
Natuurlijk is Broos nog van de partij in de nacompetitie, waarin FC ’s-Gravenzande woensdag begint met een thuisduel tegen SteDoCo, met de return op zaterdag 30 mei in Hornaar. Een loopbaan sinds seizoen 2011-2012 onafgebroken in het eerste elftal van FC ’s-Gravenzande. Logisch dat de club deze week extra aandacht aan Frank Broos besteedde. Onder meer met een uitgebreid interview op haar website.
Enkele passages daaruit laten wij hieronder de revue passeren.
Zoveel jaren in de hoofdmacht van FC ’s-Gravenzande, nooit naar een andere club gewild of gekund?
“Nooit naar een andere club gegaan, maar misschien stiekem wel gewild. Ik heb meerdere gesprekken gevoerd met een aantal clubs, waarbij het bij Noordwijk het meest concreet was. Ik heb een aantal fijne gesprekken gehad met Kees Zethof en Pieter Vink, maar ik had bij de FC toen nog een tweejarig contract. Met Noordwijk hadden we afgesproken dat ik nog een jaar bij de FC zou blijven en daarna opnieuw op gesprek zou komen om er mogelijk samen uit te komen. Echter, aan het einde van dat jaar scheurde ik mijn kruisband, waardoor het er daarna eigenlijk niet meer van is gekomen. Achteraf zal het altijd de vraag blijven of ik daar had kunnen slagen en/of gelukkig was geworden. Bij de FC is dat in ieder geval wel gelukt, al zeg ik het zelf, en dat had ik zeker niet willen missen!”
Hij speel bij ’s-Gravenzandse SV en later de FC ’s-Gravenzande, waarom was en is het voetballen bij de club zo leuk?
“Uiteindelijk is de vereniging fantastisch en het is natuurlijk superleuk dat je elke week met het spelletje bezig mag zijn. Je hebt een vast ritme in de week en veel spelers met wie je speelt, worden ook echt vrienden. Verder is de club hier echt uniek. We hebben in al die jaren heel wat verenigingen gezien en ik kan niet zeggen dat er veel andere clubs zijn zoals de FC. Het helpt natuurlijk enorm mee dat je iedereen kent, iedereen gedag zegt en je je echt thuis voelt na al die jaren. Echt een tweede thuis, zeg maar.”
Je hebt een vervelende kruisbandblessure gehad. Heeft dat ook invloed gehad op je carrière?
“Ja, dat weet ik wel zeker. Die blessure liep ik op 22 juni 2019 op tijdens de finale van de Haaglanden Cup op het kunstgrasveld van Scheveningen. Vervolgens ben ik op 30 augustus 2019 geopereerd en was ik uiteindelijk op 16 mei 2020 weer wedstrijdfit. Ik denk dat ik nog geluk heb gehad dat ik er zo vanaf ben gekomen. De eerste jaren is het me meegevallen hoeveel klachten ik heb gehad. Alleen de laatste jaren wordt het, overdreven gezegd, met de maand erger, waardoor je naast het feit dat je ouder wordt, ook wat snelheid en explosiviteit verliest. Ook buiten het voetbal moet je heel wat doen om de knie goed te houden. Dat is tot nu toe aardig gelukt en ik hoop ook in de laatste wedstrijden te blijven spelen en van waarde te zijn. De knie heeft uiteindelijk dus zeker impact gehad, ook op de keuze voor een eventuele andere club. Daarentegen heeft het als voordeel gehad dat ik altijd bij de FC ben gebleven.”
Welk team heb jij in al die jaren als leukste elftal ervaren?
“We hebben veel meegemaakt: kampioenschap, degradatie, periodetitel, KNVB-beker, Westland Cup, Haaglanden Cup enzovoort. De eerste jaren onder Robin Knoester en John Kraan waren voor mij het moeilijkst, omdat ik toen jong was en vaak teleurgesteld was omdat ik niet speelde en redelijk vaak op de bank zat. Ik was het daar vaak niet mee eens en dat ervaarde ik uiteraard als frustrerend en teleurstellend. Daarna kwam Frans Danen, met wie ik een geweldige tijd heb gehad. Vrij snel kwam hij naar me toe en zei: ‘Frank, jij gaat spelen, maar wel aan de linkerkant en niet in de spits, want daar komt Yuri te staan.’ Danen vond namelijk dat wij beiden moesten spelen. Vanaf die tijd als linksbuiten heb ik heel wat stappen mogen zetten naar de speler die ik ben geworden. Vooral het ‘ruim passeren en gewoon gaan rennen’ is me echt bijgebleven, inclusief natuurlijk het kampioenschap dat jaar.”
Was Frans Danen een van de betere trainers die je hebt gehad?
“Frans heeft bij mij wel bepaalde dingen geraakt en getriggerd om te gaan doen waar ik goed in was. Dat heeft wel bepaald welke speler ik tot op de dag van vandaag ben. Daarna kwam Richard Elzinga, met wie ik de allerbeste klik heb gehad als persoon. Hij heeft mij vanaf dag één het vertrouwen gegeven en gezegd: ‘Jij gaat bij mij alles spelen en jij gaat er mede voor zorgen dat we hoog gaan eindigen.’ Dat was een geweldig gevoel en dat waren mooie seizoenen, met als hoogtepunt de KNVB-beker. Wat overigens weinig mensen weten, is dat Twan en ik Elzinga, voordat het seizoen begon, al waren tegengekomen tijdens een avond stappen, waar Elzinga de seizoensafsluiting had met zijn oude team. De details laten we daar, maar eigenlijk hadden we toen al een streepje voor…Daarna kwam Middelkoop, en die zag het spelletje weer anders. Persoonlijk had ik daar een mindere klik mee, wat ik soms als lastig heb ervaren. Als laatste kwam Mike. Dat was natuurlijk fantastisch, in die zin dat ik met hem in de F1, A1 en kort in de senioren heb mogen voetballen en hem daarna als trainer heb mogen meemaken. Dat is echt uniek en kunnen denk ik weinig spelers zeggen. Als trainer is Mike echt bezeten van het spelletje. Hij wil er alles aan gedaan hebben om elke week het beste uit de spelers te halen en daar ook een passend plan bij te maken voor de wedstrijd. En dat een heel seizoen lang! Soms is hij een paar stappen verder dan de rest, maar gelukkig krijgt hij iedereen op tijd weer aan boord om daarna weer het volgende te eisen van zijn spelers! Dat het vervolgens ook nog een succes wordt en je in het eerste jaar direct promoveert, maakt het echt compleet.”
Heeft de geboorte van de kleine meid en je bedrijf geholpen om nu te stoppen?
“Het is de combinatie van dat en het fysieke aspect. Het oprichten van ons bedrijf TapTarget was zeker intensief, vooral omdat we in het begin natuurlijk maar met een paar mensen waren en het soms hard werken was. Het combineren van privé, werk en voetbal was soms pittig, maar het vaste ritme beviel me altijd goed. En gelukkig heeft het thuisfront dit altijd geaccepteerd! Inmiddels is TapTarget gegroeid naar meer dan twintig personen, waardoor het belangrijker is geworden om het samen te doen, in plaats van zelf nog steeds heel hard te rennen. Daardoor kan ik nu soms ook iets meer loslaten en meer tijd overhouden voor thuis. Zeker met de geboorte van onze dochter Bobbi is het fijn om thuis te zijn en tijd door te brengen met Yvette, Mick en Bobbi. Echter, de grootste reden van het stoppen is toch wel het fysieke aspect. De knie, inclusief het ouder worden, helpt niet mee en dat zorgt ervoor dat je soms te veel klachten krijgt om het niveau te blijven halen dat je nastreeft. Ik ben niet het type persoon dat uiteindelijk op de bank wil belanden omdat je kwalitatief niet goed genoeg meer bent, terwijl je in je hoofd nog steeds de beste op het veld wilt zijn. Dat moment ben ik graag voor om zo op een eervolle manier op tijd te stoppen.”

Zou je het voor jezelf of voor de club leuk vinden als FC ’s-Gravenzande nog een keer zou promoveren?
“Persoonlijk zou ik het geweldig vinden om af te sluiten met een promotie. Ik heb het seizoen in de Derde Divisie als dubbel ervaren. Het was fantastisch om het niveau mee te maken. Alleen de aanvangstijden, de reistijden en de nederlagen die we af en toe hadden, lieten mij wel nadenken: waar doe je het elke week voor? Dan is de Vierde Divisie wel leuker: dichterbij, meer derby’s, noem het maar op. Echter, als vereniging moeten we die stap wel een keer maken, want alles binnen de vereniging is klaar voor dit niveau. Belangrijke randvoorwaarde: wel met voldoende ‘eigen’ jongens.”
Heb je nog ergens spijt van in die vijftien seizoenen in het eerste elftal?
“Niet zozeer spijt, want ik denk dat we er heel veel uitgehaald hebben. We hebben alles gewonnen wat we konden winnen: de Westland Cup, Haaglanden Cup, KNVB-beker, kampioenschappen, promoties, maar ook degradaties. En we hebben met de hele club echt hele mooie dagen en jaren meegemaakt. Als je ziet hoe de club zich ook heeft doorontwikkeld, is dat tof om onderdeel van te zijn geweest. Het enige wat ik echt jammer vind, is dat we nooit verder zijn gekomen in de grote KNVB-beker en nooit tegen een grote betaalde club hebben mogen spelen. Dat is eigenlijk het enige smetje in mijn carrière.”





















