BSC ’68 zet een volgende stap in de ontwikkeling van de vereniging. Het bestuur heeft Izak Kalmijn (foto) gevraagd om leiding en vorm te geven aan de nieuwe voetbaltechnische commissie. Met deze impuls wil de club bouwen aan meer samenhang, duidelijkheid, talentontwikkeling en doorstroming van de jongste jeugd tot en met de senioren.
BSC ’68 heeft de afgelopen jaren een flinke groei doorgemaakt. Sinds de verhuizing van “Ons Erf” naar “Het Nieuwe Erf” in 2011 is de vereniging gegroeid van ongeveer 350 leden naar inmiddels ruim 900 leden. Die groei biedt volop kansen en vraagt tegelijk om verdere versterking van de voetbaltechnische kant van de club. “BSC ’68 is een mooie vereniging met veel betrokken mensen, een sterke groei en volop mogelijkheden,” zegt Izak Kalmijn. “De club staat nu voor een mooie volgende stap.”
Geen onbekende
Kalmijn is voor veel mensen binnen BSC ’68 geen onbekende. Zijn voetballoopbaan begon bij DSO, waarna hij op 9-jarige leeftijd de overstap maakte naar BSC ’68. Daar doorliep hij de jeugdopleiding en speelde hij uiteindelijk acht seizoenen in het eerste elftal. Ook daarna bleef zijn band met de vereniging bestaan. Kalmijn voetbalde onder meer ook voor FC Zoetermeer, DHL en SV Oosterheem, dat later verder ging als SVO Buytenpark. Na zijn actieve voetballoopbaan was hij bij SVO Buytenpark in meerdere rollen actief, onder meer als jeugdtrainer, technisch jeugdcoördinator en bestuurslid/secretaris met de portefeuille voetbaltechnische zaken. “Die ervaring neem ik graag mee in de volgende stap binnen BSC ’68,” aldus Kalmijn.
Heldere structuur als basis
De nieuwe voetbaltechnische commissie richt zich op de gehele vereniging: jeugd én senioren. De nadruk ligt op duidelijke afspraken, goede afstemming en het beter verbinden van de kwaliteit die al binnen de club aanwezig is. Volgens Kalmijn beschikt BSC ’68 over veel betrokkenheid, ervaring en clubliefde. “Binnen BSC ’68 is al heel veel kwaliteit aanwezig: bij trainers, vrijwilligers, coördinatoren, spelers, oud-spelers en andere betrokken clubmensen. Die kwaliteit kunnen we nog beter benutten. Dat vraagt om heldere rollen en het zorgvuldig versterken van de organisatie, met oog voor de mensen die zich nu al voor de club inzetten.”
Daarbij benadrukt Kalmijn dat structuur vooral ondersteunend moet zijn aan wat er op het veld gebeurt. “Het verschil wordt uiteindelijk gemaakt tijdens trainingen en wedstrijden. Een goede organisatie daarbuiten geeft duidelijkheid, zorgt voor houvast en helpt trainers, spelers en teams om zich verder te ontwikkelen.”
Talentontwikkeling centraal
Een belangrijke pijler wordt de verdere ontwikkeling van de jeugdopleiding. Daarbij staat talentontwikkeling centraal. Dat begint al bij de jongste jeugd en loopt stap voor stap door in de rest van de opleiding. “Natuurlijk hoort willen winnen bij voetbal,” zegt Kalmijn. “Leren presteren, omgaan met winst en verlies en op het juiste moment resultaat willen halen, zijn ook kwaliteiten. Tegelijkertijd mag winnen of verliezen nooit het doel op zich worden. De ontwikkeling van spelers en teams moet steeds het uitgangspunt blijven.”
Om die lijn verder te versterken, wordt onder meer gekeken naar gediplomeerde trainers met een goede voetbalachtergrond, duidelijke coördinatie en een goede invulling van de nieuwe rol Hoofd Opleiding (HO) binnen BSC ’68. De HO bewaakt de voetbaltechnische lijn binnen de jeugdopleiding, ondersteunt trainers, zorgt voor samenhang tussen de leeftijdscategorieën en helpt mee om spelers en trainers stap voor stap beter te maken.
De verbeteringen worden de komende periode verder uitgewerkt in het vernieuwde Technisch Beleidsplan en het Technisch Jeugdvoetbalplan. Deze plannen moeten straks de rode draad vormen voor de voetbaltechnische ontwikkeling binnen de vereniging. Daarin wordt per leeftijdscategorie helder omschreven wat spelers leren, hoe er wordt getraind en ontwikkeld, en welke afspraken daarbij horen.
Eigen jeugd en doorstroming
Ook sportief kijkt BSC ’68 vooruit. De club miste twee keer nipt promotie naar de tweede klasse. In 2006 verloor BSC ’68 onder trainer Roel Zandbergen een beslissingswedstrijd tegen Victoria’04. In 2024 greep de club onder hoofdtrainer Abdullah Sari opnieuw net naast promotie, toen Koudekerk op doelsaldo kampioen werd. “Het zou mooi zijn als de club die stap in de toekomst wél kan maken,” zegt Kalmijn. “Het liefst met een zo groot mogelijk aandeel spelers uit de eigen jeugd. Dat past bij het karakter en de kracht van BSC ’68.”
Daarom krijgt ook de overgang van jeugd naar senioren nadrukkelijk aandacht. Door spelers goed te begeleiden en de samenwerking tussen jeugd en senioren te versterken, moet er een duidelijke route ontstaan waarin talenten weten waar ze naartoe kunnen groeien en het eerste elftal steeds meer kan profiteren van de eigen opleiding.
Meer betrokkenheid binnen de vereniging
Een andere kans ziet Kalmijn in het meer betrekken van huidige en voormalige selectiespelers bij de jeugd. Zij kunnen bijvoorbeeld een rol vervullen als jeugdtrainer, assistent-trainer of begeleider. Voor jeugdspelers is het waardevol om te leren van spelers, die zelf op een goed niveau binnen de club hebben gevoetbald of nog steeds actief zijn. Zij kunnen ervaring, spelplezier en clubgevoel overbrengen en tegelijk een maatschappelijke voorbeeldrol vervullen. Ook voor de spelers zelf biedt dit kansen. Tijdens of na hun actieve voetballoopbaan kunnen zij zich verder ontwikkelen als trainer, assistent-trainer, begeleider of op termijn als technisch coördinator binnen de vereniging.
Samen vooruit
Kalmijn benadrukt dat hij zijn rol niet alleen wil invullen. De gesprekken met mensen die nu al binnen de club actief zijn, vindt hij belangrijk. Juist door goed met elkaar in gesprek te blijven, wil de vereniging zorgvuldig en stap voor stap verder bouwen. “Voor mij staat voorop dat we samen hetzelfde doel voor ogen hebben: het belang van BSC ’68,” zegt Kalmijn. “Als we vanuit dat gezamenlijke doel werken, kunnen we stappen zetten die goed zijn voor de vereniging als geheel.” De komende periode wordt gebruikt om de nieuwe voetbaltechnische commissie verder vorm te geven en de eerste lijnen uit te werken. “De basis binnen BSC ’68 is er,” besluit Kalmijn. “Nu is het zaak om de kwaliteit binnen de club nog beter te benutten en samen verder vooruit te gaan. Ik kijk ernaar uit om hiermee aan de slag te gaan.” Met plezier, ambitie en vooral in het belang van de spelers en de vereniging.













