FC ’s-Gravenzande trad in de eerste competitiewedstrijd van het nieuwe seizoen aan tegen SC Feyenoord. De Rotterdammers, dit seizoen onder leiding van de van Quick overgekomen trainer Paul van der Zwaan, hadden in de opstelling slechts één bekende naam, die van Junior Obiku, voor de rest allemaal nieuwe mensen. Geen idee dus voor de bezoekers wat er van deze ploeg te verwachten was.
Tekst: Theo Doelman | Foto’s| Pieter Vermeer
Bij FC ’s-Gravenzande was het compleet andersom. In de basisopstelling slechts één nieuwe naam, die van de van sv Honselersdijk gekomen Steyn de Bruijn. Spelend met het rugnummer veertien, dat in de voorgaande vijftien seizoenen aan Frank Broos was voorbehouden, heeft hij grote schoenen te vullen.
De eerste grote kans was voor de gastploeg. Uit een corner ontstond in de tweede minuut een scrimmage in het strafschopgebied en kwam de bal uiteindelijk bij Sil van Ooijen. Met een snelle halve draai en omhaal probeerde hij het net te vinden, maar de bal ging over. Daarmee was het voor Van Ooijen zo ongeveer gedaan wat deze wedstrijd betreft, want na ongeveer een kwartier moest hij met een liesblessure het veld verlaten. Dennis van der Heijden was zijn vervanger.
De thuisploeg kreeg vervolgens de openingstreffer op een dienblaadje gepresenteerd. Bij het tegenwoordig zo populaire kort bij het doel uitverdedigen werd een terugspeelbal van Steyn de Bruijn op keeper Paul van der Helm door Max Edelaar onderschept en ondanks een uiterste poging van de ’s-Gravenzandse sluitpost om het tij te keren, tegen het net gewerkt: 1-0. Nog geen twee minuten later was het alweer gelijk. Een verre voorzet vanaf de rechterkant werd door Virgil Tsjin Asjoe voorbij de tweede paal tegendraads keurig ingekopt: 1-1.
De snelle gelijkmaker leek erop te wijzen dat de FC gelijkwaardig was aan de thuisclub, maar in de rest van de wedstrijd bleek het tegendeel waar. De Rotterdamse ploeg herbergt een groot aantal technisch vaardige spelers, die de ’s-Gravenzanders veelal de baas waren. Een belangrijke rol daarbij was weggelegd door de enige blijver, Junior Obiku. Keer op keer werd hij op links goed aangespeeld en leverde dan na een individuele actie de bal panklaar voor het doel af. Gelukkig voor FC ’s-Gravenzande wisten zijn medespelers daar iedere keer net geen goed vervolg aan te geven. Hun inzetten gingen naast of over, of ze kregen hun voet in het geheel niet tegen de bal.
De tweede helft begon zoals de eerste was geëindigd, met kansen voor de thuisclub. In de eerste minuten vooral voor de ingevallen Dugary Monkou, die de 2-1 twee keer op zijn schoen had, maar zijn kansen niet wist te verzilveren. Zo ging het de rest van de wedstrijd door en had niemand er raar van op hoeven kijken als het aan het eind 6-1 of 7-1 had gestaan. Maar het bleef 1-1.
De ploeg van trainer Mike Jonk wist hier maar erg weinig tegenover te stellen. In de hele tweede helft konden slechts twee ’s-Gravenzandse kansen genoteerd worden. Roy van Beek werd na een uur een keer goed vrijgespeeld in de zestien, maar zag zijn inzet rakelings naast gaan. En Dennis van der Heijden wist zich veertien minuten voor tijd één keertje eindelijk vrij te spelen van de verdediging, maar zag zijn uithaal vanaf de punt van de zestien net over de kruising zeilen.
Al met al kon de gastploeg alleen maar erg blij zijn met dat ene puntje, dat mee naar ’s-Gravenzande genomen kon worden. Het zou niet verbazen als op Varkenoord veel ploegen in deze competitie tegen een nederlaag aan gaan lopen.





























