Richard Elzinga: ,,Misschien had ik eerder moeten opstappen bij Barendrecht”

Richard Elzinga (foto) was succesvolk trainer bij FC ’s-Gravenzande, toen hij – vrij onverwacht – alsnog vertrok naar Barendrecht. In een gesprek met Jan Schoonen legt hij uit dat Barendrecht de club van zijn dromen was. Na twee seizoenen bij Barendrecht te hebben gewerkt, bleek het niet allemaal ‘Koek en ei’. In dit uitgebreide interview legt Elzinga uit waarom. Uiteraard ook een reactie van de zijde van het bestuur van Barendrecht.

Twee seizoenen was hij trainer van Barendrecht. In zijn eerste jaar werd de competitie vanwege corona voortijdig beëindigd. In het tweede jaar werd de competitie wel uitgespeeld, na een onderbreking van een paar maanden. Aan het einde van dat tweede seizoen scheidden de wegen zich. Richard Elzinga is nu dus geen trainer meer op sportpark De Bongerd. ,,Misschien had ik eerder al moeten stoppen bij Barendrecht”, had hij zich al eens aan ons laten ontvallen. Daar willen we natuurlijk meer van weten. Wij willen heel graag weten waarom hij dat ooit gezegd heeft, hoe hij de afgelopen twee seizoenen als trainer ervaren heeft bij de Derde Divisionist. Richard Elzinga werkte daar graag aan mee en onder het genot van een paar bakken koffie trekt hij daar bereidwillig een uur of anderhalf voor uit.

Vertel om te beginnen eens hoe jij twee jaar geleden als trainer bij Barendrecht terechtgekomen bent.

,,Bij alle clubs waar ik trainer geweest ben, bij Papendrecht, bij DBGC en bij FC ’s-Gravenzande, hield ik mijn spelers altijd voor dat ze ambitie moeten hebben, dat ze hogerop willen. Ambitie heb ik namelijk zelf ook altijd gehad. Bij al mijn vorige clubs heb ik altijd gezegd dat ik ooit trainer van Barendrecht wilde worden. Die club vond ik als trainer namelijk het hoogst haalbare in deze regio. Barendrecht is een club van naam, voetbalt altijd op een hoog niveau en daarom is het altijd mijn ambitie geweest bij die club trainer te worden. Dat stond ook letterlijk in het contract dat ik had bij FC ’s-Gravenzande, mijn vorige club. Ik was daar na eerder twee keer voor één seizoen getekend te hebben een nieuw contract aangegaan voor twee seizoenen, maar dan wel met de afspraak om na een jaar te evalueren of de samenwerking nog wel naar wens voor beide partijen is en dat we niet aan elkaar vast zitten mocht dat niet het geval zijn. In dat nieuwe contract voor twee seizoenen had ik ook de clausule laten opnemen dat wanneer Barendrecht zich zou melden, ik onder dat contract uit zou kunnen. En laat Barendrecht zich nu melden toen ik bij FC ’s-Gravenzande nog één jaar voor de boeg had. Ik hoefde niet weg bij FC ’s-Gravenzande, had het enorm naar mijn zin bij die club. Organisatorisch en qua structuur zat het daar perfect in elkaar, de beleving van iedereen op de club, ook de supporters was enorm. Maar als Barendrecht, de club van mijn ambitie, zich meldt, dan ga je praten. En gezien die clausule in mijn contract had ik ook alle vrijheid om dat te doen.”

Waarom wilde Barendrecht jou hebben als trainer?

,,Ze vertelden me dat ze me al langer volgden. Het eerste gesprek was bij voorzitter Martin Seltenrijch thuis, samen met bestuurslid voetbaltechnische zaken Gert van der Wal. Inhoudelijk werd er niet zoveel besproken. Het was een kort, maar fijn gesprek. Een dag later kreeg ik een telefoontje dat ze een goede indruk hadden gekregen en dat er een tweede gesprek zou volgen. Ook dat was kort. De eerste zin van dat tweede gesprek was dat ze me graag als trainer wilden hebben. We waren er snel uit, ook wat betreft de centjes. Ik heb zelfs geld ingeleverd om bij Barendrecht aan de slag te gaan. Bij FC ’s-Gravenzande verdiende ik meer.’

Waarom heb je geld ingeleverd?

,,Omdat Barendrecht dichtbij is. Ik woon zelf in Barendrecht en kan met de fiets naar de club. Naar ’s-Gravenzande was het verder weg en de tijd die ik daarmee kwijt was, was verrekend in de vergoeding die ik daar kreeg. Maar geld is niet de drijfveer dat ik trainer ben. Ik moet bij een club een goed gevoel hebben, dat vind ik veel belangrijker.”

Had je een goed gevoel bij Barendrecht toen je daar eenmaal aan de slag ging?

,,Het eerste seizoen werd al heel snel onderbroken vanwege corona, dus toen had ik nog geen heel goede indruk gekregen. We hadden slechts vijf wedstrijden gespeeld, waarvan maar eentje thuis, tegen Sparta Nijkerk. De voorbereiding op dat seizoen was trouwens anders dan anders, want ook toen al waarde corona rond. Ik heb voor de zomervakantie drie weken getraind met de spelers en na een onderbreking van drie weken vakantie de draad daarna weer opgepakt. Dat was iets wat ik nog nooit gedaan had en wat de spelers ook nog nooit meegemaakt hadden. Maar vanwege corona kon het zo niet anders, want we hadden al een hele tijd niks kunnen doen. De allereerste training in het eerste seizoen stonden er trouwens geen doelen op het veld. ‘Waar zijn de doelen’, vroeg ik stomverbaasd. ‘Die zijn er nog niet’, was het antwoord. Achteraf gezien had dat al een eerste indicatie moeten zijn, maar toen wist ik nog niet wat ik nu wel weet. Van tevoren had ik me niet heel goed verdiept in de club. Ik was veel te blij dat ik trainer van Barendrecht was geworden, de club van mijn dromen, de club waarvan ik al heel lang graag trainer wilde zijn. Daar zou alles wel heel goed geregeld zijn, zo nam ik aan. Vanwege dat vroegtijdig stilleggen van de competitie in dat eerste jaar, met slechts één gespeelde thuiswedstrijd waarbij niet iedereen aanwezig mocht zijn van de overheid, had ik nog geen indruk. Ik had niet goed kennis kunnen maken met de mensen van de club. Niet met de sponsoren, niet met de supporters en ook niet met de mensen eromheen. Wat ik wel wist was dat de club besloten had het tweede elftal op te heffen en in plaats daarvan met een Onder 23 te beginnen. Dat was al besloten voordat ik trainer van Barendrecht werd. Maar ook dat elftal mocht vanwege corona niet voetballen. Alles was stilgelegd. Tijdens dat eerste seizoen hebben we om de tafel gezeten, maar veel was er natuurlijk niet van te zeggen. Het echte in de samenwerking hadden we nog niet van elkaar gezien. We spraken wel af dat ik ook in het seizoen 2021-2022 trainer van Barendrecht zou zijn. Daar waren we in twintig minuten wel uit. Er waren wel een paar dingetjes die beter konden, maar dat weten we vooral aan de corona. We hoopten dat er in mijn tweede jaar bij de club wel gevoetbald mocht worden.”

Dat kon gelukkig toen wel. Na een onderbreking is de competitie ditmaal wel volledig uitgespeeld. Daardoor kreeg je natuurlijk wel een beter beeld van het reilen en zeilen binnen de club. Hoe was die indruk?

,,Niet zo’n beste. Je hoopt bij een grote club als Barendrecht in een perfecte organisatie terecht te komen, maar dat was niet het geval. Er waren veel dingen die in mijn ogen niet goed geregeld waren, dingen die beter konden.”

Geef eens een voorbeeld.

,,Voorbeelden kan ik niet geven, want dan zou ik mensen die hun ziel en zaligheid leggen in de club beschadigen en dat wil ik niet. Die mensen doen hun best, maar ze zijn eigenlijk te veel supporter. Laten we maar zeggen dat het qua organisatie niet professioneel genoeg was. Daar zeg ik niets geks mee, want intern heb ik dat natuurlijk wel een paar keer aangegeven. Ik ben geen trainer die mensen meebrengt als hij ergens aan de slag gaat. Ik ben ook geen trainer die een hele club gaat runnen. Ik wil als trainer in een goede structuur terecht komen, waar de randvoorwaarden oké zijn zodat je je bezig kunt houden met trainingen en wedstrijden, maar dat was dus bij Barendrecht niet het geval. Ook was er wat betreft de samenstelling van de selecte niet heel veel mogelijk, ook financieel niet. De insteek van de club was om het meer met eigen, zelf opgeleide spelers te gaan doen, vandaar ook die Onder 23. Maar dat liep niet goed, bleek al snel. Ik had een groep van twintig spelers, waarvan negen of tien van een hoog niveau. De jongens die daarachter zaten waren echt nog niet klaar voor derde divisieniveau. Dat verschil was groot, te groot. Daardoor was er niet of nauwelijks concurrentie. De vaste groep moest er iedere week maar weer staan, zelfs toen we wekenlang zowel op zaterdag als op dinsdag moesten voetballen en dan gaan schorsingen of blessures gelijk parten spelen. Die andere jongens konden ook niet in het tweede voetballen, want dat elftal was er niet meer. En voor de Onder 23 waren sommigen te oud. Ook spelers die van een blessure terugkwamen hadden zo geen mogelijkheid om wedstrijdfit te worden, want wedstrijden waarin ze weer speelminuten zou kunnen maken, waren er niet. De club had daarvoor gekozen, invloed daarop had ik niet omdat ik toen nog geen trainer van Barendrecht was en in mijn eerste seizoen hadden we dat zo niet kunnen ervaren omdat de competitie vroegtijdig beëindigd werd. Maar afgelopen seizoen kwam het allemaal wel aan het licht. Er waren bij Barendrecht te veel voetballers die te weinig speelden en een oplossing daarvoor was er niet. Voeg daar nog bij dat het wat betreft de organisatie om het elftal heen in mijn ogen ook niet helemaal snor zat en je snapt dat zoiets dan begint te knagen. Bij mij in ieder geval wel. Druk om te strijden voor een hoge plaats op de ranglijst of voor het behalen van een periodetitel of zo is er vanuit het bestuur nooit opgelegd, maar druk ging ik wel steeds meer ervaren. Druk die ik mezelf oplegde, want ik voelde me er wel verantwoordelijk voor en ik wilde dat alles goed geregeld zou zijn. En dat was niet het geval. Dat kostte me veel energie, want je liep er steeds over na te denken. Voetbal zit bij mij namelijk 24 uur per dag in mijn hoofd, dus je bent er heel de dag mee bezig. Dat begon me zelfs tegen te staan. Ik heb het als trainer nooit gehad, maar er kwam een tijd dat ik met tegenzin naar de training ging. Niet vanwege de spelers, want met hen had ik een prima band en nu nog altijd, maar wel omdat ik wist dat er dan weer iets zou zijn waar ik me aan zou ergeren. En daar werd ik niet vrolijk van en ook thuis hebben ze dat echt wel gemerkt. Ik heb vroeg in het seizoen op het punt gestaan om misschien wel te stoppen als trainer van Barendrecht, maar toen stonden we er op de ranglijst niet zo goed voor. Als ik toen zou opstappen zou dat beschouwd kunnen worden dat ik een wegloper was, iemand die de boel in de steek liet. En een wegloper ben ik niet.”

Als het je zo hoog zit, als je je zo ergert, waarom ben je dan toen niet opgestapt?

,,Omdat ik mijn assistenten en mijn keeperstrainer en ook mijn spelers niet in de steek wilde laten. Ik houd van mijn spelers, voor hen heb ik het seizoen afgemaakt. Maar ik heb wel in een vroegtijdig stadium bij het bestuur aangegeven dat ik er bij Barendrecht geen derde jaar als trainer aan wilde vastplakken. Toen ik dat in een gesprek te kennen gaf, was de reactie van de voorzitter dat ze dat jammer vonden. Een week later vertelde de voorzitter het aan de spelers. Hij zei er toen bij dat de club ook besloten had dat ze niet met mij verder wilden. Tegen mij was zoiets nooit eerder gezegd. Vroeger zou ik bij zoiets ontploft zijn, maar mijn wilde haren zijn er inmiddels wel af. Ik heb mijn spelers later die avond op het veld verteld hoe de vork in de steel zat, maar ben er op de club verder niet op terug gekomen. Het is goed zo. In de voetballerij gebeuren dat soort dingen. Daar moeten we niet spastisch over doen.”

Hoe kijk je terug op je twee jaar bij Barendrecht?

,,Over de dingen eromheen heb ik zojuist al veel verteld. Maar met de spelers en met mijn staf was het prima werken en ik heb op de club veel nieuwe, leuke mensen leren kennen. Daar kijk ik met veel plezier en voldoening op terug. Ook wat betreft het voetbal dat we gespeeld hebben ben ik tevreden. We hebben vaak attractief en aanvallend voetbal laten zien, voetbal zoals het mij voor ogen staat. Veel beweging, hoog drukken zetten. We hebben veel wedstrijden gespeeld waarin we dominant waren en in onze afdeling zijn wij de ploeg die het vaakst gescoord heeft. Daar ben ik heel tevreden over, trots ook. Wij hebben het 100 procent goed gedaan, er samen het maximale uitgehaald. Ik vind wel dat ik me beter had moeten verdiepen hoe het intern bij Barendrecht organisatorisch in elkaar steekt. Maar dat is achteraf gepraat. Dat zeg ik nu. Twee jaar geleden was ik zo blij dat ik bij die club trainer kon worden, dat ik dat niet goed genoeg bekeken heb. Dat is een fout die ik gemaakt heb en dat neem ik mezelf wel kwalijk.”

Doet het je nog iets dat Barendrecht voor komend seizoen zoveel spelers heeft aangetrokken?

,,Nee, dat is hun goed recht. Ik kijk er wel van op wat er nu allemaal mogelijk is. Misschien is het wel gekomen doordat ik tijdens ons trainingskamp in de winter op Gran Canaria veel gesproken heb met de veertig sponsors die er toen ook bij waren. Dat trainingskamp was echt heel goed en de contacten met de sponsoren ook. Misschien hebben ze daarom wel besloten weer in de buidel te tasten, wie zal het zeggen. Wat me wel verbaast is het feit veel aangetrokken spelers achter in de twintig zijn. Dan wordt er kennelijk weer afgestapt van de verjonging die ze bij Barendrecht eerder voor ogen hadden.”

En hoe moet het nu verder met jou? Heb je al veel aanbiedingen gehad?

,,Vreemd genoeg nog niet één. Toen ik bij FC ’s-Gravenzande nog een jaar te gaan had werd ik gebeld door vier, vijf clubs die interesse toonden, nu heb ik van niemand iets gehoord. Ja, één aanbieding heb ik gehad, van Transvalia. Of ik daar trainer wilde worden van het damesteam, het team waarin mijn dochter voetbalt. Dat heb ik maar even in beraad gehouden, haha. En ik heb inmiddels begrepen dat ze al iemand anders gevonden hebben.”

Bellen clubs jou niet omdat je te duur bent?

,,Ik zou het niet weten. Maar duur ben ik niet. Als de organisatie bij een club goed is, als ik denk dat ik in een goede structuur terechtkom, sta ik overal voor open. Dat is voor mij veel belangrijker dan geld. Het niveau van zo’n club is dan eigenlijk ook niet zo belangrijk. Het zou dan best een tweede- of een derdeklasser kunnen zijn. Daar voel ik me echt niet groot genoeg voor. Ik wacht wel af wat er komt. En komt er niks, dan doe ik toch een tijdje niks. Dan kan ik kijken hoe dat me bevalt.”

REACTIE BARENDRECHT

BVV Barendrecht stelde het op prijs een reactie op dit verhaal te geven. Bij monde van Gert van der Wal, bestuurslid voetbaltechnische zaken, hierbij de reactie op bovenstaand interview.

,,Onze eerste reactie na het lezen van dit stuk was de vraag waarom Richard dit doet, juist op dit moment, in de week waarin de selectie onder leiding van de nieuwe trainer Leen van Steensel met de voorbereiding op het komende seizoen is begonnen. We hebben begin juni samen met Richard het seizoen in goede harmonie afgesloten, waarna onze wegen zich scheidden. In goed overleg, zoals dat altijd gezegd wordt.

Zijn voorbeeld dat er bij de eerste training geen (verplaatsbaar) doel op het veld stond als eerste indicatie vind ik erg flauw en is totaal uit zijn context gehaald. Hier was een logische verklaring voor en iedere insider weet dat de ondersteunende faciliteiten bij BVV Barendrecht doorgaans optimaal geregeld zijn. Er ontstond gaandeweg inderdaad op organisatorisch vlak en ook over de managementrol die wij verwachten van een hoofdtrainer richting zijn staf en spelersgroep verschil van inzicht. De recente voorgangers van Richard etaleerden een krachtige leiderschapsstijl en namen hierbij binnen de club meer initiatief. Richard zit anders in elkaar, acteert meer conflict mijdend, zegt zichzelf in zijn trainersrol als passant te zien en vindt het mede daarom niet zijn taak om sturend en soms corrigerend op te treden richting de aan hem toevertrouwde staf. Dit is niet direct goed of fout, maar zowel Richard als wij waren wel anders gewend en verschilden hierover van mening.

De opmerking over de selectiesamenstelling verbaast mij, want Richard heeft zeker zijn tweede seizoen samen met mij aan de tekentafel gestaan en was op voorhand erg tevreden met de mix van ervaring en jeugdig talent en heeft dit ook meermaals zo uitgesproken.

De afspraak was gemaakt dat er niet met modder gegooid zou worden en dat is ook niet wat wij gaan doen. Natuurlijk heeft ieder mens, iedere organisatie en dus ook iedere trainer verbeterpunten, maar wij hadden liever gezien dat dit binnen de club gebleven was, want het laatste dat wij willen is dat vrijwilligers, die keihard werken voor de club, beschadigd worden. Het is niet fijn om te lezen dat in zijn ogen vrijwilligers te kort schoten en te weinig professioneel zijn zonder dat hierover met hen in alle openheid ook is gesproken. Er worden geen namen en voorbeelden genoemd, maar een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. Nee, verder ingaan op details willen we niet. We gaan de woorden van Richard dan ook niet weerspreken. Laten we het beschouwen als verschil van inzicht op een fiks aantal punten. Wat die punten zijn, is wat mij betreft iets tussen Richard en BVV Barendrecht. Bovenstaand verhaal is de mening van Richard. Wij kijken er op veel punten anders tegenaan. Richard werd door iedereen binnen de vereniging vooral als een aardige vent beschouwd en ik gun hem het beste en hoop nog steeds in de toekomst samen met hem een biertje te kunnen drinken, als hij hier weer eens op bezoek komt. Daarom voelt het heel dubbel dat hij met dit verhaal nu nog naar buiten treedt. Hierbij wil ik het graag laten.”

(Bron: VoetbalRotterdam)

 

Lees verder