Arie van der Zwan

Na de geboortes van Marian, Truus, Dick en Tineke kon op 15 januari 1960 de vlag in de Markensestraat 79 wederom uit, want Arie sr. en Martina van der Zwan verwelkomden hun vijfde kind: Arie .

Twee jaar later werd ook nog zus Karin geboren. Het gezin Van der Zwan groeide op in goede harmonie en hoewel de woonruimte voor dit grote gezin slechts 80 m² was, werd daar totaal geen probleem van gemaakt. Pa van der Zwan werkte oorspronkelijk als elektrisch lasser, maar werd later conciërge op een school in de Pluvierstraat.

Arie bracht de kleuterschool door in Duindorp op loopafstand van zijn ouderlijk huis en het hoeft geen betoog dat Arie direct  na schooltijd een bal pakte om te voetballen. Op school werd hij al snel Aad genoemd. Op vijfjarige leeftijd wilde Arie “op voetballen”. Omdat vader Arie ooit contractspeler van Holland Sport was zal het niemand verbazen dat kleine Arie lid werd van SVV Scheveningen . Arie herinnert zich nog als de dag van gisteren, dat hij zijn eerste wedstrijd moest spelen en hoe trots hij was op zijn nieuwe voetbalschoenen. Hij kon niet wachten om met zijn vader naar het veld te gaan, maar helaas werd de wedstrijd afgekeurd. Arie werd vreselijk boos op zijn vader en huilde tranen met tuiten.

Staand rechtsboven : Arie op 7-jarige leeftijd.

Na de kleuterschool ging Arie naar de 1e Thaborschool. Voetbal bleef zijn grote passie en als jonge spits scoorde hij er lustig op los.

Op 9-jarige leeftijd werd Arie kampioen met Scheveningen. Foto boven : staand geheel links Arie en geknield tweede van links zijn vriendje Johan Groen. Omdat hij als spits veel scoorde, bleef dit niet onopgemerkt bij de scouts van het Haagse jeugdelftal. Aanvankelijk mocht hij als 9-jarige soms meetrainen, maar een wedstrijd spelen was er nog niet bij . Dit mocht pas toen hij 11 jaar werd. Het bleek dat hij zijn elftalgenootjes ver vooruit was. ADO-scouts hadden Arie’s talent ook herkend en op een avond meldde de toenmalige manager Fred van Hal zich in de Markensestraat.

Van Scheveningen naar ADO

In augustus 1972 veranderde er veel voor Arie. Na de lagere school ging hij naar de LTS in de Zwaardstraat en samen met zijn vriendje Johan Groen maakte hij de overstap naar ADO. Hij vond dit prachtig, want zijn buurjongen Martin Toet, die altijd door Martin Jol werd opgehaald, speelde ook bij ADO. Gelukkig had vader Groen een auto en deze bracht Johan en Arie altijd naar de trainingen. Arie wist niet wat hij meemaakte. Bij Scheveningen was hij gewend te worden getraind door goedwillende vaders, maar onder leiding van Huib Ruijgrok was dit bij ADO een heel ander verhaal. Arie vond dit vooral in het begin heel zwaar en moest zich aan het veel hogere niveau aanpassen. Dat lukte na veel doorzetten en binnen drie maanden draaide hij volledig mee.

B-1

Foto boven staand van links naar rechts : Kobus van Mullem, Rob Stoffer, Rob van der Harst, Hans de Coninck, Ron de Vos van Steenwijk, René Berkelaar en leider Hans Verbeek. Geknield van links naar rechts: Arie van der Zwan, Hans Tork, Jan Hevel, Frans Ludwig, Wim Ridderhof en Peter Gerritsen.

Inmiddels had Arie het LTS-diploma op zak en ging hij naar de MTS ( Middelbare Technische School ) aan de Leyweg om voor bouwkundig tekenaar te studeren. In ADO’s B 1-elftal ging Arie op het middenveld spelen. Aan deze periode, met name het tweede seizoen, heeft Arie minder prettige herinneringen. Als ‘Scheveningers’ stonden hij en zijn maatje Johan Groen lijnrecht tegen ,zoals Arie het noemt, ‘een aantal Haagse ratjes’. Hij typeert deze periode als een hel, gekenmerkt door ruzies en vechtpartijen in de kleedkamer. Johan werd daar een keer in elkaar geslagen en Arie vond zijn fiets na een training terug in de sloot. Hij was dan ook blij dat hij overging naar A-1.


Foto boven: ADO’s regionale jeugdteam.

Staand van links naar rechts: leider Jan Schellevis, Marco de Vroedt, Kobus van Mullem, Jan Hevel, Aad van Bergenhenegouwen, Hans Tork, Rob Stoffer, Ron de Vos van Steenwijk en verzorger Wim Verheijdt. Geknield van links naar rechts : Hugo van Houten, John de Bruijn, Frans Ludwig, Arie van der Zwan en René Berkelaar.

Ook hier had Arie in het begin forse problemen. Hij werd ongenadig hard aangepakt door trainer Piet de Zoete en kon in de kleedkamer moeilijk aarden.  Na zijn slechte ervaring in het B 1-elftal overwoog hij bij ADO met voetballen te stoppen. Toen Piet de Zoete dit hoorde ging hij thuis bij de familie van der Zwan op gesprek. Hij vertelde dat hij Arie een groot talent vond en dat hij hem op deze manier extra wilde prikkelen en meer van hem vroeg dan van de andere spelers. Hij vroeg of Arie zich wilde bedenken en de gedachte ermee te stoppen te laten varen. Arie sprak hierover met zijn vader en deze adviseerde Arie het toch te proberen. Arie nam deze raad aan en hij vertrok ’s morgens weer vroeg op de fiets met zijn  school- en voetbaltas naar de Leyweg om na schooltijd direct door te gaan naar de training in het Zuiderpark. In het elftal ‘zakte’ hij nog een linie en werd afwisselend verdedigende middenvelder of voorstopper. Dit ging hem heel goed af en hij maakte op 17-jarige leeftijd de overstap naar Jong FC Den Haag waar onder anderen Cees Tempelaar, Frank Hendriks en Toine Linders (hij kwam over van Wilhelmus) in speelden.

Hier kreeg Arie te maken met Rinus Loof als trainer. Bij aanvang van het seizoen zei deze in de kleedkamer: ‘Luister jongens, Arie komt op zijn fietsje helemaal uit Scheveningen naar het Zuiderpark om te trainen of een wedstrijd te spelen, geeft alles en gaat dan weer op zijn fiets terug. Hier moeten jullie met jullie brommers een voorbeeld aan nemen. Dat is pas mentaliteit.’ Arie vond het een mooie opmerking van Loof maar niet lang hierna had hij genoeg van het heen en weer fietsen en kocht zelf ook een brommer.

Jong FC Den Haag

Het ging in Jong FC Den Haag allemaal crescendo. Arie trainde met veel plezier en inzet en speelde zich zonder problemen in het elftal tot het noodlot toesloeg.  Arie kreeg een ernstig brommerongeluk en het was kantje boord of hij zou overleven. De revalidatie kostte hem ruim een half jaar. Toen hij eindelijk weer bij de groep kon aansluiten kreeg hij tot overmaat van ramp de Ziekte van Pfeiffer.

Ondanks al die tegenslagen knokte Arie zich toch terug. Zijn vader had vaak medelijden met hem, want ’s morgens vroeg de deur uit naar school, dan naar de training en als Arie dan ’s avonds thuis kwam, was het snel eten en daarna  de studieboeken induiken.

Foto boven: op 31 januari 1978 kreeg Arie een aanbod een contract te tekenen, hetgeen hij ook deed. Onder de Slowaakse trainer Anton Malatinsky trainde Arie af en toe met het eerste elftal mee. Hij moest in die tijd voor zijn school ook stage lopen. In combinatie met het voetbal op dit niveau werd dit hem allemaal te veel. In samenspraak met het bestuur besloot hij met de stage te stoppen. Hij deed wel examen en slaagde. Maar omdat hij geen stage had gelopen kreeg hij geen diploma maar certificaten voor de vakken die hij had gevolgd.  Met deze certificaten werd Arie aangenomen bij een architectenbureau.

In de zomerstop was Arie uiteraard op het Scheveningse strand te vinden. Hier ontmoette hij de destijds 14-jarige Manon en het was liefde op het eerste gezicht.

In het seizoen 1978-1979  nam Piet de Visser het trainersstokje over van Anton Malatinsky. In de voorbereiding op het nieuwe seizoen werd in Noorwegen voor het eerste elftal een trainingskamp georganiseerd. Arie moest bij De Visser komen, die hem meedeelde dat hij geselecteerd was mee te gaan op trainingskamp. Arie antwoordde: ‘Helaas, maar dan kan ik niet. Ik heb in die periode afgesproken met mijn vrienden op vakantie te gaan. Het antwoord van Piet de Visser was overduidelijk: “Er uit en je komt er nooit meer in’!  In Aries plaats mocht toen Mark Wotte (de huidige Technisch Directeur van ADO Den Haag) mee.

Arie kreeg van Piet de Visser nog wel een extra straf. Namelijk een strandverbod, omdat hij door het vele uren bakken in de zon er in de ogen van de trainer veel te bruin gekleurd uitzag.

Foto boven : het Jong FC Den Haag elftal seizoen 1979-1980 . geheel boven van links naar rechts : Piet de Zoete (trainer) , Jan Hevel, René den Os, Marco de Vroedt, Frank Bakker, Pleun Storm, Ulrich Möller en Ton van der Tuijn ( verzorger). Middelste rij van links naar rechts : Emil Monsanto, Ab van Garderen, Mark Wotte, Peter van der Zwan, Peter van der Heijden, Arie van der Zwan, Raymond Baan en Kobus van Mullem. Zittend van links naar rechts: Frans Ludwig, John Kempeneers, Ronald Rijaard, Edwin Purvis, René van Delft, Ahmet Keloghu, Ronald van Dijk en Bart Altewischer.

Debuutwedstrijd

Na een serie goede prestaties met Jong FC Den Haag, met name de wedstrijd tegen Jong FC Amsterdam, mocht Arie op 17 februari 1980 zijn debuut in het eerste elftal maken tijdens de KNVB-bekerwedstrijd tegen SC Amersfoort. Hij verving Simon van Vliet vijftien minuten voor tijd als voorstopper. Het wachten was nu op zijn Eredivisiedebuut.

Dat gebeurde twee weken later op : 2 maart 1980. In de uitwedstijd tegen FC Twente maakte Arie zijn debuut in de Eredivisie. Arie was aanvankelijk best nerveus maar genoot met volle teugen.

Foto boven : Arie in het midden met de koppende Aad Mansveld.

Helaas werd deze wedstrijd met 2-0 verloren. Bij FC Twente speelden de ex-FC Den Haag spelers Martin Jol en Romeo Zondervan mee. Met Martin zou hij later nog in Jong Oranje spelen.

Seizoen 1980-1981

Dit seizoen betekende de volledige doorbraak van Arie.


Elftalfoto van het seizoen 1980-1981

Staand van links naar rechts : verzorger Orlando Rodriques, Guido Pen, Chris Treling, Ton Wickel, Harry Melis, Dido Havenaar, Cees Tempelaar, Simon van Vliet, Joop Korevaar, André Wetzel en trainer Hans Kraay (die Piet de Visser was opgevolgd).  Zittend van links naar rechts : Marco de Vroedt, Johnny Jansen, Aad van Bergenhenegouwen, Fred Goemans, Arie van der Zwan, René van Delft, Aitze Bouma, Henk van Leeuwen en Aad Mansveld.

Zijn eerste kennismaking bij de “grote” jongens in de kleedkamer was niet direct een succes. Arie ging voor de eerste training  gewoon maar ergens zitten. Alleen bleek dit de plek van Aad Mansveld te zijn. Dit viel bij Mansveld niet in goede aarde en hij voegde Arie fijntjes toe: ‘Kun je niet met die rottende  Scheveningse vislucht ergens op de hoek gaan zitten, zodat die lucht er dan snel uit kan?’ Arie wist toen direct wie de baas in de kleedkamer was.

Inmiddels was Arie het werken op het architectenbureau zat en via bemiddeling van toenmalig voorzitter Pieter den Dulk kon Arie gaan werken bij het CRI ( Centrale Recherche Informatiedienst). Ook Joop Korevaar was hier werkzaam. Omdat zij door de weeks tot 13.00 uur werkten, konden ze ’s  middags trainen.

Hans Kraay sr.

Arie vond het een verademing onder Hans Kraay te trainen. Hij vond hem de beste trainer die hij tot dan toe had meegemaakt. Hij waardeerde in hem de echte praktijkman en Kraay geloofde ook in Arie. Hij leerde hem als rechtsback zowel verdedigen als aanvallen. Ook leerde hij Arie omgaan met wedstrijddruk. Na de training werd er extra en oeverloos geoefend op het koppen met name op timing en werd er  gewerkt aan de perfecte voorzet.

Tijdens de trainingen en in de kleedkamer was niet altijd alles koek en ei. Aad Mansveld schold zijn medespelers altijd stijf als ze iets verkeerd deden. Arie was het gescheld en gefit van Mansveld op hem spuugzat. Op de afsluitende training voor de uitwedstrijddag tegen NEC sloegen bij Arie alle stoppen door en hij gooide alle frustraties van zich af door Aad een paar forse beuken op zijn gezicht te geven. Beiden moesten zich na de training bij Kraay melden. Toen legde Arie zijn grieven op tafel en vertelde niet iedere dag te willen worden ‘afgezeken’.  Na de handen te hebben geschud werd de vrede getekend. Dit bleek tevens de ommekeer voor Arie te zijn, want de volgende dag speelde hij de sterren van de hemel en scoorde de 0-1 uit een voorzet van Chris Treling. Hier zou hier niet bij blijven.

ADO-AJAX

Een week later volgde op 4 oktober de thuiswedstrijd tegen Ajax.

Ook nu speelde Arie zich duidelijk in de kijker en speelde wederom een geweldige wedstrijd. Deze wedstrijd werd met 4-3 gewonnen. Dit leverde Arie voor het eerst een plaats op in het ‘Elftal van de week’ dat werd samengesteld door de redactie van het toonaangevende voetbalweekblad Voetbal International.

Ook bij de KNVB in Zeist bleven Arie’s prestaties niet onopgemerkt en tot zijn verbazing kreeg hij het onderstaande telegram toegestuurd.

Arie was natuurlijk zo trots als een pauw en in een interview met de krant liet hij optekenen :

Bloednerveus reisde Arie af naar Venlo. Gelukkig trof hij hier Martin Jol aan. Deze speelde  bij FC Twente samen met Heini Otto (de Amsterdammer die later nog 241 wedstrijden voor FC Den Haag/ADO zou spelen).  Martin ontfermde zich min of meer over Arie en stelde hem op zijn gemak.

Half oktober moest Hans Kraay wegens gezondheidsredenen zijn functie als trainer opgeven. Arie vond dit verschrikkelijk. Hij zegt hierover: ‘Als Kraay eerder naar Den Haag was gekomen, was ik veel verder in mijn ontwikkeling geweest’. Piet de Zoete nam het trainersstokje van Hans Kraay over.

Arie voldeed in de wedstrijd tegen Jong Duitsland naar behoren en kreeg ook een uitnodiging op 12 november in Volendam tegen Jong Spanje te spelen.

Foto onder : de selectie van Jong Nederland en Jong Spanje.

Dat Arie’s achternaam in de opstelling verkeerd werd gespeld nam hij maar voor lief.

Foto boven: na afloop van de wedstrijd Jong Oranje-Jong Spanje schudden Martin Jol en Heini Otto elkaar de hand. Op de achtergrond is Arie zichtbaar. Deze wedstrijd werd met 0-2 verloren.

Na de wedstrijden in Jong Oranje zorgden zijn Scheveningse zaakwaarnemers Hans Kattenburg (een vriend van Arie’s vader) en Wim Rosenboom, die voorheen beiden een bestuursfunctie bij Holland Sport bekleedden, ervoor dat Aries contract werd opgewaardeerd.

Noodlot slaat toe

Op 8 februari 1981 in de uitwedstrijd tegen Excelsior brak Arie zijn middenvoetsbeentje en moest in het gips. De revalidatie ging echter niet zo als hij wilde want toen hij zich meldde voor de eerste training op 6 juli bleek, dat er niet genoeg kalk rondom de breuk was afgezet. Hij moest wederom een aantal weken het gips in en miste het begin van het seizoen 1981-1982. Zie foto hieronder.

Nadat Arie gipsvrij was mocht hij voorzichtig revalideren. Hij sloot weer aan bij de eerste selectie en trainde volledig mee. Aanvankelijk zou hij een wedstrijd met het tweede spelen, maar tijdens de training  verstapte hij zich. Hij hoorde een knak en wist direct waar hij aan toe was.

In het Rode Kruis-ziekenhuis werd Arie weer in het gips gezet en na een week  werd hij geopereerd. Er werd een pennetje in zijn middenvoetsbeentje geplaatst. De behandelend orthopeed vertelde Arie dat hij binnen enkele weken weer aan de slag kon. Dit was voor Arie reden, ondanks zoveel tegenslag in zijn jonge en veelbelovende voetballoopbaan, weer optimistisch aan de toekomst te denken.

De supporters van Hague City vergaten Arie niet.

Ook Manon, zijn steun en toeverlaat, week niet van zijn zijde en steunde hem waar mogelijk.

Foto boven : Arie (en Manon) bij Aries andere hobby. De duiven, waar hij ook veel plezier aan beleefde.

Trainer Martin van Vianen, die het stokje van Piet de Zoete had overgenomen, bleef vertrouwen in Arie houden. Na de revalidatie kwam Arie terug op het oude niveau en speelde weer een aantal wedstrijden.

Foto boven. Van links naar rechts : Arie, doelman Dido Havenaar, Ruud Geels en Simon van Vliet. Deze uitwedstrijd op 24 april 1982 tegen PSV was er ééntje met een zwarte rand. De 1-0 nederlaag betekende degradatie naar de Eerste Divisie.

Seizoen 1982-1983

Trainer Martin van Vianen werd opgevolgd door Cor van der Hart.

Bovenste rij van links naar rechts : Koos Lelieveld, Piet Groen, René van Antwerpen, Dido Havenaar en Eef Melgers. Middelste rij van links naar rechts : trainer Cor van der Hart, assistent-trainer Piet de Zoete, Frank Dekker, Marco de Vroedt, Alfons Groenendijk, Renke Prevo, René van Delft, Jan Renooij, Guido Pen en assistent-trainer Lex Schoenmaker. Onderste rij van links naar rechts: Karel Bouwens, Mark Wotte, Arie van der Zwan, Bram Rontberg, Gerard van der Mark, Iwan Lionar en Edwin Purvis.

Vroeg einde van veelbelovende voetbalcarrière

Arie speelde twee maanden in de Eerste Divisie, maar de pijn in de geopereerde voet bleef opspelen omdat het bot niet heelde. Hij trainde nog wel door, maar speelde geen wedstrijd meer. Noodgedwongen moest hij op 23-jarige leeftijd  met voetbal stoppen en werd afgekeurd. Zijn wereld stortte in. Ook zijn werkzaamheden bij CRI zegde hij op. Hij kon alles niet meer verwerken. Arie kwam in totaal uit op 30 Eredivisiewedstrijden, 8 Eerste Divisie-duels, 6 Intertotowedstrijden ( 2x Sparta Praag, Sankt Gallen en Rapid Wien) en 2 KNVB-bekerwedstrijden. Hij beschouwt de wedstrijden in Jong Oranje en de wedstrijd tegen Ajax als hoogtepunten. In 1984 ging hij samen met Leen de Graaf naar de trainerscursus in Zeist die door de KNVB in het leven was geroepen voor afgekeurde voetballers. Binnen de kortst mogelijke tijd behaalde hij zijn diploma’s III en II.

Begin van trainerschap

Arie begon zijn trainersloopbaan bij ADO, waar hij samen met Lex Schoenmaker in 1984 een jeugdelftal ging begeleiden. In dit jaar spande de  VVCS, voor Arie, een rechtszaak aan tegen verzekeringsmaatschappij Nationale Nederlanden om voor hem een vergoeding te bedingen wegens zijn afkeuring voor het betaalde voetbal.

Helaas voor Arie was er per 1 januari 1984 een nieuwe wet ingevoerd. Deze wet hield in: dat indien men salaris kon verdienen met een reguliere baan er geen uitkering volgde. Omdat Arie certificaten had als bouwkundig tekenaar kwam hij niet in aanmerking voor een vergoeding en werd deze zaak verloren.

In het seizoen 1984-1985 stapte Arie over naar Rijswijk om daar jeugdteams te gaan trainen. Ook had Arie inmiddels een fitness-diploma behaald en werd hij  aangenomen bij het Scheveningse  Carlton Beach Hotel, waar hij fitnesstraining ging geven. In het hotel is Arie nog steeds werkzaam, wat hij nog met plezier tot aan zijn pensioen (volgend jaar) wil volhouden.

Ook deed hij in deze periode bij Veronica een auditie als model voor het maken van een film en voor dragen van skikleding. Hij werd geselecteerd en kwam in het Ski Aerobic Team. Hij verbleef twee weken in Les Arcs in de Franse Alpen. Deze film werd een jaar lang in de HEMA uitgezonden, echter zonder vergoeding voor Arie. Hij had de smaak echter wel te pakken en verlengde zijn modellenwerk met een jaar.

Voor reisorganisatie Hotelplan was bovenstaande foto, met Arie geheel rechts,  natuurlijk een prima gelegenheid de wintersport te promoten.

In het seizoen 1985-1986 verkaste Arie op verzoek van toenmalig VCS-trainer André Wetzel naar VCS ook daar jeugd te gaan trainen. Dit duurde een jaar omdat Arie een aantrekkelijke aanbieding kreeg van SV’35 om daar de jeugdafdeling nieuw leven in te blazen. Hij zou er zes jaar actief blijven. Ook begon hij samen met Manon een kledingzaak, die zij vijf jaar runden.

Tijdens zijn werkzaamheden in het Carlton Beach Hotel ontmoette hij de eigenaar van het Maastrichtse restaurant ‘Stap In’. Deze had Arie tegen MVV zien spelen en vroeg hem of hij geen zin had op maandagavond 2 x 25 minuten voor zijn zaalvoetbalteam te willen uitkomen. Hij kreeg een vergoeding van fl 300 plus een maaltijd. Arie wist niet wat hij zag toen hij de zaal in kwam. Deze was stijf uitverkocht. Ook haalde hij Karel Oosterbaan over om daar te gaan voetballen. In optocht reed men naar Maastricht, want de familie en vele bekenden vergezelden de voetballers. Tot aan de winter ging dit prima, maar toen het begon te sneeuwen werd het toch wel een hele opgave om naar Maastricht te rijden en stopten Karel en Arie bij Stap-In. Inmiddels werden Manon en Arie ouders van Jaimie.

Terug naar roots

In het seizoen 1992-1993 ging Arie terug naar de vereniging, waar hij op 5- jarige leeftijd was begonnen : SVV Scheveningen. Hij werd assistent van Leen de Graaf en vanaf 1993-1995 assistent van Bert van der Poppe bij de zaterdagafdeling. Tevens was hij trainer van het tweede elftal, waarmee hij driemaal promoveerde. Hij verliet in 1995 de zaterdagafdeling en werd trainer van de zondagtak. Het eerste seizoen werd direct een succes: het kampioenschap van de 4e klasse kon worden gevierd. Hij bleef trainer bij de zondagafdeling tot 1998.

Na zijn periode bij SVV Scheveningen zondag nam Arie een paar jaar afstand van het voetbal en ging zich, naast zijn werkzaamheden als manager in het Carlton Beach Hotel, steeds meer in de ‘mens’ verdiepen. Hij kwam in aanraking met Chinese geneeswijze. Hij werd hier zo door ‘gepakt’, dat hij er veel over ging lezen en studies volgen. Hij behaalde de basisopleidingsdiploma’s voor medische anatomie, fysiologie en pathologie.  Hij specialiseerde zich in coaching  en de energetische en orthomoleculaire geneeskunde voor oplossingen voor burn out, spijsverterings- en infectieziekten. Deze studies werden erkend en vergoed door het ziekenfonds.

Het bloed kroop toch waar het niet gaan kon en in het seizoen 2001-2002 werd Arie trainer van SV’ 35. Dit bleek een schot in de roos. Het seizoen werd  bekroond met het kampioenschap in de 3e klasse.

Foto boven : Arie op de schouders van de spelers.

Door zijn werkzaamheden in het Carlton Beach Hotel en zijn tijd, die hij besteedde aan patiënten had hij geen tijd meer om een vereniging te gaan coachen.

Op verzoek van Cees Tempelaar werd Arie in het seizoen 2005-2006 assistent bij het eerste elftal van de zaterdagtak van SVV Scheveningen. Dit werd echter geen succes, omdat Cees op een onsympathieke manier de vereniging tijdens het seizoen moest verlaten.

De werkzaamheden in de praktijk werden steeds problematischer, omdat het ziekenfonds de behandelingen niet meer vergoedde. Hij zag hierdoor zijn aanvankelijk bloeiende praktijk steeds minder worden. Arie vond het erg sneu voor de patiënten en vaak ging hij deze mensen pro deo behandelen.

In juli 2019 was het groot feest in Scheveningen. Dochter Jaimie beviel van een zoon Lío en Manon en Arie konden zich oma en opa noemen.

Door de ingrijpende coronaperiode moest de praktijk worden gesloten. Arie vond de vrijheid zonder deze alternatieve werkwijze wel lekker en hij besloot hiermee helemaal te stoppen.

Vervelen doet Arie zich momenteel totaal niet. Hij brengt veel tijd door met zijn inmiddels zesjarige kleinzoon en oogappel Lío (zie eerste foto) en is nog dagelijks te vinden in de sportschool van het Carlton Beach Hotel, waar hij ook intensief aan zijn conditie blijft werken. Op televisie volgt hij veel sporten en natuurlijk alles wat voetbal betreft. De behoefte om wedstrijden in een stadion te bezoeken heeft hij niet echt. Ook is hij een enthousiast golfer geworden en is een trouwe bezoeker van de jaarlijkse PensionADOdag.

Van links naar rechts : Wytse Couperus, Edwin Purvis, Arie van der Zwan en Frans van der Heide.

 

Tom Clavan