Joop Jochems

Joop Jochems bij een fraaie foto uit de wedstrijd PSV – ADO. Doelman Ton Thie en Joop houden Willy van der Kuijlen van scoren af. Aad Mansveld kijkt toe.

Nadat Jo en Lenie Jochems in 1932 reeds zoon Wim hadden verwelkomd , kondigde op 22 juni 1942 de tweede zoon zich aan: Johannes, bij ons beter bekend als Joop. Joop groeide op in de Tolsteeg in de oude Utrechtse arbeiderswijk Wijk-Zuid. Joops vader werkte in de wegenbouw. De kleuterschool ging aan Joop voorbij en op 6-jarige leeftijd ging hij naar de lagere school. Het was thuis geen vetpot zodat er helaas nooit een vakantie inzat. Het enige vermaak was het balletje, waar hij na schooltijd en tijdens de vakanties met zijn vriendjes mee voetbalde.

Toen Joop tien jaar oud was ging hij bij Velox voetballen omdat deze Utrechtse voetbalclub aan de Koningsweg niet ver van zijn huis lag. Omdat Joop geen fiets had, kwam een vriendje hem voor iedere training en wedstrijd halen. Joop sprong gretig op de bagagedrager en werd relaxed achterop zittend, zonder een trap te zetten, bij Velox afgezet. Joop maakte van deze aangeboden vervoerswijze een aantal jaren gretig gebruik. Joop had talent en kwam al elk jaar in de hoogste jeugdelftallen te spelen waarmee hij meerdere kampioenschappen behaalde. Joop vond het voetbal fantastisch en combineerde dit met een opleiding voor timmerman op de Ambachtsschool die hij na zijn lagere schoolperiode bezocht.

Zijn broer Wim bezocht af en toe Joops wedstrijden maar zijn ouders hadden hier niet veel interesse voor. De jeugdelftallen waarin Joop speelde, waren altijd goed en het A-junioren team zelfs uitstekend, want na een overwinning op Blauw Wit werd Velox zelfs kampioen van Nederland. Veel spelers uit dit elftal stroomden niet veel later zelfs door naar het eerste elftal.

Op bovenstaande foto is Joop waarschijnlijk al op zijn handtekening aan het oefenen om later een profcontract te tekenen.

Omdat Velox in het seizoen 1957-1958 amateurkampioen van Nederland werd, mocht de club toetreden tot het betaalde voetbal. De KNVB verstrekte destijds een licentie omdat er een bankgarantie van Fl. 50.000,- was afgegeven. Deze promotie betekende een overgang naar de semiprofessionele tweede divisie. De honorering voor de spelers was Fl 1200,- per jaar. Bij winst kregen de spelers een bonus van Fl 30,- en bij een gelijkspel de helft. Voor de trainingsopkomst het bedrag van Fl 5,-. Er werd in die tijd tweemaal per week getraind. Velox werd ingedeeld in de 2e divisie A.

Debuut

Op 21 december 1958 maakte Joop op 16-jarige leeftijd zijn debuut in de thuiswedstrijd tegen het Tilburgse LONGA welke in een 5-2 overwinning werd omgezet. Inmiddels had Joop de Ambachtsschool verlaten en vond werk als leerling-timmerman in de bouw. In 1959 liep Joop met een kameraad naar Vreeburg, een druk bezocht plein in hartje Utrecht. Op dit plein, bij hotel Smit werden wekelijks de opstellingen van de komende wedstrijd opgehangen. Joop ontmoette daar een leuk meisje (Ellie) die met een vriendin was meegekomen, maakte met haar een praatje en wees op de opstelling waar zijn naam pronkte. Ellie logeerde op dat moment in Utrecht. Joop wist niet dat zij pas 13 jaar was en omdat zij niet in Utrecht woonde verflauwde zijn aandacht.

In maart 1961 werd Joop opgeroepen zijn dienstplicht te vervullen. Hij werd gestationeerd in Ossendrecht en opgeleid tot telefonist bij de luchtdoelartillerie. Na de opleiding werd hij overgeplaatst naar Huis ter Heide nabij Soesterberg. Dit was erg gunstig, want zodoende kon Joop de trainingen bij Velox gewoon blijven bezoeken. In Huis ter Heide kwam Joop ook in contact met Jacob Brik die in Den Haag jarenlang clubs als Kranenburg en SVPTT als trainer zou dienen.

In april 1962 vond er een troepentransport van 850 militairen met de s.s. Zuiderkruis vanaf Hoek van Holland naar Nieuw-Guinea plaats. Omdat Joop ook voor het Nederlands Militairelftal uitkwam, bleef hem deze expeditie bespaard. In het Militaire Elftal speelde Joop met o.a. doelman Tonny van Leeuwen en de Ajacieden Piet Keizer en Ton Pronk. Het hoogtepunt, waar Joop één van zijn mooiste herinneringen aan heeft overhouden, was het kampioenschap van Velox in het seizoen 1961-1962. Dit werd bereikt op 29 april 1962 na een gelijkspel (0-0) tegen Oldenzaal. Een seizoen daarvoor had Velox de promotie op één punt gemist, maar nu kon de kampioensvlag worden gehesen.

Foto boven: 1962. Staand: trainer Daan van Beek, Wim van Arnhem, Ton Sambeek en Leen Morelisse, hurkend: Wim van Hanegem, keeper Henk van Ledden, Frans Geurtsen en Ko van Alflen, liggend: Jan Huberts, Cees Sluijk, Joop Jochems en Benny Snijders.

Toen Joop eind 1962, na 18 maanden militaire diensttijd, in de maatschappij terugkeerde, zorgde Velox voor een baan als timmerman bij de gemeente.

6 oktober 1963

Op deze datum speelde Velox de uitwedstrijd tegen Scheveningen Holland Sport en er werd met 3-2 verloren. De stemming in de kleedkamer was te snijden tot er opeens een onbekende man de kleedkamer binnenliep en vroeg wie Joop Jochems was. Verbouwereerd stak Joop zijn hand op. Die vreemdeling meldde Joop, dat zijn dochter hem vier jaar geleden op het Vreeburg had gesproken en dat ze nu met haar vader naar deze wedstrijd was gekomen om Joop te zien spelen. De onbekende man was Dries Roosenburg, bij veel ADO’ers bekend als eigenaar van Café Lion d’Or in de Wapserveenstraat.( Dries was de oom van de oud ADO speler André Roosenburg). Uiteraard liep de nieuwsgierig geworden Joop met Wim mee naar buiten om een praatje met zijn dochter te maken. Het klikte, van het één kwam het ander en Joop en Ellie kregen vaste verkering.

Advertentie uit de ADO-Post

Uiteraard gingen Ellie en haar vader nu bij Velox kijken om Joop in actie te zien en aan te moedigen.

ADO-trainer Ernst Happel had vernomen dat er bij Velox een interessante speler voor ADO rondliep. Dat was ene Wim van Hanegem en besloot een wedstrijd van Velox te bezoeken. Happel vond van Hanegem tijdens zijn wedstrijdbezoek echter te traag, maar zijn oog viel wel op een andere speler: Joop Jochems! Happel was vooral gecharmeerd van de onverzettelijkheid die Joop aan de dag legde en drong er bij het ADO-bestuur op aan om Jochems naar Het Zuiderpark te halen.

“ Het was een prachtige tijd bij Velox met Daan van Beek als een geweldige trainer. Van Beek herhaalde een oefening net zo lang totdat het niet meer fout kon gaan. Een voorbeeld: Als hij de bal opgooide moest je die onder je voet stoppen. De bal mocht niet verder dan 20 cm van je vandaan stuiten. Dit herhaalde hij zo vaak, dat je dit probleemloos onder de knie kreeg. Als er werd verloren en hij had goed voetbal gezien, was hij toch heel blij. Daarbij was het een bijzonder prettig mens”, aldus Joop. Met toch wel pijn in het hart nam Joop afscheid van Velox. Joop had er twaalf jaar met heel veel plezier gespeeld met als mooiste moment en hoogtepunt het kampioenschap in 1962.

1964 ADO


Foto boven ADO in het seizoen 1964-1965 v.l.n.r. Henry Aardse, Ton Thie, Jan Villerius, Freek van der Lee, René Pas, Joop Jochems, Piet de Zoete, Jan van den Oever, Peter Hoet, Harry Heijnen, Jacques Smit, Theo Kleindijk en Wim de Korte.

Vanaf het seizoen 1964 mocht Joop zich ADO-er noemen. Aanvankelijk trok hij in de woning, boven het café Lion d’Or, bij zijn schoonouders in. Na enige tijd zorgde ADO voor een woning. Omdat er al veel spelers in Mariahoeve woonden konden Joop en Ellie ook daar een huis krijgen, maar Ellie wilde in de buurt van haar ouders blijven wonen en ze kregen een huis aangeboden in de Nevenstede.



Foto boven: Ernst Happel geeft instructies. Joop tweede van links tussen Ton Thie en Piet Giesen

“Joop was een (h)eerlijk Utrechts schoffie. Hij was vanaf dag één aanwezig en een van de gangmakers in de kleedkamer. Volgens voormalig teamgenoot René Pas was en is Jochems een sociaal type. Joop was bikkelhard maar kon ook goed voetballen en vormde met Piet de Zoete een geweldig tandem op het middenveld. Joop zegt hierover dat hij zich wel moest verweren tegen de spelers vol met ‘Haagse Bluf’ en de geintjes die er dagelijks werden uitgehaald. Als je hier niet tegen kon, kon je het wel vergeten en ging je eraan. Wat dat betreft had hij op straat in Utrecht wel geleerd van zich af te bijten. Voor wat het sociale aspect haalt Joop nog aan, dat hij altijd opkwam voor de zwakkere broeders. Als er in zijn jeugd op straat gepoot moest worden, wie bij wie zou spelen, maakte hij zich altijd sterk om de zwakste speler in zijn ploeg te nemen. Op maatschappelijk vlak moest Joop het doen met losse baantjes. Omdat Joop vier keer in de week moest trainen kwam hij tijdens zijn actieve carrière niet in aanmerking voor een vaste baan. Gelukkig kon Ellie in die tijd bij haar ouders in de zaak aan de slag. Hij overlegde met Eddy Hartmann (toenmalig ADO-manager) en deze had wel een baan voor hem. Hij moest in de zomer de houten tribune van een laag carboleum voorzien. De schadelijke teerolie reflecteerde door het felle zonlicht en zorgde bij Joop voor een vuurrood hoofd, waarop tijdens de training de spelers aan hem vroegen, of het weer lekker op het strand was geweest. Na de klus te hebben geklaard, vroeg Joop aan Hartmann wat hij hiermee had verdiend. Eddy antwoordde dat de werkzaamheden bij zijn salaris waren inbegrepen. Joop stond versteld en de verstandhouding werd er hierdoor niet beter op. Joop zou dit nooit vergeten en later zou Joop (in Amerika) zijn gram halen.


Foto boven: Onder toeziend oog van trainer Ernst Happel werkt Joop aan zijn traptechniek.

Joops transfer naar ADO pakte goed uit. De prestaties waren zeer goed te noemen, want ADO eindigde in het seizoen 1964-1965 op een zeer verdienstelijke derde plaats in de Eredivisie achter kampioen Feyenoord en DWS.

Op 4 juni 1965 trad Joop in het huwelijk met Ellie Roosenburg. Dat hij een zeer geliefde voetballer van ADO was, blijkt wel uit het feit, dat de ADO-pupillen een erehaag voor het bruidspaar vormden.

Aan het begin van het seizoen 1965-1966 nam Happel Joop mee naar een wedstrijd van FC Köln. Happel vroeg hem vooral op het middenveld van de Keulenaren te letten omdat de Oostenrijkse trainer graag wilde dat Joop en Piet de Zoete bij ADO dit spel met veel passie en dynamiek zouden kunnen kopiëren.

Onderstaand een elftalfoto in het seizoen 1965-1966. Staand van links naar rechts: Aad Mansveld, Piet de Zoete, Harry Vos, Joop Jochems, Theo van der Burch, Ton Thie en Jan Villerius, Geknield van links naar rechts: Jacques Smit, Lambert Maassen, Harry Heijnen (mascotte Wimpie), Henk Houwaart, Kees Aarts en Hennie Ardesch.

Dat Joop ook wel eens tegen een blessure aanliep is te zien op de foto hieronder. Hier werd hij van het veld gedragen door Hennie Ardesch (links) en Wim Lalleman.

Ook dit seizoen werd er weer met een prima derde plaats afgesloten ( achter kampioen Ajax en Feyenoord). Helaas werd de bekerfinale tegen Sparta met 1-0 verloren.

Seizoen 1966-1967.

Het jaartal 1967 stond in het teken van twee belangrijke gebeurtenissen. Ten eerste kregen Ellie en Joop gezinsuitbreiding want zoon Sjon werd geboren.

Sjon, Joop en Ellie in 1967

Na een vierde plek in de competitie wachtte nog een heerlijk toetje. Vrij onverwacht kreeg het bestuur van ADO een uitnodiging om in Amerika het voetbal te promoten. ADO werd gevraagd om als vertegenwoordiger van San Francisco mee te doen. ADO speelde daarom niet onder de eigen naam maar onder de naam San Francisco Golden Gate Gales. De wedstrijden werden gespeeld tegen buitenlandse clubs, die eveneens onder Amerikaanse namen uitkwamen.

Onderstaande foto het ADO-gezelschap, dat naar Amerika afreisde. Staand van links naar rechts : Ton Thie, Rinus Loof ( trainer), Freek van der Lee, Kees Aarts, Hennie Ardesch, Lambert Maassen, René Pas, Frans Kok (bestuurslid), Aad Mansveld, Lex Schoenmaker, Gerard Slager(bestuurslid), Eddy Hartmann (manager) en Theo van der Burch. Geknield van links naar rechts : Jan Villerius, Henk Houwaart, Joop Jochems, Harry Heijnen, Dick Advocaat en Harry Vos.

Hoewel er veel werd gereisd was er natuurlijk ook tijd voor ontspanning.


Foto links boven: uiteraard werden de kaarten nooit vergeten. Zittend links René Pas, Joop Jochems en op de rug Aad Mansveld onder het toeziend oog van Harry Heijnen en Ton Thie

Foto rechts boven: in de koets van links naar rechts: Aad Mansveld, René Pas, Lex Schoenmaker en op de bok Joop Jochems.

Zijn gram gehaald.

Joop was nog niet vergeten wat Eddy Hartmann hem drie jaar eerder had geflikt en wachtte op een gunstig moment zich te revancheren. Eddy droeg altijd een heel wijde broek die opgehouden werd door bretels. In een dolle bui tijdens een feestje tilde Jan Villerius Eddy onder zijn oksels omhoog. Joop nam zijn kans waar dook gelijk naar beneden en trok hard aan de pijpen van Eddy’s broek en liet deze daarna spontaan los. Het kruis van de broek zat rond de navel van Eddy en de broekband om zijn hals. Eddy zinde sinds het ‘broekincident’ op wraak. Omdat Happel vakantie kreeg nam Eddy diens taken tijdelijk over. Tijdens de volgende wedstrijd hoorde Joop na een kwartiertje Eddy hard roepen: “Joop, Joop”. Joop begreep gelijk wat Eddy van plan was en voelde aan dat hij hem als represaille wilde wisselen. Joop deed net of hij gek was en riep tegen Piet de Zoete dat hij wat last had van zijn lies en dat ze even van plaats moesten wisselen, wat inhield dat Joop aan de andere kant van het veld ging lopen. Hij zag een kwade Hartmann rond het veld lopen om Joop aan te spreken. Toen deze niet ver van Joop vandaan was zei Joop tegen Piet dat het wel weer ging en dat ze weer konden ruilen. Eddy kon onverrichter zake en geïrriteerd terug naar de dug-out. Hij sprak Joop in de rust hierop aan. Maar Joop antwoordde doodleuk dat hij in verband met de herrie op de tribunes niets had gehoord. Wel kon Jochems gaan douchen.

Na twaalf wedstrijden eindigde San Francisco Golden Gate Gales (ADO) in de Western Division op een gedeelde tweede plaats samen met Chicago Mustangs met 13 punten. Omdat alleen de groepswinnaar (Los Angeles Wolves) doorging vertrok ADO na een geweldig avontuur weer huiswaarts. Joop had de USA-trip als een geweldige belevenis ervaren.

1968

Nadat het seizoen met een vierde plaats was afgesloten volgde er op Tweede Pinksterdag een heerlijk toetje. ADO mocht in het eigen Zuiderparkstadion tegen Ajax aantreden in de KNVB-bekerfinale. Deze wedstrijd werd met 2-1 gewonnen door doelpunten van Lex Schoenmaker en Kees Aarts. Voor Ajax scoorde Piet Keizer.

Op de schouders van het dolenthousiaste publiek toont Joop de KNVB-beker, die door ADO in 1968 voor het eerst in de historie werd gewonnen.

Het seizoen 1968-1969 zou Joops laatste seizoen voor ADO worden. Happel had Joop een hint gegeven naar een andere club uit te kijken. Joop was toen voor ADO in 91 competitiewedstrijden, 15 keer in KNVB-bekerwedstrijden en 29 Intertoto-duels uitgekomen. Joop waardeerde de hint en vertelde waarom de werkwijze van de Oostenrijke trainer hem aansprak. “ Happel was een trainer met een geweldige oefenstof en een man van weinig woorden. Als je niet bij de eerste elf zat, zag hij je niet staan en zei hij je ook geen gedag. Aad de Mos ging eens naar Happel toe en vroeg hem waarom hij geen kans kreeg en dat hij hogerop wilde. Het antwoord van Happel was dat als hij hogerop wilde, hij maar op de tribune moest gaan zitten. Iedereen wist precies waar hij bij Happel aan toe was. Ik speelde eens een wedstrijd, waarbij ik een speler moest uitschakelen. Zelf had ik geen bal geraakt, maar de tegenstander kwam er niet aan te pas. We wonnen die wedstrijd met 2-0 en ik kreeg een compliment van Happel, ondanks dat ik voor mijzelf geen leuke wedstrijd had gespeeld, omdat ik niet aan voetballen was toegekomen. En ook al had je een keer geen beste wedstrijd gespeeld, maar wel de nodige werklust had getoond, kon Happel ook tevreden zijn”.

Foto boven: ADO – Ajax seizoen 1968-1969. Van links naar rechts : Aad Mansveld, Johan Cruijff, Joop Jochems, Henk Groot, Cees Weimar en geheel rechts Theo van Duivenbode.

Wedstrijden tegen Feijenoord, Ajax en PSV vond Joop altijd geweldig. Bij ADO vond hij met name Lambert Maassen (‘wat een geweldige kopper’), Kees Aarts (‘wat een snelheid’) en Jan Villerius (‘een rots in de branding’) er kwalitatief bovenuit springen. Zijn mooiste herinneringen waren de Amerikareis en uiteraard de gewonnen bekerfinale tegen Ajax. Zijn beste tegenstander die hij in zijn carrière was tegengekomen was Johan Cruijff. En de gemeenste en smerigste tegenstander was Piet van der Wouw. Die schopte naar alles wat bewoog, zelfs zonder bal in de buurt, en hij spuwde je in je gezicht. Na de hint van Happel om van club te veranderen kon Joop naar St. Truiden. Maar zijn vrouw Ellie zag dit niet zitten en na een gesprek met het ADO bestuur verkaste Joop naar het Amsterdamse DWS.

DWS

Bij DWS tekende Joop een tweejarig contract.

Joop bij DWS staand derde van links.

DWS speelde in het Olympisch Stadion. Ellie was het gezellige Haagse Zuiderpark gewend en vond dit stadion maar een koude, kille bedoeling. Het eerste jaar werd DWS getraind door Leslie Talbot, die in december 1969 opstapte. Zijn taak werd overgenomen door Joop Brand. Veel plezier heeft Joop aan zijn DWS tijd niet beleefd. Hij raakte geblesseerd aan zijn knie, werd geopereerd en afgekeurd voor het betaalde voetbal. Ondanks dit trieste einde van Joops carrière was er in 1970 toch reden voor feest in huize Jochems. De tweede zoon genaamd Marco werd geboren. Omdat de woning aan de Nevenstede te klein werd, verhuisde de familie naar de Wezelrade.

RVC

Voor het seizoen 1971-1972 werd Joop door Karel Jansen benaderd om bij RVC te komen voetballen. Hier voetbalden al wat oud-ADO-coryfeeën zoals Carol Schuurman en Guus Haak. Tevens ging Joop in deze tijd zijn trainersdiploma halen. Na het D-diploma behaald te hebben raadde Berry Janse hem aan om verder te gaan voor het C- en B-diploma. Daarvoor moest Joop wel naar Zeist, waar hij geen zin in had en er verder van afzag. Op de D-cursus kwam Joop oud-ADO-er Cock Berwers tegen. Berwers was helemaal gek op paarden. Hij vroeg Joop een keer mee te gaan toen hij een paard ging kopen. Ze zagen een paard dat er beloftevol uitzag. Cock stelde voor het paard samen te kopen en voorspelde dat als het paard op Duindigt zou meestrijden, ze aardig wat prijzengeld binnen konden slepen. Joop had totaal geen verstand van paarden, liet zich toch verleiden en samen kochten ze het paard voor Fl 3000,-. Het werd een fiasco, want tijdens de races ging het paard steeds in de fout en werd iedere keer uit koers genomen. Uiteindelijk belandde het paard in een Brabants weiland.

NLS/BREMAH

Na het seizoen bij RVC stapten Joop en Guus Haak over naar NLS/Bremah. De club die op zondag uitkwam in de tweede klasse A van de Haagse Voetbal Bond.

Het werd een glorieus jaar, want na een 4-0 overwinning op CWP kon aanvoerder Joop Jochems de kampioenschaal aan de Buurtweg in ontvangst nemen en was de promotie naar de 1e klasse van de HVB een feit.

Ook maatschappelijk kreeg het voor Joop een wending. Hij ontmoette bij NLS/Bremah iemand die Joop attent maakte dat hij kon solliciteren bij het Europees Octrooi bureau omdat daar personeel werd gevraagd. Na veel aarzelen schreef hij een sollicitatiebrief en werd uitgenodigd voor een gesprek. Aanvankelijk dacht Joop dat het een 1-aprilgrap was en dat ze hem in de maling namen. Toch trok hij de stoute schoenen aan ging op sollicitatiegesprek. De personeelsfunctionaris was helemaal idolaat van ADO en Joops kostje was gekocht en zou hier tot aan zijn pensioen blijven werken.

In 1974 speelde Joop ook mee in de destijds reuze populaire, door de NCRV georganiseerde en op tv-uitgezonden, Mini Voetbalshow in het Rotterdamse Sportpaleis Ahoy. Onder de naam ‘Oud Haags werd in de finale het team van Zuid-Nederland verslagen.

Foto boven : John van de Watering (materiaalman), Laurens Dijkgraaf, René Pas, Joop Jochems, Lex Schoenmaker, Piet de Zoete en Didi Vathouder. Geknield van links naar rechts : Harry Vos, Aad Mansveld, Leen de Graaf en Woody Louwerens.

H.V.V. ARCHIPEL

Joop werd in 1974 gevraagd bij Archipel speler/trainer te worden. Dit vond hij een leuke uitdaging. Hier speelde ook oud-ADO-speler Ron Pondman. Na vier hele mooie jaren nam Joop na het seizoen 1977-1978 hier afscheid en droeg het trainersstokje over aan Hans Hillebregt wederom een oud-ADO-er.
Piet Fens kreeg te horen dat Joop stopte bij Archipel en vroeg hem trainer te worden van Kranenburg

H.S.V. KRANENBURG

Joop tekende hier voor twee jaar. Ook ging hij het B-1 elftal van het Goudse Olympia trainen waar hij oud-Oranje doelman Pim Doesburg had opgevolgd. Dit elftal werd glorieus kampioen. De latere ADO-topscorer Harry van der Laan had hier een groot aandeel in. Tijdens het tweede seizoen bij Kranenburg gingen de spelers zelf uit maken hoe ze wilden spelen. Joop kon zich in deze verre van disciplinaire houding niet herkennen en stopte na twee jaar. Na een half jaar VVM (op aandringen van Henny den Engelse) en twee jaar De Postduiven te hebben getraind hield Joop het trainersvak voor gezien. Het bleek niet voorgoed. Het bloed kroop waar het niet gaan kon en toen hij in 1987 werd gevraagd trainer van KSD te worden aarzelde Joop geen moment.

KSD

Bij KSD (Koninklijke Stallen Departement) waar vroeger veel leden speelden die deel uitmaakten van de Koninklijke Hofhuishouding en de fraaie militaire sportvelden aan de Oude Waalsdorperweg bespeelde, bleef Joop maar liefst zes jaar als trainer actief.

Het hoogtepunt in die zes jaar was het kampioenschap in het seizoen 1990-1991 van de 1e klasse B van de zaterdag HVB.
Terugkijkend op zijn trainerscarrière heeft Joop het meest plezier beleefd aan de periodes bij Archipel en KSD, waar hij geweldige tijden heeft meegemaakt.

In 1998 werd Joop, samen met Guus Haak, gevraagd de scouting bij FC Den Haag op poten te zetten. Na twee jaar gaven ze dit op, omdat zij bij de toenmalige leiding een welwillend oor misten.

Na zijn pensionering verhuisden Ellie en Joop naar Nootdorp. In een zwart gat is hij nooit terechtgekomen en verveelt zich nooit. Momenteel gaat Joop elke zes weken naar het WerkTalent-stadion, waar hij met bewoners van verzorghuizen samenkomt en daar met hen gezamenlijk ADO-herinneringen ophaalt. Deze mensen zijn idolaat van het vroegere ADO en vinden het geweldig als Joop verhalen met hen deelt en foto’s laat zien uit zijn ADO-periode. Als Joop de vele anekdotes laat passeren zie je zijn de bezoekers letterlijk aan zijn lippen hangen. Ook kaart Joop nog steeds graag. Als er thuis een vrij uurtje is. komen de kaarten op tafel en vliegen de vonken eraf als Ellie en Joop met jokeren elkaar proberen af te troeven. En bijna vanzelfsprekend laten Ellie en Joop geen gelegenheid onbenut om naar hun kleinkinderen te kijken als deze moeten voetballen. Daarnaast bezoekt Joop de thuiswedstrijden van ADO en heeft hij ook nog steeds belangstelling voor het amateurvoetbal en bezoekt met regelmaat wedstrijden van sv Nootdorp, Quick en KSD.

Ondanks dat hij nog veel naar voetbal kijkt en wedstrijden bezoekt vindt Joop het voetbal lang niet zo leuk meer als vroeger en vindt ADO niet het ADO meer van weleer. Hij kijkt dan ook met weemoed terug naar de oude beregezellige kantine in het Zuiderpark. Dat is ook de belangrijkste reden waarom Joop altijd weer uitkijkt naar de jaarlijkse PensionADOdag, waar hij die ouderwetse rood-groene gezelligheid en sfeer weer ervaart en het geweldig vindt met zijn oude voetbalmaten als René Pas en Aad Kila een praatje te maken.

Foto boven: Joop werd op zijn 82e verjaardag verrast door zijn ADO-vrienden, die een schilderij hadden laten maken waarop hij staat afgebeeld met “De Dennenappel” ter herinnering aan de KNVB-bekerwinst in 1968. Naast Joop zijn trotse vrouw Ellie.

Tom Clavan