Op 30 april 1946 was het groot feest in huize Swart in de Haagse Mariottestraat. Het echtpaar Siward en Willempje Annechien Swart werd verblijd met de komst van hun tweede zoon en zij noemden hem Siward Jacobus. ADO’ers kennen hem beter als Ward. De roots van Pa Siward lagen in Indonesië. Hij had een functie op de Hogere Plantageschool. In 1937 werd hij met de gehele familie uit Indonesië verbannen. Hoewel pa in Indonesië een goede baan had kon hij dit beroep in Nederland uiteraard niet uitoefenen en moest hij genoegen nemen met een kantoorbaan. Hij trouwde in 1942 met de Scheveningse Willempje Annechien en in 1943 werd zoon Hans geboren. In mei 1946 adopteerden pa en ma ook een meisje, Elly genaamd. Toen Ward vijf jaar oud was, verhuisde de familie naar de Hazelaarstraat. Zij kregen een woning op de eerste etage boven het benedenhuis waar Wards oma woonde. De kleuterschool doorliep Ward in de Cederstraat waarna hij daar ook de lagere school bezocht. In 1954 werd Ward lid van de padvinderij, waar hij eerst welp en later verkenner werd.

Ward als verkenner.
Hij vond het maar wat prettig, dat zijn oma beneden hun gezin woonde, want als Ward thuis kwam vroeg hij aan zijn moeder wat ze die avond zouden eten. Was het niet ‘spekkie naar zijn bekkie’ dan zakte hij een etage en ging hij bij zijn oma heerlijk Indonesisch eten.
Na de lagere school ging Ward naar de Geurt Volkers-MULO aan de Mient. Dit werd niet echt een succes. In het eerste jaar deed hij niets en bleef hij logischerwijs zitten. Het tweede jaar had maar één lichtpuntje. In de klas zat achter hem een heel leuk meisje: Joukje. Ward zat meer om te kijken dan dat hij de les volgde. De tekenleraar (zijn oom) had dit al snel in de gaten en zei: ‘Als je haar zo leuk vindt, waarom ga je dan niet naast haar zitten?’ Na een forse ruzie met de leraar Duits liep Ward de klas uit en werd vervolgens door het schoolbestuur geschorst. Wat nu ? Wat was Wards moeder boos en teleurgesteld in het gedrag van haar zoon met als gevolg dat Ward van haar de Lagere Technische School in Loosduinen moest gaan volgen. Daar bekwaamde Ward zich in metaalbewerking en schilderen. Dit ging hem heel gemakkelijk af. In 1959 kreeg het gezin Swart nog verdere uitbreiding door de geboorte van zoon Monty.
Regelmatig ging Ward met zijn vader mee naar Sportpark Houtrust. Hij vond het schitterend om vanaf zijn staanplaats onder het scorebord de wedstrijden van HBS en Scheveningen Holland Sport te bekijken. Toen Ward de padvinderij voor gezien hield, vond hij het toch wel leuk te gaan voetballen. Op 15-jarige leeftijd meldde zijn vader hem als lid bij HBS aan. Hij moest voor de ballotagecommissie verschijnen. Er werd naar de werkzaamheden van zijn ouders gevraagd. Omdat zijn vader een kantoorfunctie had werd hij bij HBS afgewezen.
ADO
Via een vriendje kwam Ward bij ADO terecht en daar werd hij zonder problemen als lid begroet.

Hier zien we hoe Ward probeert de HDV-keeper te verschalken.
Omdat Ward een baantje had op zaterdag, hij bracht wijn rond voor een wijnboer, mocht hij gelukkig op zondag voetballen. De sfeer bij ADO vond hij geweldig.
Als speler moest Ward het niet van technische en/of tactische kwaliteiten hebben. Dat vond hij totaal geen bezwaar, omdat bij hem namelijk de gezelligheid boven alles ging. Nadat hij het LTS-diploma had behaald, ging Ward door naar de U(itgebreide)TS aan de Duinstraat in Scheveningen, waarvoor hij eerst een uitgebreid toelatingsexamen moest doen. Als 18-jarige ging hij over naar de ADO-senioren en kwam in het vijfde elftal terecht. Na het behalen van het UTS-examen moest Ward nog een praktijkjaar doorlopen, waarvoor hij in 1968 slaagde.
In juli van dat jaar werd Ward opgeroepen voor militaire dienst. Hij werd gestationeerd in Ermelo. Hij volgde er een kaderopleiding tot reserveofficier. In januari 1969 werd Ward in Havelte als sergeant bij de 47e Pantser-Infanterie-eenheid geplaatst.

Tijdens een oefening in het Duitse Höhne staat (hangt) Ward bij de caddy-wagen tweede van links.
JOUKJE
Tijdens zijn diensttijd trouwde Ward op 21 maart 1969 met zijn jeugdvriendinnetje Joukje. Hij kende haar van de MULO en had Joukje nooit meer uit het oog verloren. Om een woning toegewezen te krijgen moest je zijn getrouwd. Joukje en Ward betrokken een kamer boven de kroeg ‘Sans Souci’ op de hoek van de Regentesselaan. Echter, Joukje werkte als administratief medewerkster bij het katholieke weekblad ‘De Spaarnestad’ en werd ontslagen omdat dit bedrijf geen getrouwde vrouwen in dienst mocht hebben.
Op 12 juli 1969 was Ward één van de 17.722 deelnemers die de Nijmeegse Vierdaagse liep. Omdat het bloedheet was werd er ’s ochtends heel vroeg vertrokken. Gehelmd en met volledige bepakking liep Ward 40 km per dag. Op 16 juli liep hij dodelijk vermoeid en met zeer pijnlijke voeten de Via Gladiola op, waar zijn Joukje hem verwelkomde met bloemen. Op 1 januari 1970 zwaaide hij af en zat zijn diensttijd erop.
Terug in maatschappij
Wat nu? Zonder geld kon je weinig tot niets. Omdat Ward nog geen baan had raadde zijn moeder hem aan ‘te gaan stempelen’ (een actie die nodig was om voor een financiële uitkering in aanmerking te komen) in de Beijersstraat. Ward ging op zijn fiets naar het gemeentelijke stempelkantoor. Tot zijn grote verbazing zag hij dat die straat vol stond met auto’s van glazenwassers waar ladders op lagen. Na twee uur in de rij te hebben gestaan en het wachten beu vertrok hij onverrichter zake. Kort daarop zag Ward een advertentie in de krant van Van der Wal op de Laan van Meerdervoort. Hij solliciteerde bij dit adviesbureau, werd aangenomen als tekenaar van verwarmingsinstallaties in de CV-techniek. Ward en Joukje verhuisden in 1970 naar de Tomatenstraat. Hoe dan ook was 1970 een topjaar, omdat hij met het gezellige ADO 10-elftal het kampioenschap behaalde.

Het kampioenselftal ADO 10. Van links naar rechts : Koert Engelsman, Dick Mansveld, elftalleider (ome) Henk Mansveld, Gerrit van der Veen, van der Lem, Gerard Nijhuis, Henry van der Veen, Daan Regeer, Karel van Kuijen, Leen van Vlaardingen, van Krieken, Ward , Albert Romani.
Tot eind jaren zestig werden de elftalopstellingen in een gestencild krantje (Wekelijks Nieuws) geplaatst. Daarna verscheen ADO Post wekelijks, waarvan onderstaand een voorbeeld. Bij het bekijken van de opstellingen zullen originele rood-groenen zeker bekende namen tegenkomen.

Zoals eerder beschreven werd Ward geraakt door de gezelligheid die bij ADO heerste. Hij meldde zich aan voor verschillende commissies. In 1971 werd hij lid van de totocommissie met o.a. Carol Wolsheimer, Koos van der Bijl sr, Sybren de Boer en Jan van Beek. Ook werd hij lid van de feestcommissie met onder anderen Rolf Tap, Koos Lamers en Piet Kuipers. Op vrijdagavonden werd de kantine in beslag genomen door ongeveer zestig klaverjassers. Ook Joukje liet zich niet onbetuigd in ADO’s verenigingsleven en werkte samen met de familie Dekkers in de barcommissie.
Helaas moesten Ward en Joukje in 1971 het huis in de Tomatenstraat verlaten en, ook toen al, was een ander huis vinden problematisch. Pa en Ma Swart brachten uitkomst en Ward en Joukje mochten gebruik maken van hun achterkamer. In 1972 kregen zij een flat toegewezen aan de Burgemeester Caen van Necklaan in Leidschendam. Daar werd hun zoon Dennis geboren.
Onderstaande foto is uit het seizoen 1973-1974.

Staand van links naar rechts : ???, Koert Engelsman, van Krieken, Ward, Daan Regeer, George van Prooijen, Maup Munters, Joop Marcussen, Rob Esseveld. Geknield van links naar rechts : Gerrit van der Veen, Dick Mansveld, Karel van Kuijen, Ronald Boogaard, Ger Hählen en Dick van Steenis.
Ward maakte zich ook verdienstelijk als medewerker tijdens van het prestigieuze jaarlijkse ADO’s internationale jeugdtoernooi.

Op bovenstaande foto tijdens de verbroederingsavond staan barmedewerker Wim Gordijn (links), in het midden Jack Charlton (destijds manager van Middlesbrough) en rechts Hans Melser (één van de begeleiders van het deelnemende Haags Jeugdelftal). Ward zit gehurkt.
In 1974 vonden er bij de familie Swart twee belangrijke gebeurtenissen plaats. Ze werden ingeloot en kregen de mogelijkheid een huis te kopen aan de Brederode in Leidschendam, wat ze uiteraard deden. Ward besloot de firma Van der Wal te verlaten en te solliciteren op een advertentie van Carrier op de afdeling dealersales. Dit bedrijf was gespecialiseerd in toepassingen op het gebied van verwarming, airconditioning en koeling. Deze commerciële baan trok hem wel aan. Hij werd met succes binnengehaald. Aanvankelijk was hij werkzaam in de binnendienst, hoewel de buitendienst hem meer trok. Om meer kennis van de apparatuur op te doen trok hij met een servicespecialist mee het land in. Hij volgde een éénjarige opleiding luchtbehandeling, waarna er nog vele cursussen zouden volgen waarin Ward zowel getraind in commerciële en praktische vaardigheden. In 1975 werd het gezin verblijd met de komst van dochter Chantal. Het plezier bij ADO bleef ongekend.

Bovenstaand een foto van het 7e elftal uit 1978.
Staand van links naar rechts : Harry Suiker, Joop Westerdorp, Jan Meij, Bob Westhoven, Ger Hählen, Hans Veugelers, Gerard Duindam, Jan Koning en Hans Wijnants. Zittend van links naar rechts : zoon van Joop Westerdorp, Aldrick Meij, Ward met zoon Dennis, Willem Mooijman, John Mansveld en Jacques Smit.
Eigen wekelijkse nieuwsbrief
Dit elftal bleef jaren bij elkaar en had via de mail zelfs een eigen communicatiecircuit. Een wekelijkse nieuwsbrief, die geschreven werd door een “PR man”, t.w. Ger Hählen (de grondlegger van dit fenomeen), bestond uit ingezonden stukken en gedetailleerde wedstrijdverslagen. De pr-man had wel een duidelijk reglement opgesteld. 1. Zo mocht er niet worden gecorrespondeerd over spellingsfouten en de gekozen taal. 2. Ingezonden brieven werden ongeopend beantwoord en 3. bij geleverde kritiek sloeg de pr- man dicht. Uiteraard werd de nieuwsbrief geen serieus gebeuren en werd menig persoon op de hak genomen.
Enige voorbeelden uit deze nieuwsbrief wil ik de lezer niet onthouden. Als wedstrijdsecretaris werd Joop van der Weeeeeele genoemd. Hij typt zoals hij drinkt, veel te snel. Wim Waasdorp heeft een cursus calamiteiten, (hoe elimineren we die?) cum laude afgelegd. Ook Ward werd niet gespaard. Medio maart ging hij naar Amerika. Hij was er vol van. Een met dure dollars gesponsorde reis van zijn directie. Columbus ging hem 400 jaar geleden al voor met één ei. Zijn zoon Dennis geeft hem een appel mee in de hoop dat Ward misschien terug zou komen met Franz Beckenbauer, die destijds bij New York Cosmos speelde, en een aardige aanwinst voor ADO 7 zou kunnen zijn. De pr- man kreeg een ansichtkaart van Ward met de beeltenis van een brug over water (de Hudson) met een zeer bijzonder poststempel: Amsterdam 10-3-1984. Ook leider Henk Tromp deed regelmatig een duit in het zakje o.a. via de onderstaande ingezonden brief.
Hählen,
Doordat je in onze nieuwsbrief onder het pseudoniem – ‘de gewone man’- , wat ik al zeer lafhartig vind, op een schofterige wijze mijn leiderschap ter discussie stelt, acht ik mij van onze eerder gemaakte afspraak ontheven, waarbij ik in de wedstrijdverslagen jouw aandeel in onze eventuele nederlagen zou bagatelliseren en je onder alle omstandigheden als een zéér betrouwbaar sluitstuk van ons elftal zou promoten. Zelfs als jij wat in de meeste wedstrijden het geval was als een krant je doel verdedigde en je praktisch aan elk tegen ons gescoord doelpunt debet was, heb ik je met woord en daad tegen je woedende medespelers in bescherming genomen. Maar vanaf heden is mijn consideratie met jou en je vriend “Hoppe” – de kwade genius achter al die vuilspuiterij, die jou alsmaar lippendienst bewijst en je geestelijk nivelleert tot je kwaliteit ter velde – voorbij en zal ik beiden de één tijdens en de ander na de wedstrijd met zekere vooringenomenheid beoordelen.
Je Leider.
Ook nodigde Henk zijn spelers op zijn verjaardag uit en schreef in de correspondentie, dat de spelers als ze kwamen tegen de deur moesten schoppen. Op de vraag, waarom tegen de deur schoppen, volgde het antwoord : ‘Je bent toch zeker niet van plan met lege handen te komen’. Het is voor te stellen, dat het ieder weekend dolle pret was en tot menig feestje leidde.

In het seizoen 1980-1981 werd Ward met het 8e elftal kampioen.
Zoals al beschreven was de binnendienst niet echt Wards ‘pakkie aan’. Hij ging in de buitendienst werken, waarbij zijn vele commerciële cursussen en opleidingen tot hun recht kwamen. In 1986 maakte hij zijn eerste echte buitenlandse trip en bezocht Tokio. Ook deed hij landen aan als Amerika, Thailand en Egypte. Ook Joukje profiteerde mee en vergezelde Ward regelmatig tijdens deze zakenreizen. En verder had Ward maandelijks in Italië een meeting en iedere vrijdag klokslag 16.00 uur een financieel overleg met Amerikanen.
Het voetbal bleef toch ook, wanneer mogelijk, een belangrijke plaats innemen.

Bovenstaande foto is genomen tijdens het veteranentoernooi van Spoorwijk. Staand van links naar rechts : leider Henk Tromp, Rob van der Burg, Bob Westhoven,???,Peter van Leeuwarden, Koos Lamers, ???. Geknield van links naar rechts : Ward , Wim Mooijman,???, Ger Hählen, Wim Waasdorp, Jan Koning en verzorger Flip Vissers.
Helaas liep voor Ward de wedstrijd tegen Oranjeplein 3 op 17 september 1989 minder prettig af. Zie onderstaand het stukje uit de Ziekenboeg.

Op 5 februari 1993 mocht Ward voor zijn bewezen diensten een oorkonde ontvangen:

In 1995 moest Ward het voetballen opgeven omdat het niet meer was te combineren met zijn werkzaamheden. Hij was dermate doorgegroeid in het bedrijf zodat hij werd opgenomen in het managementteam.

Ward ging zich met name bemoeien met de debiteurenposten. Door zelf achter debiteuren aan te gaan, werden de achterstallige bedragen, (vaak grote sommen geld) door zijn persoonlijke aanpak alsnog binnen gehaald.
In 2003 verlieten Ward en Joukje de woning aan de Brederode en verhuisden naar de Via Verdi in Voorburg.
Na dertig jaar bij Carrier werkzaam te zijn geweest kreeg Ward een afscheidsreceptie aangeboden, die klonk als een klok. Vele gasten uit binnen – en buitenland namen van Ward afscheid waarmee hij zich zeer vereerd voelde.

Komt Ward het zwarte gat tegen na zijn drukke werkzaamheden? Nou, de geraniums zijn zeker niet aan hem besteed.
Terug op oude nest
In 2010 kreeg Ward van Hans Wijnants het verzoek om bij ADO terug te keren. Hans was ook weer sinds korte tijd lid geworden en had plaatsgenomen in ADO’s ledenraad. In deze ledenraad zaten volgens Hans te veel mensen die te weinig van ADO wisten. Dit kon grote invloed hebben op de besluiten die werden genomen. Oud-bestuurslid Gerard Slager vond ook, dat er te veel ‘Fremdkörpers’ rondliepen en dat je de geur van de kleedkamer van ADO moest hebben geroken, wilde je een echte ADO’er zijn. Hans Wijnants wilde meer mensen van de oudere garde met een ADO-verleden binnenhalen. Ward werd in 2011 lid van de ledenraad. Gelijktijdig werd hij ook lid van de financiële commissie. Na een aantal bestuursfuncties voor de HFC (penningmeester, secretaris en voorzitter) werd Ward tijdens de buitengewone algemene ledenvergadering van HFC ADO Den Haag in 2024 voor de tweede keer naar voren geschoven als kandidaat voor een commissariszetel bij de NV ADO Den Haag. Daarnaast is Ward ook o.a. belast het regelen van de vergunning van de bouw van de accommodatie in het Zuiderpark, waar de profs in de toekomst weer gaan trainen.
De Vereniging van eigenaren van de Via Verdi kreeg al snel te horen dat er een bewoner was die wel het één en ander van techniek af wist. Daarom werd Ward in zijn woonomgeving in 2010 gepolst om het technisch beheer op zich te nemen. Ach, daar kon hij natuurlijk geen nee tegen zeggen.
Voor Ward en Jouke is hun gezin uiteraard altijd op de eerste plaats blijven staan. Zij genieten dan ook met volle teugen van zoon Dennis en zijn gezin, van wie hun kinderen Daan en Merel inmiddels 24 en 20 jaar oud zijn. En van dochter Chantal die ook twee kinderen heeft. Lukas van 14 en Mels van 10 jaar, zijn fervente ADO Den Haag- supporters en slaan geen thuiswedstrijd over.
Op sportief gebied leeft Ward zich nog uit op de golfbaan en is een vaste bezoeker van de PensionADOdag. Vrijdag 6 juni staat daarom al maanden in zijn agenda geblokkeerd.

Tom Clavan












