PensionADO’s

GOUD VAN OUD

JOOP NIEZEN

                                                                                              

Op 18 september 1935 kwam Jacobus Josephus Niezen ter wereld in de Bethlehem Kliniek. Zijn ouders woonden in Spoorwijk, waar zijn vader een melkzaak had in de Beetsstraat, waarboven het gezin ook woonde. Dit gezin was al gezegend met zoon Dolf, die op 14 februari 1926 was geboren. In 1939 verhuisde de familie naar de Troelstrakade. Wat Joop zich nog goed uit de oorlogstijd kan herinneren, was dat hij met zijn moeder heel snel naar de winkel gingen – omdat die over een telefoon beschikte – om te informeren of de broer van zijn moeder, die met zijn gezin in Rotterdam woonde, heelhuids door het bombardement in Rotterdam was gekomen.

Zowel de kleuter- als lagere school doorliep Joop op de school aan de Wintersweg.

In de voetsporen van broer Dolf

Na schooltijd werd er veelvuldig gevoetbald, voornamelijk in de speeltuin in de Rederijkersstraat bezijden het Cromvlietveld, want voetbal was zijn lust en zijn leven. Omdat zijn vader idolaat was van ADO [hij was ruim 60 jaar donateur van ADO] was het natuurlijk een abc’tje , dat Joop, hoewel de leeftijdsgrens 10 jaar was, al op 9 jarige leeftijd lid van ADO werd. Een voetbaltest was toen al verplicht, maar een beetje koppen en trappen ging hem goed af.  Aanvankelijk voelde Joop er niets voor, om net als zijn grote broer Dolf deed, in het doel te gaan staan.  In de nadagen van zijn trainerschap vroeg Wim Tap zijn 1ste elftalkeeper keeper Dolf of keepen niets voor de toen 10-jarige Joop was. En zo geschiedde. In het 4 A-elftal speelde hij o.a. met Harry Vreken, Adrie van Zon, Jan Huybregts en Joop Kuipers. Maar omdat hij als keeper weinig te doen kreeg – de ADO-elftallen waren dermate sterk en werden steevast kampioen – mocht Joop de laatste wedstrijden als rechtsbuiten optreden. Harry Vreken verhuisde dan naar de linksbuitenplaats.

Na de lagere school ging Joop naar de middelbare handelsdagschool op de Waldeck Pyrmontkade.  Inmiddels was het kampioenselftal van 1942 en 1943 tanende en hoewel broer Dolf de ADO 1-selectie thuis bij zijn ouders uitnodigde in een poging de boel op de rails te krijgen, want zowel de sfeer als de resultaten waren niet denderend, werd dit geen succes.

Even een stukje historie. Tijdens dit gesprek, thuis bij de ouders van Dolf en Joop , werd besloten om oud-keeper Willem Koek bij ADO 1 te betrekken om de boel, qua sfeer,  weer vlot te trekken. Hij werd o.m. clubgrensrechter en – partijdig of niet – hij gaf zowat elke ingooi aan ADO. Maar ook deze aanstelling bracht geen succes.

Dolf wilde naar Quick, waar naartoe  Herman Choufoer [technische man] al  eerder was vertrokken. Maar dat ging in die tijd niet zomaar : de KNVB was bang, dat concurrerende clubs bij elkaar spelers zouden ronselen en stelde daarom een sanctie in : elke overschrijving ging gepaard met een jaar wachttijd.

Weer een stukje historie. Waarom zou Herman Choufoer na twee landskampioenschappen zijn ADO verlaten, waar hij vanaf zijn 10e voetbalde? Dit lag in het feit dat zijn vader, toenmalig voorzitter van ADO,  toegezegd was dat hij uit eten mocht gaan. Maar omdat hij de kosten niet had gedeclareerd, maar ADO had laten betalen, werd hij uit zijn functie als voorzitter ontheven. Dat pikte Herman niet. Hij vond dit dermate onrechtvaardig dat hij ADO verliet en naar Quick  ging.

Ook Dolf en Joop moesten een jaar wachten voor ze de overstap konden maken. Joop wilde namelijk in het kielzog van zijn broer mee. Om dit jaar te overbruggen ging broer Dolf  in Den Haag handballen  terwijl hij in Rotterdam economie ging studeren en Joop ging naar de sintelbaan op de Laan van Poot om bij Shot de atletieksport te gaan beoefenen. Met resultaat. Hij werd jeugdkampioen van Zuid Holland met een tijd van 11.9 seconde over de 100 meter. Ook deed hij op 15-jarige leeftijd een ijshockey-proeftraining bij de twee Canadezen van de Haagse Hokij. Dat ging goed, hij mocht blijven. Maar bij nader inzien koos hij toch maar voor voetbal.

Na dit jaar ging hij op 15-jarige leeftijd toch naar Quick, daar voetbal hem uiteraard meer ambieerde dan atletiek. Ook hier kreeg hij in de goal meestal weinig te doen en  ook bij Quick mocht hij de laatste wedstrijden voetballen. Toen hij in de wedstrijd Celeritas A 1- Quick A 1 drie doelpunten maakte, de een nog mooier dan de ander, mocht hij gelijk eenmalig aansluiten bij het tweede seniorenelftal. Hij maakte op 16-jarige leeftijd zijn debuut als keeper in het eerste van Quick tijdens de zogeheten Zilveren Haan-wedstrijden.  Dat zijn prestaties niet onder stoelen of banken werden gestoken, bleek uit het feit, dat Joop vervolgens werd uitgenodigd voor het UEFA-jeugdelftal, waarvoor hij met succes een aantal oefenwedstrijden speelde.  Ook werd hij uitgenodigd voor het UEFA-jeugdtournooi in Antwerpen. Echter, zijn vader zag dit niet zitten en hij vond e.e.a. bovendien te ingewikkeld.  Je moest in die tijd deviezen regelen, bovendien moest er voor Joop een paspoort geregeld  worden. Te veel heisa thuis bij de Niezens. Joop heeft vervolgens de KNVB meegedeeld dat hij van dit toernooi afzag. Later kreeg hij nog een uitnodiging voor Jong Oranje maar die wedstrijd werd helaas wegens sneeuwval afgelast.

Joop zag in 1953 een advertentie in de Haagsche Courant, waarin geinteresseerde spelers werden uitgenodigd zich  aan te melden om prof te worden. Men moest zich vervoegen in  een restaurant aan de Groot Hertoginnelaan. Hij  ging daar  op de fiets naar toe met zijn keepersspullen op de bagagedrager. Toen hij binnen kwam, zag de 17-jarige Joop allemaal bekende gezichten uit de Haagse voetbalwereld. Maar omdat het om  het door de KNVB verboden “wilde” voetbal ging, was er uiteraard geen veld beschikbaar. De eerste test was dan ook op het koolas van de fietsenstalling van de Houtrust-hallen. De tweede test was op Duinhorst door de Hongaarse trainer Vilmos Halpern. Deze vond Joops keeperskwaliteiten in orde , maar vond de 17-jarige Joop te jong. Hem werd bovendien verteld dat ze inmiddels Piet Kraak hadden gecontracteerd. Deze was toen al sinds 1946 international.

De profperiode.

Herman Choufoer ging  weer terug naar ADO en op zijn advies  ging Joop in 1954 met hem mee naar het vertrouwde Zuiderpark. De reden was,  dat het betaalde voetbal eindelijk erkend werd. Echter, de KNVB stond maar 18 betaalde spelers per club toe en Joop zou de 19e worden. Hij kreeg niettemin, hoewel in feite illegaal,  gewoon door ADO betaald en tekende een jaar later een contract.

Joop werd in 1955 opgeroepen voor de militaire dienst. Lichting 55/3. De basis opleiding was in Amsterdam Zeeburg en duurde twee maanden. Hierna volgde  de  kaderschool, die zes maanden in beslag nam.  Daarna werd hij paraat in Ermelo. Omdat hij maar eens in de veertien dagen naar huis mocht en zich zondags weer om 18.00 uur moest melden in Ermelo, kon hij het voetbal bij ADO wel vergeten. Hij zat hooguit af en toe op de bank.  Oud-ADO-er Ben Tap, toenmalig trainer van AGOVV, benaderde hem om in Apeldoorn te komen voetballen. Dit was qua tijd, tussen de appels door net haalbaar en dus ging hij  bij AGOVV keepen. Ook werd hij uitgenodigd voor een selectiewedstrijd van het Nederlands militaire elftal, dat toen onder leiding stond van Jan Zwartkruis. Deze had twee elftallen geselecteerd, waaronder vier keepers! Joop ging uiteraard naar Zwartkruis met de vraag: Wat doe ik hier eigenlijk? Waarop Zwartkruis antwoordde: Voetbal je wel eens? Ja? Oke, dan ben je vanmiddag mijn  linksback. Ja, zo ging dat toen…

Na zijn dienstttijd in 1957 wilde hij naar de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Daar hij de 4-jarige handelsdagschool had doorlopen, was  zijn vooropleiding  niet genoeg. Je moest de 5-jarige hebben gevolgd of op de HBS hebben gezeten. Met een aanvullend staatsexamen kwam e.e.a. voor elkaar :  hij schreef zich in bij de HALO.

Terugkeer naar het Zuiderpark

Daar zijn prestaties bij AGOVV dermate goed waren, werd hij door ADO gevraagd om terug te komen, dus ging hij retour naar het oude nest.

Omdat ADO in het seizoen 1958-1959 over nog twee keepers beschikte, t.w. Martin van Vianen en Piet van Oostrum, werd er echter vaak van keeper gewisseld waardoor zij  maar een keer per drie wedstrijden aan de beurt kwamen. Dit vond  Joop geen pretje, daar was hij te veel sportman voor.

Voor de 2e keer naar AGOVV

AGOVV hoorde van dit ongenoegen en benaderde hem, om weer voor AGOVV te komen keepen, waar hij wel oren naar had. In die tijd had je twee eerste divisies, die in het seizoen 1961-1962 tot een divisie getransformeerd zouden worden. AGOVV moest alles op alles zetten om in de eerste divisie te blijven.

Tegen Haarlem liep Joop echter een forse schouderblessure op, waardoor hij een aantal wedstrijden langs de kant stond. Daar de AGOVV-resultaten toen niet goed verliepen, werd er van bestuurszijde veel druk op hem uitgeoefend om de in elk geval de beslissende wedstrijd te keepen, wat hij ook deed.  De wedstrijd werd inderdaad met 1-0 gewonnen, maar AGOVV kwam 1 doelpunt tekort en degradeerde daardoor naar de tweede divisie.

DHC

Joop vervolgde zijn carriere, waardoor hij tevens de HALO kon blijven volgen, bij het Delftse DHC. In het seizoen 1963-1964 kwam hij daar bekende ADO’ers tegen zoals trainer Rinus Loof, Henny den Engelse en Carol Schuurman. Tijdens de wedstijd  Elinkwijk-DHC op 23 november 1963 – daags na de moord op USA-president Kennedy –  voltrok zich een doemscenario voor Joop.

Hij liep  in een op zich simpel duel een gecompliceerde rechterbeenbreuk op.

Dit is een foto in het Olympische stadion in mei 1963 DWS/A-DHC, waar hij een schot stopt van Arie den Oude.

Hierdoor moest hij negen maanden in liggips revalideren en kwam er abrupt na 10 jaar een einde aan zijn actieve voetbalcarrière.

Tevens moest hij zijn studie aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding beëindigen hoewel hij nog wel slaagde voor zijn theorie-examen.

De beste voetballers , waarmee hij heeft gevoetbald zijn volgens Joop : van Quick  Jan Verkaart en Jan Holtappel, van AGOVV  Herman Dijkgraaf en Henk Kanselaar en van ADO Mick Clavan, Theo Timmermans, Guus Haak en Harry Vreken.

Maatschappelijke carriere.

Terwijl hij nog in het gips lag,  nam hij contact op met hoofdredacteur Herman Kuiphof  met de vraag of hij bijdragen kon leveren voor diens Sportkroniek, het officiele  orgaan van de KNVB.  In 1964 kwam hij vervolgens in vaste dienst bij de VARA, waar hij o.m. verslaggever werd van het radioprogramma Marathon. In eerste instantie was dit  programma een samenwerking tussen VARA en KRO, waar later ook de AVRO aan mee deed. Marathon was de voorloper van het latere programma Langs de Lijn. In 1966 kreeg hij een journalistieke discussie met ir. Ad van Emmenes i.v.m. een verschil van inzicht over de moderne voetbaltraining, met name van de keepers. Joop werd daarin bijgevallen door de toenmalige bondscoach George Kessler. Deze discussie had grote invloed op zijn verdere carrière. In 1966 werd hij redacteur bij Voetbal International, al waar hij in 1969 hoofdredacteur werd.

Dat hij menig bekend persoon heeft geïnterviewd in zijn carrière moge duidelijk zijn.

 

.

 

 

 

 

 

 

 

Op  foto 1  is hij in gesprek met Sir Alf Ramsey in 1966. Hij wilde deze toen een interview afnemen en belde de FA op. Er werd hem gevraagd even geduld te hebben en tot zijn grote verbazing kreeg hij direct Sir Alf Ramsey aan de lijn. Deze vroeg Joop of de volgende dag hem zou uitkomen… Zo ging dit toen!

 

Op foto 2 interviewde hij Max Merkel op 2 oktober 1968  voor de wedstrijd FC Nurnberg-Ajax, waar deze toen trainer van was. Nog een historisch feitje. Weinigen weten, dat Max Merkel ook ADO nog enkele weken heeft getraind. Deze was toentertijd trainer van HBS. In 1954 ontsloeg  ADO de Engelse trainer Dick Groves. Er werd daarop voor enkele weken een beroep op Merkel gedaan.

Op foto 3 is Joop in gesprek met Ferenc Puskas met geheel links Ger Lagendijk, toen VVCS. Dit was voor de wedstrijd Real Madrid-Ajax op 25 april 1973. Deze wedstrijd staat menigeen helder voor de geest vanwege het briljante moment van Gerrie Muhren. Tijdens die wedstrijd hield Muhren ten aanzien van elf verblufte Real Madrid-spelers een balletje hoog… Puskas was in die tijd ambassadeur van Real Madrid.

Op  foto 4 is hij in gesprek met De Stoop. Deze was bestuurslid van de KNVB. Dit interview was naar aanleiding van het uitlekken van het voortijdig opstappen tijdens het EK van trainer George Knobel in 1976. Het Nederlands elftal speelde tegen Tsjecho Slowakije op 16 juni 1976, waarin scheidsrechter Clive Thomas rode kaarten uitdeelde aan Johan Neeskens, door een zeer grove overtreding en aan Wim van Hanegem, die de aftrap niet wilde nemen.

Op bovenstaande foto interviewt Joop in 1975 grensrechter Gerrit Kriek na een strafzaak. Toen PSV uit bij Feyenoord speelde , maakte Bertus Quaars de gelijkmaker. Echter deze werd afgekeurd door de grensrechter wegens buitenspel. Quaars ging verhaal halen bij Kriek en Quaars werd getracteerd op een kopstoot door deze grensrechter.

Johan Derksen was in dienst van het Nieuwsblad van het Noorden, maar hij schreef onder de naam Gerrit Westers stukjes voor de VI.[Westers was de achternaam van zijn toenmalige vrouw] . De hoofredacteur van het Nieuwsblad, Ger Vaders, mocht dit niet weten. Toen Johan werd verraden, verzon Joop de schuilnaam Freek ZOONTJES voor hem.

Documentaire over Jan van Beveren

In 1969 schreef hij het scenario van de bekroonde documentaire over de legendarische doelman Jan van Beveren: De Laatste Man. Hij maakte deze film samen met cineast Jan Schaper en cameraman Robert Collette. In deze periode was Joop een van de gezichtsbepalende sportjournalisten.

Dat Joop als hoofdredacteur pal achter zijn redacteuren bleef staan, blijkt wel uit het volgende. Op een gegeven moment kwam een boze Rinus Michels naar zijn kantoor in verband met een column die Johan Derksen had geschreven en waar hij het totaal niet mee eens was. Joop zei hierop :” Luister meneer Michels, net als Oranje is de redactie van de VI een team. Je hebt Cruijff en Van Hanegem, Neeskens en Suurbier nodig. En Derksen is onze Neeskens. Daar kon Michels het mee doen. Behalve Derksen trok hij ook de later bekend geworden Cees van Cuilenborg, Bert Nederlof en John Linse als redacteuren aan.

In 1974 versloeg hij samen met Chris van Leeuwen de WK-finale tussen Nederland en Duitsland. Ook in de jaren 70 verzorgde hij zes jaar achtereen het commentaar bij de wedstrijden van de Minivoetbal-show, waarbij Barend Barendse als een soort gastheer de spelers introduceerde en Joop het Ahoy-spektakel (bijna 2.000.000 tv-kijkers) van commentaar voorzag.

Arrestatie in Argentinie

Als journalistiek hoogtepunt beschouwt hij zijn artikelenreeks Voor, tijdens en na het WK in Argentinie 1978. In 1975 ging hij al naar Argentinie om polshoogte te nemen. Hier maakte hij iets ongeloofslijks mee. Hij werd namelijk gearresteerd. Wat was de reden? Zoals bekend stond Argentinie in die tijd onder het desastreus-economische Isabel Peron-regime  [zij was de derde echtgenote van Juan Peron], waardoor er een soort guerilla-burgeroorlog op gang kwam met dagelijks aanslagen over en weer. Jorge Videla was hoofd van de militaire junta. De sfeer was grillig en overal was zwaar bewapende politie op straat. Toen hij bij de Nationale Bank geld ging wisselen zag hij dat de koersen, die daar met de hand werden geschreven, enorm kelderden. Dit vond hij interessant, dus tijd voor een foto. Maar omdat fotograferen daar blijkbaar verboden was,  kwamen er van alle kanten agenten in burger op hem af en namen hem mee. Omdat hij in een aantekenboekje alle adressen en telefoonnummers [ook van mensen, die hij in Argentinie moest interviewen] had staan, scheurde hij dit blaadje eruit en verstopte dit razendsnel in zijn onderbroek. Na het laten zien van zijn perskaart, mocht hij na drie uur het ondergrondse politiebureau in de bank weer verlaten. Hij kaartte in Argentinie     ook het probleem aan, dat er geen kleurenuitzending kon worden verzorgd van het WK 1978. Als proef zond men toen een Grand Prix in kleur uit. Zo van: zie je wel, we kunnen het!

Tot en met de olympische spelen in Montreal van 1976 werkte hij  met eindredacteur Rob van der Gaast ook voor het radioprogramma Langs de Lijn.

In 1973 werd hij ook voorzitter van de Nederlandse Sport Pers, welke functie hij 3 jaar vervulde. Daarna werd hij gedurende 10 jaar secretaris van de stichting NSP Service. In deze functie introduceerde hij samen met Marina Witte de NSP- kaart. Deze identiteitskaart werd na moeizame onderhandelingen met de FBO het landelijke toegangsbewijs voor professionele sportjournalisten.

Bovenstaande foto is genomen naar aanleiding van een zaalvoetbalwedstrijd in Ahoy tussen de Rotterdamse Sportpers (met veel VI) en de Nederlandse trainers. Staande naast scheidsrechter Bijleveld, Ernst Happel, 6e van links Cor v.d. Gijp, 5e van rechts Joop Niezen, 3e van rechts Tonny van Ede, 2e van rechts verzorger Gerard Meijer en geheel rechts coach Dirk Nijs. Geknield 2e van links ex-bondscoach Elek Schwartz, 2e van rechts Hans Eijkenbroek en geheel rechts Joop Castenmiller.

In  1984 droeg hij het hoofdredacteurschap van VI over aan Cees van Cuilenborg. In Joop zijn periode als hoofdredacteur bij VI steeg de verkoop van 45.000-oplage in 1969 naar 184.000 in 1984. Dat dit afscheid niet alleen met een bloemetje werd afgedaan, blijkt uit onderstaande tekening van Rob Gorter,  waarop talrijke bekende voetbalfiguren afscheid van hem kwamen nemen.

Na zijn afscheid bij VI ging hij zich wijden aan het maandblad Sport International. Dit was geen kaskraker, maar wel kostendekkend. Het blad volgde de internationale sportwereld op de voet met tal van spraakmakende interviews. De Weekbladpers, uitgever van Sport International en Voetbal International, noemde het blad in die tijd  ‘ons sportieve visitekaartje’. Mooi blad met uitstekende medewerkers als o.m. Kees Kooman, topfotograaf Piet van der Klooster, John Linse, plus Joop. Helaas bestaat het blad inmiddels niet meer. Twee jaar na zijn vertrek was het gedaan.

ADO van toen en nu

Op de vraag, wat hij van de huidige situatie bij ADO vindt, zegt hij , dat je onvermijdelijk de neiging hebt om een  vergelijking te gaan maken, hoe ADO ooit was. Voor 1971 was ADO een van de best georganiseerde verenigingen. Een voorbeeld hoe een betaald voetbal vereniging gerund moest worden met geweldige bestuurders als Herman Choufoer, Eddy Hartman en Gerard Slager. De kentering kwam in 1971 toen de gemeente Den Haag, onder toenmalig wethouder Vink, wel steun wilde verlenen, maar daar de consequentie aan verbond, dat ADO en Holland Sport zouden fuseren. Na deze realisatie had je 2 verenigingen met een zeer verschillend karakter. Het imago dat ADO daaraan over heeft gehouden is een stuk minder geworden en hij vindt het een farce, dat het Rood Groen is verdwenen.

Ook wil hij nog wel kwijt, dat hij het een schande vindt, dat er op het heldenplein bij het stadion volkomen voorbij is gegaan aan het feit,  dat de spelers van de landskampioenschappen niet genoemd worden. Zelfs de topinternational Wim Tap, met 33 caps en toenmalig trainer komt er niet in voor.

Gepubliceerde boeken.

Ook heeft hij meerdere boeken gepubliceerd

  • Sterrenvoetbal, Hans Molenaar verzorgde korte portretten van de toen beroemde voetballers en Joop verzorgerde de technisch en tactische kant van de spelers.
  • VVCS jubileumboek, samen met Bert Nederlof
  • Jan van Beveren
  • Kroniek van de Olympische Spelen, waarin hij het Nederlandstalige gedeelte voor zijn rekening nam.
  • Drie corners pinantie.

 

Pensioen.

Toen hij met pensioen ging viel hij zeker niet in een zwart gat. Hij heeft nog wekelijks zo’n 100 colums uitgesproken voor Radio West en verder columns en verhalen geschreven in het VI van Johan Derksen. Ook op de NSP-site schreef hij jarenlang colums en had rtv-optredens bij de NPO, TV West en Andere Tijden Sport [Argentinie].

Vermeldenswaard is ook het feit, dat hij in de jaren 90 de Noordwijdse Hockey Club [NHC] gemanaged heeft en coach was van het Dames 1 team, dat hij naar de 2e klasse loodste.

Ook volgt hij het voetbal nog intensief, echter hoofdzakelijk via de televisie en  radio. Voor wat betreft de commentaren bij de wedstrijden uit de “bezemkast” heeft hij geen hoge pet op. Op een uitzondering na vindt hij, dat er maar weinig inhoudelijks wordt gezegd en een analyse bij een verslag ontbreekt. De sportjournalistiek is volgens hem verworden tot een vorm van amusement.

Tot slot keren we nog even terug naar zijn jeugd op de Troelstrakade om zijn passie voor jazz te verklaren.  Naast de familie Niezen woonde iemand, die geweldig piano kon spelen en bij Sprenger in de Passage eigen opnames liet maken. Ook broer Dolf was een uitstekend pianist en beiden speelden vaak samen. Deze persoon had ook een platenwisselaar, waarop 10 platen gelegd konden worden met voornamelijk Amerikaanse jazzmuziek. Joop werd hierdoor al tijdens de oorlog  gegrepen. De buurman vroeg aan Joop, of hij de muziek van Duke Ellington mooi vond, wat Joop volledig beaamde. Deze gaf hem die plaat, die Joop tot op de dag van vandaag nog steeds koestert. De passie voor jazz is hij nooit kwijt geraakt en bij ieder vrij minuutje luistert hij naar zijn favoriete jazzmuziek.

Tom Clavan

GOUD VAN OUD JAN VAN ASSELT

Op 5 december 1940 werd de familie Van Asselt niet alleen verblijd met de komst van Sinterklaas, maar nog meer met de geboorte van zoon Jan. De familie Van Asselt bestond uiteindelijk uit vader, moeder en vier kinderen. Jan was de één na oudste. Zijn zus was de oudste en na hem kwamen nog een zus en een broertje. Het gezin woonde in de Vleerstraat, achter de Torenstraat. Jan bezocht de Dr. Kuyperschool in de Reggestraat, maar toen de familie in 1948 verhuisde naar de Van Limburg Stirumstraat ging hij naar de Weeshuisschool in de Koningstraat. Jans vader was slager en werkte als filiaalhouder bij Kwakernaat in de Raaphorstlaan.  Jan voetbalde na schooltijd naar hartenlust met zijn vriendjes op een veldje aan het Huygenspark. In de straat woonde een gehandicapte man, die lid was van voetbalvereniging AVV (Arbeiders Voetbal Vereniging. Deze vereniging werd later omgedoopt tot A.V.V. Triomph). Deze man vroeg of Jan en zijn voetbalvriendjes geen zin hadden om bij AVV te komen voetballen. Dat zagen zij wel zitten en Jan meldde zich op 10-jarige leeftijd aan met nog zeven jongens uit de straat.

Na de lagere school moest Jan op zijn dertiende jaar gaan werken. Eerst ‘s morgens vroeg de krant lopen en daarna de slagerij in. Zijn eerste baan was bij slagerij Kwakernaat, waar zijn vader, zoals hierboven vermeld,  filiaalhouder was. Jan wilde wat betreft het voetbal inmiddels wel wat hogerop, naar ADO, en meldde zich op 14-jarige leeftijd aan bij Wout de Korte aan de Soestdijksekade. Hij onderging wat trainingen van David Westhoven en na vier maanden kreeg hij bericht, dat hij een proefwedstrijd mocht spelen. Na een half jaar werd hij officieel aangenomen als lid van ADO. Hij werkte zes dagen in week van ’s morgens zes tot ’s avonds acht uur. Daar de jeugd op zaterdag speelde, kon hij geen wedstrijden spelen in verband met zijn werk en trainde derhalve alleen maar. Hij moest wachten tot zijn 17e jaar en kon gaan spelen voor de senioren. Hij begon in ADO 11. Zijn eerste wedstrijd herinnert hij zich nog als de dag van gisteren. ADO 11 tegen VELO 9. Ook de uitslag zal hij nooit vergeten. ADO won met 5-2, hij scoorde twee keer. Na een paar wedstrijden had de elftalcommissie al gezien, dat er toch wel iets meer inzat dan het 11e elftal en Jan ging van het 11e  via het 9e, 7e, 6e, 5e, en het 4e  naar het 3e .

Het 7e elftal seizoen 1957-1958. De foto is genomen door de ADO huisfotograaf Jacobs.

Staand v.l.n.r.: Joop Schuchmann, N. de Groot (performance coach), Wim Schild jr., Gerard Duijndam, Bob de Groot, Jaap Hilbolling en Joop van der Weerd. Knielend v.l.n.r.: Cees Franse, Jan van Asselt, Jaap ter Heide, Floor van der Laar en Gerard Slager.

Eén van de spelers op de foto, die ik sprak, beweerde stellig, dat de spelers van dit elftal de ongekroonde koningen van het Tweede Gedeelte van het Zuiderpark waren. In dit team kwamen de kwaliteiten van Jan het best tot zijn recht. Het was het sterkste zevende elftal van ADO ooit.

In die tijd ging Jan ook op dansles. Bij dansschool Peter van Velsen op de Prinsegracht, hoek Turfmarkt. Hier ontmoette hij Ank  (Johanna Adriana) Berger. Het bleek liefde op het eerste gezicht.

Jan kan zich ook nog goed de datum herinneren: 13 september 1959. ’s Morgens om 10.00 moest hij met het 3e uit spelen tegen VFC 2. Na de wedstrijd stapte Jan met trainer David Westhoven op de tram om zich ’s middags bij het 2e te vervoegen als reserve voor de uitwedstrijd tegen Sparta 2. Het tweede elftal bestond uit Piet Oostrum, Theo Kleindijk, Hanny Aardse, Jacques Smit, Theo Verlangen, Joop Patisselano, Jaap Advocaat, Roel Timmer, Maarten Trommel, Wim Waasdorp en Henk van der Meer. Reserve was behalve Jan ook Wim Biere. Jan mocht invallen voor Hanny Aardse, die geblesseerd uitviel. Helaas werd er 2-1 verloren. Jan bleef wel bij het tweede elftal betrokken, zij het meestal als reserve en dan voornamelijk bij heel verre uitwedstrijden.

Op 20-jarige leeftijd moest Jan in dienst. Zijn taak bestond uit wachtlopen op Schiphol. Omdat Jan voetbal belangrijker vond dan de discipline in dienst, kwam het nogal eens voor, dat hij niet kwam opdagen op Schiphol. Dit kwam herhaaldelijk voor. Dat leverde hem drie maanden ‘Nieuwersluis’ op. Jan mocht er toen wel af en toe uit. Om met het militaire elftal te voetballen…

Inmiddels had zijn vader een slagerij overgenomen aan de Pomonalaan. Deze kreeg hartproblemen. Hierdoor kwam Jan vervroegd uit dienst. Hij was inmiddels kostwinner, omdat hij in de slagerij niet gemist kon worden.

Na zijn diensttijd trouwde Jan, in 1961, met zijn Ank. Er heerste toen grote woningnood. In Vlaardingen was een slager (Slagerij Van Es), die met  personeelstekort kampte. Daardoor bood hij werknemers bij gebleken geschiktheid dan ook een huis aan. Dus verhuisde Jan met zijn vrouw naar Vlaardingen. Hier werden zijn twee kinderen geboren, Jan en Monique.

Daar hij het voetbal erg mistte, meldde hij zich aan bij Fortuna Vlaardingen. Hij moest drie- tot viermaal in de week trainen. Daar de vergoeding  laag was en de werkzaamheden dermate zwaar waren kon hij het niet meer opbrengen daarmee door te gaan en stopte met voetbal. Dit kreeg de secretaris van VFC te horen en stond  vrij snel hierna bij Jan op de stoep met de vraag om  bij zijn club te komen voetballen.

Dit is het eerste elftal van VFC. Jan staat 3e van links. De trainer was Piet van Geest, die na zijn actieve voetbalcarrière bij DHC trainer was. VFC speelde in die tijd 1e klasse. Bij deze vereniging werd geen cent betaald, maar de secretaris had zo’n goed verhaal, dat Jan toch zijn voetbalschoenen weer aantrok.

Na drie jaar in het eerste van VFC gespeeld te hebben ging weer terug naar ADO. Hij was inmiddels met zijn gezin verhuisd naar Den Haag. Jan ging spelen  in het derde en vierde elftal. Bekende namen van het derde en vierde elftal waren o.a. Jan Mey, Arie Bakker, Henk Berkenpeis, Henk van der Meer, Jan Clavan, Maarten de Vos, Wil Verheul, Jan Robertsen, Gerard Duijndam, Gerrit Heysteeg, Jan Koning, Hans Wijnants, Piet Boon en Wim Biere, Tevens ging hij in de slagerij van zijn  vader werken, die inmiddels ook een slagerij in de Tedingerstraat in Leidschendam had gekocht.  Deze werden echter vrij snel daarna verkocht en hij ging bij de slagerijen van Van Zutphen in de Weimarstraat en in de slagerij Ammerlaan van Dongen in de Jan Luykenlaan werken.

In ADO 3 was David Westhoven de trainer en Theo Timmermans de leider. Er deden zich vaak hilarische voorvallen voor tussen Jan en de staf, waar zijn ploeggenoten van genoten.  In de rust van een wedstrijd werd er door de trainer tegen hem gezegd, dat hij geen gaatje in een pakje  boter schopte en degenen, die Theo Timmermans hebben meegemaakt, weten hoe tactisch deze dit nog kon aandikken, door te zeggen: ‘Heb je weer de hele nacht liggen…..’ Jan  werd zo furieus, dat hij zijn schoenen uitdeed en kwaad weg liep. Op donderdagavond, tijdens de concentratieavond na de training, waar de trainer en de leider achter een tafel zaten, bood hij dan weer zijn excuus aan en alles was vergeten en vergeven. Met David Westhoven had Jan een haat-liefdeverhouding. Onder Rinus Loof speelde hij zijn betere wedstrijden, daar deze trainer hem meer vertrouwen gaf.

Rond zijn 30ste ging Jan de horeca in. Hij bestierde La Espero op de hoek van de Weimarstraat en Valkenboslaan. Kort hierna nam hij een café aan de Troelstrakade  (Troelstra Bodega) over, waar menig concentratieavond op donderdag bij ADO (waarbij men een kwartliter melk kreeg) werd afgesloten tot in de kleine uurtjes in dit café en het voetbal in ruime mate werd doorgenomen onder het genot van menig drankje.

Daar het voetballen in het derde en vierde op een gegeven moment niet meer te combineren was met zijn werk stopte Jan bij deze elftallen en zakte hij via het 5e en 6e naar de veteranen. Ook hier kwam hij vele voetbalvrienden uit zijn eerdere periode tegen. Toen zijn toenmalige vriend Gerard Duijndam ging emigreren naar Israël werd er een speciale afscheidswedstrijd voor hem gespeeld.  Op de hieronder geplaatste foto van links naar rechts staand : Harry Suiker, Gerard Duijndam, Ger Hählen, Ton Lobel, Paul Kapel, Bob Oosterlaan, Jan Koning, Jan Mey, Arie Bakker en John Mansveld. Gehurkt van links naar rechts : Jan van Asselt, Alex Hoff, Wim Mooiman, Hans Veugelers, Bob Westhoven, Wim Waasdorp, Hans Wijnants en Jan van der Touw.

Toen hij 36 jaar was viel het werk niet meer te combineren met het voetbal. Jan had zich inmiddels in de zakenwereld gestort. Toch verloor hij het contact met zijn  ADO-vrienden niet uit het oog. Dit leidde in 2010 tot een geweldig reünie.

De commissie bestond uit Chris Willemse, Harry Suiker, Jan van Asselt, Gerard Slager en Mario van der Ende.

Terugkijkend op zijn ADO-tijd, vertelt Jan, dat hij weliswaar geen kampioenschappen meemaakte, maar dat het plezier er van afspatte. Ook genoot hij van ADO-honkbal. Het was een geweldige tijd en een voorrecht om  bij de vereniging ADO, wat een grote familie was,  te spelen. Het ADO-shirt was heilig en zo als hij zegt : ‘je wilde zelfs in het ADO-shirt naar de kerk. Hij vraagt zich dan ook af, waarom men dit in hemelsnaam heeft kunnen veranderen. ADO heeft een belangrijk deel van zijn leven uitgemaakt. Als hij zijn eigen voetbalkwaliteiten moet typeren, dan zegt hij , dat hij een echte pingelaar was en rechtsbinnen speelde. Zijn grote idolen van het eerste elftal waren Mick Clavan en Carol Schuurman, waarbij  Carol een streepje voor had door zijn passeerbewegingen op de vierkante meter.

Het gaat hem aan het hart, dat de vereniging zo is afgegleden en wijdt dit voornamelijk aan een slecht beleid.  Goede opvolgers van geweldige bestuursleden zoals Hartmann, De Doelder,  Choufoer en Slager zijn er helaas niet gekomen. Volgens hem moet Den Haag als de derde stad van Nederland  toch zeker een waardige Eredivisieclub kunnen voortbrengen.

Het voetbal volgt hij nog steeds. Ajax beschouwt Jan als de beste club van Nederland en vindt het voetbal fysieker en sneller dan vroeger. Zijn kleinzoon volgt hij iedere week. Deze speelde eerst bij Quick, waar hij een potentiële  eerste elftal speler had kunnen zijn, maar door gemakzucht dit niet waarmaakte. Hij maakte de overstap naar SVC’08, waar Jan een trouwe supporter is. Ook volgt hij iedere week een andere amateurvereniging.

Ondanks zijn leeftijd gaat Jan niet achter de geraniums zitten. Iedere ochtend om acht uur stapt hij op zijn scooter en doet dan hand- en spandiensten in ’t Goude Hooft en De Haagse Beek. Als hij dan ’s middags rond één uur weer thuis komt, wordt hij verwelkomd door zoals hij hen noemt zijn veldwachters, de  twee fila’s brasileiros.

 

GOUD VAN OUD  HENRI AARDSE

 


Op 9 oktober 1940 werd Henri Jan Aardse geboren in het  Haagse Valkenboskwartier. De familie bestond uit vader, moeder , 3 meisjes en Henri. De lagere school bracht hij door in de van Boylestraat. (Hier werd na de renovatie van de school de  CityKids opgericht, een instelling voor medische kindzorg tot 12 jaar).

Op 8-jarige leeftijd werd Henri door zijn oom Bob Stam (oud-internationaal en speler van VUC) gevraagd, of hij niet bij een vereniging wilde voetballen. Dit wilde hij dolgraag en begon hiermee zijn loopbaan bij Cromvliet.

Op 10-jarige leeftijd werd hij door Hans Verbeek gevraagd, of hij geen interesse had om bij ADO te komen voetballen. Henri wilde dit graag en maakte de overstap naar het Zuiderpark. Dit ging echter niet zomaar, want hij moest eerst een proeve van balvaardigheid afleggen onder het bezielend oog van trainer Franz Fuchs.  Hiervoor slaagde Henri met vlag en wimpel en werd in 1950 ADO lid.

 

Foto van ADO-jeugd uit de jaren vijftig.

Staand v.l.n.r. Theo Verlangen, Henk Arends, Wim Biere, Hans Gouka, Hanny Aardse, Alex Hoff, leider Aad van Zon. Zittend v.l.n.r . Jan de Boer, Rudie Sackman, Charles Vonhoff, Jacques Smit en Fred Eckhardt.

In de jeugd werd Henri al gauw door Hans Wijnants Han genoemd en de naam Hanny werd al snel door iedereen overgenomen. Men kende hem dus alleen als Hanny en men stond dan ook gek te kijken, dat hij in 2010 bij hernieuwde kennismaking na 40 jaar afwezigheid bij ADO Henri, zijn echte voornaam, gebruikte.

Vanaf de junioren 4e klas tot en met de A 1 junioren was Hanny meestentijds aanvoerder en als voorhoedespeler werd hij door Jan van Beek omgeschoold tot linkshalf. Het waren zeer sterke jeugdelftallen waarin hij speelde met spelers als o.a. Jacques Smit, Theo Verlangen, Peter Hoet, Martin van Vianen, Fred Eckhardt en Jaap Advocaat, die jaar in jaar uit kampioen werden. Het hoeft geen betoog, dat ADO geen slecht figuur sloeg op de jaarlijkse toernooien bij Feyenoord, Ajax, Blauw Wit en PSV.  Ook in buitenlandse toernooien kwam ADO altijd in aanmerking voor prijzen.

In deze periode richtten Gerard Slager, Hans Wijnants en Hanny het eerste juniorenbestuur op.

Toon Martens (midden) was voorzitter van ADO. Later werd hij voorzitter van de club en directeur van het KNVB Sportcentrum in Zeist. Helemaal rechts op de foto Theo Timmermans. Op de achtergrond “de vliegende keep”, Henri’s eerste kunstwerkje.

Als 14-jarige speelde Hanny in het seizoen 1955-1956 in drie verschillende jeugdelftallen nl. 2 A en met dispensatie voor 1 A en A1 (16-jarigen). Met alle drie de elftallen werd hij kampioen.

Na de lagere school ging Hanny naar de middelbare handelsdagschool, waar hij ADO’er en vriend, alsmede de oprichter van ons fonds De Reservebal  Dick Spijkerman ook tegen kwam en met wie hij nog steeds goede contacten onderhoudt.  In het laatste jaar van de handelsdagschool ging Hanny naar de Haagsche Kunst Academie voor beeldende kunsten. Dit was een  avondacademie, waar hij de studierichting reclametekenen en decoratie volgde. Ook kreeg hij hier schilderles. Hanny  liep twee jaar stage en deed ook decoratie- en etalagewerkzaamheden. Hij tekende ook enige tijd voor De Sportgids vooral karikaturen van bekende voetballers.

Op 17-jarige leeftijd tekende Hanny  zijn eerste contract bij ADO. De bedragen waren toen iets anders dan tegenwoordig. Hij  verdiende 60 gulden per week voor de trainingen, 120 gulden bij winst, 80 gulden voor een gelijkspel en 40 gulden bij verlies. Op deze leeftijd speelde hij zijn eerste wedstrijd voor ADO 1. Hij kan het zich nog zeer goed herinneren. Het was  de wedstijd tegen Elinkwijk. Trainer was Rinus Loof. Bij Elinkwijk liepen bekende namen zoals Reinier Kreijermaat (later Feyenoord), keeper Piet Kraak en Humphrey Mijnals . Wat nog steeds fris in zijn geheugen staat is, dat hij voor de rust tot tweemaal toe in zijn edele delen werd geknepen. Hij was hierover zeer verontwaardigd en vertelde dit in de rust tegen Guus Haak. Deze zei hem, dat hij zich daarom niet druk hoefde te maken en dat hij dat wel zou oplossen. De dader bleek in de tweede helft zeer ongelukkig te zijn gevallen, zodat verder spelen niet meer mogelijk was.

Op een avond ging Hanny met een vriend naar een dansavond en hij zag daar een leuk meisje staan. Henri maakte hem daarop attent, waarop zijn vriend naar deze jongedame stapte (en na een dansje met haar)  wees  op de ADO-voetballer. Heel ad rem vertelde zij die vriend, dat ze geen voetballer  moest met kromme benen. Echter, de vlinders kwamen later toch versterkt bij Joke naar boven. Joke en Hanny kregen verkering en trouwden in 1963. Uit dit huwelijk werden twee zonen geboren.

De diensttijd bracht Henri door op Ypenburg. Hij had de commandant op zijn hand. Hij mocht thuis slapen en als er appèl was, werd hij door diezelfde commandant gewaarschuwd. Na de diensttijd begon hij voor zichzelf als decorateur/etaleur  en kon in de middag de ADO-trainingen volgen. Na twee jaar werd hij vertegenwoordiger van Colgate Palmolive. Daar Hans Wijnants, Theo Verlangen en Alex Hoff ook in de salesvertegenwoordiging zaten, werd er al snel afgesproken om in een café aan de Regentesselaan voortaan te gaan lunchen.

2e elftal1958-1959

Staand v.l.n.r.: leider Joop van den Bogert, Hanny Aardse, Theo Dusbaba, Theo Verlangen, Jacques Smit, Arie Bakker, Koos Endlich, grensrechter Daan Blok . Zittend v.l.n.r.: Ger Hup, Harry Vreken, Wienus Schook, Wim Waasdorp en Lex Rijnvis. Trainer was David Westhoven.

Als ADO 1-speler bleef hij erg betrokken  bij de jeugd en sloeg weinig zaterdagen over om de  jeugdwedstrijden te volgen. Er werd dan ook steevast een  beroep op hem gedaan om als scheidsrechter of als leider op te treden, wat hij altijd met veel plezier deed. Toen hij in het eerste speelde, kwam hij bekende voetballers als tegenstander tegen, aan wie hij een aantal jaren eerder nog handtekeningen had gevraagd zoals Abe Lenstra, Cor van der Hart en Faas Wilkes.

ADO in het seizoen 1961-1962

Staand v.l.n.r.: trainer Rinus Loof, Wim Waasdorp, Gerrie Hup, Hennie den Engelse, Carol Schuurman, Cock Clavan, Mick Clavan en Lex Rijnvis. Zittend v.l.n.r.: Hanny Aardse, Hans van der Hoek, Piet Oostrum, Guus Haak, Jan Villerius en Jan Verhoek.

 

In 1962 nam Ernst Happel  als trainer het stokje over van Rinus Loof.  Op de foto de ADO-selectie uit 1962-1963. Staand v.l.n.r.: Ernst Happel, Hans van der Hoek, Jan Verhoek, Harry Heijnen, Carol Schuurman, Donald Feldmann, Maarten Trommel, Mick Clavan, Henny den Engelse, Piet Oostrum. Zittend v.l.n.r.: Martin van Vianen, Jan Villerius, Piet de Zoete, Theo Kleindijk, Cock Clavan, Guus Haak, Theo Verlangen en Hanny Aardse. 

In 1963 werd afscheid genomen van de gevestigde namen zoals Carol Schuurman, Hennie den Engelse, Mick Clavan, Cock Clavan en Guus Haak, om met een verjongd elftal het seizoen 1963-1964 in te gaan. Carol Schuurman en  Hennie den Engelse gingen naar DHC, waar ook  Rinus Loof trainer werd, Mick Clavan ging naar Holland Sport, Cock Clavan naar Haarlem en Guus Haak werd naar Feyenoord getransfereerd. Ernst Happel ging komende jaren aan een jong en enthousiast elftal bouwen.

Staand v.l.n.r.: Ernst Happel, Jan Villerius, Martin van Vianen, Aad Mansveld, Theo van der Burch, Jacques Smit, Joop Jochems , Freek van der Lee, Ton Thie en Hanny Aardse. Zittend v.l.n.r.: Harry Heijnen, Piet van Miert, Lambert Maassen, Piet de Zoete, Kees Aarts.

Tijdens zijn voetbalcarrière vergat Hanny zeker zijn maatschappelijke carrière niet en volgde allerlei cursussen, omdat hij al gauw in de gaten had , dat alleen voetbal een wankele basis was. Het seizoen 1965-1966 bracht voor Hanny niet wat het wezen moest. Hij werd geplaagd door veel blessures. Het elftal draaide op dat moment zeer goed (werd derde in de eindrangschikking) en hij had de pech, dat er een sterke concurrentie was en terug moest komen in een winnend elftal, dat vrijwel zonder blessures de competitie afwerkte.

ADO in seizoen 1965-1966: van boven naar beneden: Martin van Vianen, Jan Villerius, Ton Thie, Freek van der Lee, Hanny Aardse, Aad Mansveld, Theo van der Burch, Joop Jochems, Jacques Smit, Piet de Zoete, Lambert Maassen, Harry Heijnen, Piet van Miert, Ernst Happel en Kees Aarts.

Hanny speelde met ADO vier bekerfinales en wel in 1959, 1963, 1964 en 1966.  Helaas werd er geen een van gewonnen. In totaal speelde hij 185 wedstrijden, waarvan 122 competitiewedstrijden (2x gescoord) , 17 bekerwedstrijden, 1 Europese wedstrijd, en 45 oefenwedstijden (1x gescoord), in Zweden, Zwitserland, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Engeland en België.

Aan het einde van het seizoen 1965-1966 vertrok Hanny naar Holland Sport, dat 35.000 gulden voor hem betaalde als vergoeding.  Hier kwam hij een hoop bekenden tegen uit zijn ADO-periode. De selectie bestond o.a. uit voormalige ADO’ers als Woody Louwerens, Martin van Vianen, Koos van Dullemen, Theo Kleindijk, Theo Verlangen, Martin Kloor, Henny den Engelse, Mick Clavan, Jaap van den Berg , Fred Prosman, Jaap Advocaat en Maarten Trommel.  Trainer was Cor van der Hart.

Door problemen met zowel trainer Cor van der Hart als met voorzitter Luc Kroesemeijer  stopte hij na een half jaar bij Holland Sport. Hij wilde wel graag bij de amateurs gaan voetballen, maar daar stak de KNVB een stokje voor. Er was namelijk een bepaling, dat als iemand als prof abrupt stopte bij een betaalde vereniging hij twee jaar lang niet aan amateurwedstijden mocht deelnemen.

Hij verhuisde naar Krimpen aan den IJssel en na twee jaar , toen zijn “straf” er op zat, ging hij voetballen bij de veteranen van Excelsior, waar hij oude bekenden tegen kwam uit Sparta en Feyenoord, tegen wie hij gevoetbald had.  Gerard Cox was nog enige tijd leider van dit elftal en hij speelde o.a. met huisvriend Wim Visser (waar hij ook in Holland Sport mee voetbalde), Thijs Libregts, Arie Vermeer (oud-international) , Arie den Hartog (keeper van Sparta), Henk Schouten en onze  ADO golfmasters kampioen van 2019 Frans van der Heide. Hij stopte hiermee in 1983.

Op 27-jarige leeftijd kreeg hij een aanbieding om hoofdvertegenwoordiger van GABA (Golden Apotheek Basel) te worden. Deze firma had in Nederland een eigen vestiging en ook de vertegenwoordiging van Hoffmann La Roche, een grote farmaceut,  Elmex was de medicinale tandpasta en ook de Wybertjes kwamen hier vandaan. In de loop van 12 jaar klom Henry op van hoofdvertegenwoordiger tot sales marketing directeur. Tijdens de thuisreis op Oudejaarsavond/Nieuwjaarsdag verongelukten de algemeen directeur en zijn vrouw in een vaart. Henri werd daarna door het Zwitserse bestuur gevraagd om algemeen directeur te worden. Daar hij zijn creativiteit niet meer kon ontplooien in deze kantoorfunctie geen plezier meer had in het algemeen directeurschap stopte hij hiermee na drie jaar. In die tijd had hij een chalet in Zwitserland, dus skiën was in de winter zijn favoriete hobby.

Na een periode van anderhalf jaar als directeur van een farmagroothandel te hebben gefunctioneerd startte hij op 48-jarige leeftijd  een eigen onderneming als business consultant en deed voornamelijk zaken met de voormalige Oostbloklanden. Het sporten vergat hij niet en was regelmatig te vinden op de tennis- en golfbaan. Om zo goed mogelijk te presteren was hij aan beide sporten een kapitaaltje kwijt aan lessen. Ook was hij in die periode sponsor in de sportwereld.

In 1994 op zakenreis in Polen reed een straalbezopen Pool uit Krakau hem frontaal aan en bezorgde hem een dwarslaesie. Normaal  gesproken zou je bij de pakken neer gaan zitten, maar Henri nam de revalidatie net zo fanatiek op als toen hij zijn sporten beoefende. Hij ging er van uit, dat je niet aan beperkingen, maar aan nieuwe mogelijkheden moet werken en niet zoals veel patiënten in de slachtofferrol  moet kruipen. Dit heeft dusdanig tot resultaat geleid, dat hij zelfstandig kon gaan staan en met stevig vasthouden en uiteraard met hulp de loopband op. Dit had niemand verwacht. Mede door de enorme inzet van  o.a. zijn vrouw Joke kwam Henri voldoende in beweging. Henri handbiket iedere dag, het liefst zo hard mogelijk, (zie foto boven) ongeveer 30 kilometer op de fietspaden in  zijn woonplaats Almere. Tevens bezoekt hij twee keer per week een fysiotherapeut bij de sportschool.

Terugkijkend op zijn voetballoopbaan zegt hij, dat het spelen in de jeugdelftallen bij ADO veruit zijn allermooiste tijd was, door het enorme plezier dat hij toen  in het voetballen had en met het toenmalige fijne clubgevoel bij ADO. Dit heeft hij nooit meer teruggevonden in het betaalde voetbal. Hij volgt het voetbal op afstand en vindt een samenvatting meer dan genoeg. Een hele wedstrijd vindt hij moeilijk op te brengen. Ook wil hij nog opmerken, dat er met alle respect voor Aad Mansveld, in Henri’s tijd bij ADO, sinds het betaalde voetbal, voetbaltechnisch gesproken twee andere ADO-voetballers iconen waren te weten Mick Clavan en Theo Timmermans. Ook vond hij het geweldig om met zeer goede voetballers als Carol Schuurman en Guus Haak te hebben gevoetbald. Wat hij ook onbegrijpelijk vindt, is dat het publiek in sommige spelers grote culthelden zien en dat zij op handen worden gedragen. Het huidige voetbal vindt hij veel atletischer dan vroeger, maar voetbaltechnisch is het er helaas niet beter op geworden. Ze kleunen er volop in en jagen de bal te pas en te onpas de tribune in. Fair play is ver te zoeken en men is niet in staat een mooie pass over 10 of 20 meter naar hetzelfde shirtje te spelen. Met helaas ook voor ADO Den Haag dit jaar degradatie tot gevolg.

Zijn dagelijkse bezigheden zijn nu handbiken, kunstschilderen en fitness. Als linkshandige had hij een dubbele handicap, omdat zijn linkerhand door het ongeluk was misvormd en zich moest aanleren, om rechts te leren schilderen.  Hierboven zien we een schilderij, dat de toenmalige commissie van de PensionADO’s mocht ontvangen in 2012. Dit gebruiken we nog steeds op onze mailpost. Ook werd de eerste prijs gedurende vijf jaar voor de winnaar van het golftoernooi door hem geschilderd. Hieronder zijn nog drie schilderijen, die hij voor 3 van zijn sportende 4 kleinkinderen heeft geschilderd in coronatijd. Tot slot zegt Henri, dat met de onontbeerlijke steun van Joke en een klein team van heel bevlogen dagelijkse zorgverleners hij zich een goudhaantje voelt, wiens enige beperking is, dat hij niet kan lopen. DIT IS EIGENLIJK ALLES.

ADO-PENSIONADO’S GOUD VAN OUD: ARIE BAKKER

Op 29 januari 1938 werd het gezin van Arie (sr.) en Sien (Clasina) Bakker verblijd met een tweeling. Met een dochter, Lida en een zoon Arie (jr.). De tweeling groeide op in de Leeghwaterstraat en na vier jaar diende ook zoon Nelis zich aan. De lagere schooltijd bracht Arie door in de Draaistraat, waar hij met zijn mede schoolgenoten vaak voetbalde en altijd het doel verkoos boven het veldvoetbal.

Op 11-jarige leeftijd mocht Arie bij ADO een proefwedstrijd spelen. Zelf zegt hij hierover, dat een door hem gestopte penalty de doorslag had gegeven om lid van ADO te mogen worden. Na de lagere school ging hij naar de ambachtsschool op het Veluweplein. Welke Hagenaar kent die school niet? Duizenden mensen liepen bij een thuiswedstrijd van ADO via de Hoefkade langs het Veluweplein om via de beelden naar het stadion te gaan.

Daar Arie in het bedrijf, dat door opa Bakker opgericht was in 1902 en in 1915 verhuisde naar de Waldorpstraat, graag zijn maatschappelijke carrière wilde beginnen, was de ambachtsschool natuurlijk een logische keuze. Helaas bestond er geen vak steenhouwen en daarom besloot Arie om dat van schilder te kiezen.

Bij ADO doorliep Arie de pupillen, aspiranten en de junioren. In de junioren was Ben Tap zijn trainer en speelde hij o.a. met Fred Eckhardt, Jan Mey, Adri de Lugt, Harry Suiker, Peter Wilbers en Pinus Woltman. Leider was Joop van den Bogert.

Nadat Arie met goed gevolg de ambachtsschool had verlaten, ging hij werken bij zijn opa en vader in de steenhouwerij, waar hij het vak ging leren.

Op 17-jarige leeftijd kreeg hij dansles bij dansschool Munts in de Delftselaan. Hij liet niet alleen zijn voeten spreken, maar gooide ook al zijn charmes in de strijd om Leny te veroveren. Dat dit lukte blijkt wel uit het feit, dat ze op 6 juni 1963 trouwden.

Na een paar jaar in de steenhouwerij gewerkt te hebben werd Arie opgeroepen voor de militaire dienst. Hij volbracht zijn diensttijd in Ede bij de verbindingen in de Elias Beekmankazerne. Na deze tijd ging hij weer in de steenhouwerij werken en keepte inmiddels in het derde. Dit ging hem zo goed af, dat Herman Choufoer hem in 1960 een semiprofcontract aanbod, wat Arie gretig accepteerde.

Arie keepte 2 jaar als semiprof in het tweede en maakte Ernst Happel en Rinus Loof als trainers mee. Over Ernst Happel zegt hij: ”Als trainer was hij geweldig, maar als mens vond ik hem onsympathiek’’.

Arie’s profcollega’s in de goal waren Piet Oostrum en Martin van Vianen. Tijdens deze periode keepte hij tweemaal in het eerste en wel uit tegen Willem II (27 november 1960, uitslag 4-0) en thuis tegen Ajax (16 april 1961). Bij Ajax speelden o.a. de gebroeders Cees en Henk Groot en Sjaak Swart mee. Deze wedstrijd werd met 1-3 verloren.

Ook speelde Arie in het honkbalteam met o.a. Fred van Gulik en gaf hij samen met Piet de Zoete training aan het ADO-jeugdelftal met o.a. Leo de Caluwé, Aad de Mos en Dick Advocaat. Arie kan zich nog goed herinneren, dat Dick Advocaat naar hem toekwam in het kamertje waar Ward Nijhuis zijn domein had en vroeg: “Trainer, word ik ooit een goede voetballer?” Waarop Arie zei: ”Als je heel goed je best blijft doen, dan kom je er wel”.

Na twee jaar semiprof te zijn geweest bleef Arie ADO trouw en ging hij in het 3e elftal bij de amateurs keepen en zich verder richten op zijn maatschappelijke carrière in de steenhouwerij. Ook bij de amateurs behaalde hij successen. Naarmate de leeftijd vorderde ging hij naar het vierde en werd ook daar kampioen. Een foto van dat elftal is te zien bij het vorige ‘Goud van Oud’-interview met Jan Koning.

In de zomer van 1973 vertrok Max de Jong, keeper van het 3e elftal, bij ADO en er werd een beroep gedaan op de toen 35-jarige Arie. Zonder probleem stelde hij zich beschikbaar. In deze periode trainde hij ook het aankomend keeperstalent, de 18-jarige Hans Suiker. Afwisselend stonden ze in het 3e in de goal en het werd een succesjaar. ADO 3 werd kampioen van de reserve 1e klasse en moest voor het algeheel kampioenschap van Nederland voetballen in Zeist. Arie geeft zelf toe dat Hans hem qua keepen eigenlijk voorbij was gestreefd, maar Hans zei dat ze dit samen hadden bereikt en dat daarom in Zeist om en om gekeept moest worden. En dan ………. de finale.
Ook hierin speelden Arie en Hans allebei één helft. ADO 3 werd kampioen van Nederland!

Wat is dat nou ? Het behalen van het kampioenschap van Nederland en dan aankondigen dat je er mee stopt? Arie had zich voorgenomen dat het na Zeist op 36-jarige leeftijd genoeg was geweest. Niemand wilde dit geloven, maar Arie hield voet bij stuk. Ook had hij niet zo veel zin meer in de trainingen. Voor de laatste maal legde hij zijn voetbalspullen klaar op de bank voor zijn afscheidswedstrijd. Altijd tot in de puntjes verzorgd en uiteraard mocht de pet niet ontbreken.

Na incidenteel nog een wedstrijd in de veteranen gekeept te hebben, was het genoeg geweest. Hoewel Leny totaal niets gaf om voetbal en ook geen wedstijd ooit heeft gezien, gaan er ook complimenten naar haar uit omdat Arie te allen tijden voor zijn hobby kon kiezen.

Inmiddels had hij de steenhouwerij samen met zijn broer Nelis van zijn vader overgenomen, waar hij nog vaak van zijn werk werd gehouden omdat er veel aanloop van ADO’ers waren die langs kwamen voor een “bakkie”. Daar had Arie helemaal geen bezwaar tegen. Arie ging ook Europa door met name naar Portugal, Italië en België om steengroeves te bezichtigen en om marmer en andere steensoorten uit te zoeken en te kopen. Tevens kocht hij antiek marmer, waar broer Nelis op maat platen van maakte voor kastjes of tafels. Dat zij zeer bekwaam waren in hun vak bleek wel uit het feit, dat zij eervolle opdrachten kregen. Zoals werkzaamheden in het Vredespaleis, aan het bordes van Huis ten Bosch en aan de fontein op het Binnenhof.

Als alternatief voor het voetbal was Arie veel te zien langs de Aa bij Zoetermeer, waar hij regelmatig een hengeltje uitgooide. Ook ging hij zich steeds meer verdiepen in de schilderkunst van vooral de Haagse School en bezocht hij musea. Dat zijn kennis over de schilderijen van de Haagse School zo groot is, blijkt wel uit het feit, dat hij veel kunsthandels van adviezen voorziet onder wie Mark Smit uit Ommen.
In 1995 drong de gemeente Den Haag aan op een serieus vertrek van de steenhouwerij vanwege nieuwbouw en de Haagse Hogeschool. Verplaatsen van het bedrijf werd wel overwogen, maar gezien hun leeftijd vonden Nelis en Arie dit geen goed plan en lieten zich uitkopen.

Op de vraag, of Arie het voetbal nog volgt, beaamt hij dit volledig, alleen gaat hij niet meer de wedstrijden live bekijken. Voor hem was er maar één stadion en dat was het Zuiderpark. Of hij nog idolen had tijdens zijn semiprofcarrière vindt hij idolen iets te overschat maar vond vooral Jan Villerius en Harry Vreeken bijzonder sympathieke mensen en voor wat het voetbal betreft was Mick Clavan toch wel de grootste.
Wat Arie het meest gemist heeft na zijn actieve voetbalperiode is het ADO-gevoel. Het gevoel, het contact met de jongens, met wie je gevoetbald hebt. Hij mijmert over de mooie herinneringen aan het ADO, dat helaas niet meer bestaat. Daarom is Arie dolblij met de jaarlijkse PensionADO-dag, waar hij al zijn oude makkers weer ziet. Hij vindt het daarom vreselijk, dat het dit jaar niet door is gegaan vanwege corona.

ADO-reünie in 2010 v.l.n.r: Frank Hoogendorp, Wim van Laar, Omer Kouer, Bert Kouer, Hans Verhagen, Chris Willemsen en Wim Fial. Zittend v.l.n.r: Hans Suiker, Arie Bakker en Philip Tienhoven.

GOUD VAN OUD: JAN KONING

Het duurde vier jaar, voordat Jan Koning de stap naar ADO waagde. Op zijn 15e speelde hij al in het eerste elftal van Cromvliet, de club van zijn familie. ADO trok aan hem, maar zijn familie wilde niets van een overstap weten. Op zijn 19e nam Jan Koning zelf de stap naar het Zuiderpark te gaan. Om er vervolgens zijn voetballeven lang nooit meer weg te gaan.

Jan werd geboren op 16 september 1936 in de Jan ten Brinkstraat en  verhuisde na een paar maanden naar de Isingstraat, waar hij 25 jaar heeft gewoond. In het Laakkwartier bracht hij zijn hele jeugd door. In de Linnaeusstraat bezocht hij de lagere school, waarna hij in de Capadosestraat naar de middelbare school ging. Op zijn 10e jaar werd Jan lid van Cromvliet, waar heel zijn familie ook voetbalde. Daar hij stijf links was, begon hij als linksbuiten. Op zijn 15e jaar werd  hij in het eerste opgesteld, wat niet onopgemerkt bleef, want ADO trok al snel aan hem. Daar er veel protesten vanuit zijn familie (echte Cromvlietmensen) kwamen bleef hij Cromvliet trouw.

Op 19-jarige leeftijd trok hij toch de stoute schoenen aan en ging naar Nico de Doelder, (voorzitter van ADO) om te vragen of hij mocht mee trainen. Deze zei, dat hij de volgende dag maar moest komen. Toen werd Jan door trainer en oud-speler David Westhoven onder handen genomen. Deze zag duidelijk potentie in hem en hij mocht bij ADO blijven. Na een paar weken deed hij mee met het tweede en zijn eerste wedstijd staat nog vers in zijn geheugen. Feijenoord 2 uit. Hij keek zijn ogen uit en zag spelers van Feijenoord, die normaal in het eerste stonden. Hij begreep er niets van en vroeg dit aan Adri de Lugt, (ook een oud Cromvlietman en laatste man van ADO 2) hoe dit zat. Adri vertelde hem, dat als spelers geblesseerd waren geweest zij via het tweede weer minuten konden maken. Ook de uitslag weet hij nog precies: 4-1 verlies. Wat hem ook nog heel goed voor de geest staat, is de uitwedstrijd naar MVV. Vanuit de Isingstraat fietsen naar de beelden in het Zuiderpark om daar om 07.00 te verzamelen. Daarna op de fiets naar  het station,  met de trein naar Maastricht, om ’s avonds weer laat thuis te komen.

In het derde

Na zijn militaire dienstperiode, die hij vervulde bij de marine, ging Jan werken bij Esso.

Manager Eddy Hartmann zei hem, dat hij met het tweede kon blijven meetrainen, maar dat deze training wel om 15.30 uur begon. Dit accepteerde Esso niet en Jan koos voor zijn maatschappelijke carrière. Hij werd wel gevraagd door Holland Sport, waar de training pas om 18.30 uur begon. Volgens Eddy Hartman moest Jan dan eerst 2 jaar naar een amateurvereniging gaan om vervolgens naar een betaalde vereniging over te stappen.

Jan hakte de knoop door en besloot in het derde van ADO te gaan voetballen.

David Westhoven was trainer van het derde, waar oud eerste elftalspelers in liepen, zoals Jacques Smit, Wim Waasdorp, George van Rosmalen, Jan van Beek en Wim Timmermans. Henk de Mos, de vader van… Aad, was leider. Hij beleefde meerdere kampioenschappen met toch wel als hoogtepunt, dat de Harry de Hartogbeker 3 maal werd gewonnen. In 1962 trouwde Jan met Ria Ros. Uit dit huwelijk werd een zoon en een dochter geboren. Na verloop van jaren werd dit derde het vierde elftal, waar Jan als trainer Piet van Oostrum en Frans van der Nolk van Gogh meemaakte. Ook met dit vierde elftal is hij meerdere keren kampioen geworden. Van linksbuiten ging Jan naar het middenveld.

Veteranen

Naar mate de leeftijd vorderde kwam Jan in het 7e terecht, het veteranenelftal, waar hij laatste man werd. Het elftal bestond o.a. uit : Rob Westhoven, Jan Mey, Hans Wijnants, Ward Swart, Wim Waasdorp, Hans Veugelers, Ger Hählen, Peter van Leeuwarden, Jacques Smit, Jan van Asselt en George van Rosmalen. Leider was Theo Timmermans. Daar Theo een gedeelte van zijn voetbalcarrière  (4 jaar) als prof  door had gebracht in Frankrijk bij Olympique Nîmes  werd hij daar nog steeds op handen gedragen. Hij had in Arles, in de omgeving van Nice nog een huis en nodigde het veteranenelftal met de dames uit om naar Arles te komen. Door zijn goede connecties aldaar had hij een hotel geregeld en het elftal werd ontvangen door de burgemeester.

Op 42-jarige leeftijd stopte Jan met voetbal, maar bleef wel betrokken bij ADO want zijn zoon speelde in de C1 en B1. Deze moest helaas op jonge leeftijd stoppen door knieklachten. Tevens verrichtte Jan nog de functies van lid van de jeugdcommissie en was hij voorzitter van de financiële commissie.

Zaalvoetbal

Door Wim Waasdorp werd Jan overgehaald om te gaan zaalvoetballen in de Oude Haagse Glorie, waar Jacques Smit, Wim Waasdorp, Peter van Leeuwarden, Ger Hählen,

John Mansveld en Rob Westhoven zijn teamgenoten waren. Op een gegeven moment zaten er nog maar 3 spelers in de kleedkamer. De rest was geblesseerd. Dit was voor Jan een teken om op 60-jarige leeftijd zijn voetbalschoenen aan de bekende wilgen te hangen.

Pensioen

Toen Jan met pensioen ging en met voetbal stopte, viel hij zeker niet in het bekende zwarte gat. Hij had nu ook meer tijd voor zijn andere hobby’s. Uiteraard blijft hij het voetbal op de voet volgen en brengt meerdere uurtjes door om zowel het buitenlands als binnenlands voetbal op de tv te bekijken. Behalve genieten van zijn 6 kleinkinderen heeft hij als verdere hobby’s tennis, tuinieren en vissen. Het vissen is hem eigenlijk aangeleerd door Arie Bakker. Met het veteranenelftal gingen ze een keer vissen, maar binnen 5 minuten zaten zijn teamgenoten in de kroeg en Jan en Arie waren de enigen, die bleven vissen. Arie heeft Jan de fijne kneepjes bijgebracht en ze hebben samen nog jarenlang aan de waterkant doorgebracht.

Jan heeft geweldig veel plezier aan zijn ADO-periode beleefd en mijmert nog over het gouden binnentrio Theo Timmermans-Carol Schuurman-Mick Clavan, waar hij enorm van heeft genoten.

Ook kijkt Jan altijd met veel genoegen uit naar de jaarlijkse PensionADOdag, die helaas dit jaar niet door ging in verband met corona, waar hij zijn oude voetbalmaten weer ziet.

Oud-speler Harry Vreken (85) overleden

Oud-speler Harry Vreken van ADO is overleden. Hij werd 85 jaar. Al op zijn zestiende maakte hij zijn debuut voor het eerste elftal. De toenmalige trainer Ben tap achtte de tijd daarvoor, maar Harry’s vader moest daarvoor wel toestemming geven. Dat gebeurde ook, want pa Vreken was maar wat trots, dat zijn jongste zoon in ADO 1 zou gaan spelen. Tot en met 1962 zou Harry Vreken in 113 competitiewedstrijden, zeven bekerduels en 31 vriendschappelijke ontmoetingen in het hoogste elftal van de club acteren. In een periode van ruim tien jaar speelde hij dus in totaal 151 keer in ADO 1. In de Eredivisie kwam hij tot 34 optredens en scoorde daarin negenmaal.

Harry Vreken kwam uit een zeer sportminnende familie. Hij werd geboren en groeide op in de Van Ostadestraat, waar zijn vader een bakkerij had. Harry was de jongste van de drie zoons, die het gezin Vreken telde. Gerry was de oudste en maakte deel uit van het ADO dat in 1942 en 1943 landskampioen werd. Deze was ook omstreden, omdat hij niet te werk gesteld wilde worden in Duitsland, maar koos voor een aan de Duitse bezetter gelieerde organisatie. Hierdoor kon hij zich blijven wijden aan zijn voetballoopbaan bij ADO. Toch werd hem dit kwalijk genomen en moest de club na de oorlog verlaten. Hij werd prof in Frankrijk. Harry, die twaalf jaar jonger was, maakte deel uit van het ADO uit de jaren vijftig. Hij maakte de overgang mee van het amateurvoetbal naar het betaalde voetbal. Hij kwam ook uit voor het elftal van ADO, dat op 28 november 1954 zijn eerste wedstrijd als (semi)profclub speelde. Thuis in het Zuiderpark tegen EDO, dat met 1-2 won.

Een hoogtepunt in de loopbaan van Harry Vreken was het kampioenschap, dat ADO in het seizoen 1956-1957 behaalde in de Eerste divisie A en daardoor voor het eerst promoveerde naar de Eredivisie. Dat seizoen speelde hij zeven wedstrijden mee en scoorde daarin eenmaal. Dat ene doelpunt deed er wel toe, want daarmee droeg hij concreet bij aan de zege van 3-1, die ADO in het Zuiderpark boekte in de ‘big match’ tegen directe rivaal Alkmaar. Deze overwinning bracht ADO definitief op kampioenskoers en richting Eredivisie. Op 5 mei 1957 ging de kampioensvlag in top na de thuiszege van 3-0 op De Graafschap.

Snelheid, hard schieten en een scherpe demarrage waren de sterkste wapens van Harry Vreken, die vrijwel altijd fungeerde als rechtsbuiten. In ADO’s kampioensjaar maakte hij deel uit van de vijfmansvoorhoede met Theo Timmermans (rechtsbinnen), Carol Schuurman (midvoor), Mick Clavan (linksbinnen) en Lex Rijnvis (linksbuiten). Harry Vreken toonde zich in rechtstreekse duels met tegenstanders enigszins voorzichtig. De gereserveerde indruk, die hij maakte, zal ongetwijfeld gekomen zijn door het feit, dat hij tweemaal zijn been brak. De eerste keer was dat op school, de tweede keer op het voetbalveld. Het aantal wedstrijden, dat hij speelde, was ongetwijfeld veel hoger geweest, als zijn blessuregevoeligheid hem niet diverse keren parten zou hebben gespeeld.

Na de invoering van het betaalde voetbal is Harry Vreken altijd semiprof gebleven. Hij werkte bij de Rijkscentrale Mechanische Administratie, dat later het Rijkscomputercentrum werd. Voor geen prijs wilde hij zijn baan daar opgeven. Toen ADO vanaf 1962 vaker overdag ging trainen, betekende dat min of meer het einde van zijn voetballoopbaan. Toen zijn werkgever in het kader van het door de overheid doorgevoerde beleid van spreiding van overheidsdiensten naar andere regio’s verhuisde Harry Vreken in 1970 mee naar Apeldoorn. Zijn gezin ervoer het vertrek uit het oude, vertrouwde Den Haag aanvankelijk als een dieptepunt. Het duurde even, voordat het in de Gelderse stad was gewend. Harry kwam toch regelmatig naar Den Haag, als er een reünie van ADO of een dag van de PensionADO’s werd gehouden, hoewel de laatste jaren de ouderdom steeds meer toesloeg en zijn mobiliteit aantastte.

ADO Den Haag is Harry dankbaar voor alles wat hij heeft gedaan en betekend. Ons medeleven gaat uit naar zijn nabestaanden.

PensionADO Charlef (Karel) Brantz schrijft tweede boek over Srebrenica

Karel Brantz (72), lid van de ADO PensionADO’s, brengt omstreeks 10 juli een boek uit met de titel ‘Srebrenica: de Schuldigen’. Het gaat hoofdzakelijk over zijn ervaringen binnen Defensie in het decennium na terugkeer uit Bosnië en sluit aan op zijn eerste boek dat zich concentreerde op de tijd die hij doorbracht als commandant van een internationale UN-troepenmacht in het noorden van Bosnie tijdens de burgeroorlog in Joegoslavië in de jaren negentig. Het boek is een analytisch verslag van de in Karels ogen falende cultuur binnen de Nederlandse overheid en politieke elites. Ontwikkelingen die volgens hem nu nog steeds niet zijn verbeterd.

In 2015 bracht Karel Brantz ook al een boek uit met de titel ‘De Srebrenica Dagboeken’. Dit boek was gebaseerd op dagboeknotities, die hij gedurende twee jaar bijhield in de periode van voorbereiding en uitzending van drie rotaties van Dutchbat. Kolonel bd Charlef Brantz, zoals hij nu heet, liet zich in zijn eerste boek kennen als een kritisch schrijver. Daarmee waren overheid en militaire leiders niet even gelukkig.

De Haagse voetbalwereld kent de schrijver als Karel Brantz, die in de jaren zestig furore maakte als speler van het toenmalige betaalde jeugdelftal van ADO, waar onder anderen Aad Mos, Dick Advocaat en Harry Vos zijn teamgenoten waren. Brantz tekende in 1966 zijn eerste contract, waarmee hij toen de jongste prof was. Twee jaar later bood ADO hem contractverlenging aan. Brantz was zo teleurgesteld over het financiële voorstel, dat hij het contract verscheurde, zijn profloopbaan beëindigde en zich vervolgens ging toeleggen op de ontwikkeling van zijn loopbaan als beroepsmilitair. Hij ging studeren aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Daar voetbalde hij enige tijd bij Baronie en speelde nog enige jaren zaalvoetbal.

Karel Brantz geflankeerd door Lex Schoenmaker en Aad de Mos.

Het nieuwste boek van Charlef Brantz wordt uitgegeven door Uitgeverij Aspekt uit Soesterberg. Meer informatie hierover is te lezen op https://uitgeverijaspekt.nl/

ADO PensionADO-dag gaat niet door

De ADO PensionADO-dag gaat dit jaar niet door. Het evenement was gepland voor vrijdag 5 juni. Door de beperkingen, die de overheid heeft opgelegd voor het indammen van het coronavirus, moest de organisatie besluiten de ADO PensionADO-dag 2020 te annuleren.

Alle voorbereidingen voor de ADO PensionADO-dag 2020 waren in volle gang. De uitnodigingen en het programma waren gereed en een aantal gastspelers voor het Golftoernooi was al uitgenodigd. Ook het middagprogramma voor de niet-golfers was nagenoeg ingevuld.

Onzekerheden

Echter, het coronatijdperk en de maatregelen die daarvoor zijn genomen maken het onmogelijk het prachtige evenement, waarop ADO’ers elkaar ontmoeten, te kunnen organiseren. Alle onzekerheden die er zijn en die nog wel enige tijd zullen blijven hebben er op dit moment toe geleid dit besluit te moeten nemen.

Volgend jaar

Het organisatiecomité, bestaande uit Karel Bouwens, Tom Clavan, Ton van Es, Frans Leermakers, Rik Musch, Cees Tempelaar en Hans Verhagen, betreurt het besluit, maar is ervan overtuigd een juiste en goed afgewogen beslissing te hebben genomen. Alle mooie ideeën en plannen moeten dan ook worden uitgesteld tot volgend jaar. De gezondheid van de ADO PensionADO’s en haar gasten gaan boven alles.

PensionADO-dag 2019 weer groot succes

De beslissing van de organisatie om vanaf 2018 op de jaarlijkse PensionADO-dag een Open Toernooi voor oud-profvoetballers te organiseren bleek een schot in de roos. Ook dit jaar was het PensionADO’s Golf Masters Invitatie Toernooi een succes met veel bekende oud-profvoetballers uit heel Nederland. Een succes mede dankzij de ondersteuning van de Sir Winston Leisure Group van Harry Ballemaker.

Voor de niet-golfers had de organisatie een mooi middagprogramma opgezet. Een Pub Quiz met vragen over ADO en over Den Haag. De belangstelling voor de Pub Quiz was groot en de uitvoering geslaagd, mede door de enthousiaste en goede presentatie.

Alvorens hiermee te starten was er natuurlijk de gezamenlijke en traditioneel door Allie Simonis verzorgde, broodjeslunch. Een mooi gezelschap van zo’n honderd oud-voetballers, golfers en niet-golfers, was het resultaat. Dit alles in de geweldige entourage van Golfclub Ockenburgh.

Nadat de activiteiten waren voltooid konden oud-ADO leden en hun gasten onder het genot van een drankje en bijzonder mooie weersomstandigheden, goede en mooie ervaringen uitwisselen. Sluitstuk van de dag was het Walking Dinner waarmee Brasserie Golf Ockenburgh opnieuw heeft bijgedragen aan de kwaliteit van de PensionADO-dag.

In het Golf Masters Invitatie Toernooi werd voor de tweede keer gestreden om de fraaie Wisseltrofee. De naam van winnaar Frans van der Heide kon op het kunstwerk worden gegraveerd.

De trotse winnaars van de Pub Quiz waren Ronald v.d. Boogaard, Peter van Leeuwarden, Gerard Slager en Rene Sorel.

Steeds duidelijker wordt dat het organiseren van de PensionADO-dag alleen mogelijk is met de steun van onze sponsoren. Ook dit jaar vonden wij een gewillig oor bij een groeiend aantal begunstigers. Aanvullende donaties van het Fonds “De Reservebal” maken het mogelijk de PensionADO-dag te blijven uitvoeren op een niveau zoals wij dat als Rood-Groenen gewend zijn.

PensionADO’s hebben het zelf in de hand “De Reservebal” op wedstrijdspanning te houden. Een bedrag van 10 euro of een veelvoud daarvan is zeer welkom en kan worden overgemaakt op bankrekening NL45ABNA0511890575 t.n.v. Tom Clavan onder vermelding van “De Reservebal”.

Om een completer beeld te krijgen van dagprogramma, sponsors en gasten verwijzen we naar de onderaan dit artikel geplaatste flyer. Voor de deelnemers aan de PensionADO-dag 2019 een herinnering, voor degenen die dit jaar verhinderd waren een stimulans de agenda voor 2020 open te houden.

Wie nog even wil nagenieten, maar ook degenen die ditmaal niet aanwezig konden zijn kunnen alles HIER nog eens terugzien op de fotoreportages van Aad van der Knaap en Huib Blokland.

Tot volgend jaar!

Tom Clavan, Mario van der Ende, Ton van Es, Wim de Korte, Rik Musch, Loek van Noord, Gerard Slager, Harry Suiker, Hans Verhagen en Hans Wijnants.

Jaarlijkse Reünie Rood-Groene ADO-ers toch blijvertje

Toen zo’n jaar of tien geleden een paar rasechte rood-groene ADO’ers elkaar bij (geholpen) toeval in De Haagsche Beek ontmoetten werd het al snel erg gezellig. Terugkijken op de geweldige tijd die ze stuk voor stuk in het Zuiderpark hadden meegemaakt leidde tot de wilde gedachte eens een echte reünie te organiseren.

Maar, het waren tenslotte ADO‘ers, het moest dan wel iets bijzonders worden. Het was “de mannen van het eerste uur” wel duidelijk dat alleen een strakke organisatie, zoals vroeger bij de club gebruikelijk, een fundament zou kunnen leggen onder in de toekomst te organiseren bijeenkomsten. De “5 van de Haagse Beek” ( Jan van Asselt, Mario van der Ende, Harry Suiker, Gerard Slager en Chris Willemsen) kozen onmiddellijk voor een werving van reünisten op invitatiebasis.

Afgesproken werd dat elk een longlist zou opstellen met namen van oud-clubgenoten die men wel weer eens wilde ontmoeten. Samenvoegen en filteren van de naamlijsten moest leiden tot een naamlijst (met mailadressen en telefoonnummers) waarin elk van de initiatiefnemers zich zou kunnen vinden. De naam “PensionADO’s” lag voor de hand.

Ondertussen werd in de Haagse wandelgangen de interesse gepeild. Slechts zelden werd met typisch Haags cynisme gereageerd. Om een inmiddels lang verhaal kort te maken: op 30 januari 2010 werd het een feest van herkenning in De Haagsche Beek van vader en zoon Jan van Asselt. Mede dankzij ijlings geworven sponsors kon het een geweldige avond worden. Het Gastenboek, waarin elk van de reünisten zijn emoties de vrije loop kon laten, legt voor eeuwig getuigenis vast van het unieke rood-groene gevoel. Beter zou het niet kunnen worden en daarom moest het maar bij deze ene happening blijven.

Dat standpunt bleek niet lang houdbaar. De golf-vrienden Tom Clavan, Mario van der Ende, Wim de Korte en Loek van Noord bedachten op de golfbaan dat het best leuk zou kunnen zijn een golftoernooitje voor oud-ADO’ers te organiseren. Het idee werd voorgelegd aan “De 5.” Jan van Asselt en Chris Willemsen moesten wegens drukke werkzaamheden afhaken, hun plaatsen werden ingenomen door de golfers. De eerste Pension ADO -dag met als thema Golf werd gehouden in 2012. Vanaf dat jaar blijft Golf, de sport die door zeer veel oud-voetballers wordt beoefend, de PensionADO-kar trekken.

Programma

Het middagprogramma voor de niet-golfers van de jaarlijkse reünie wisselt. In de afgelopen jaren maakten we o.a. een bustocht langs Haagse voetbalhistorische plaatsen, er was een bridgecursus, we bezichtigden de nieuwe Zuiderpark Campus of er werden onschatbare herinneringen opgehaald. De afsluitende borrel en het walking dinner maken de PensionADO-dag compleet. Wie eens rood-groen heeft gedragen vindt bij de PensionADO’s de perfecte entourage.

Tom Clavan, Mario van der Ende, Ton van Es, Wim de Korte, Rik Musch, Loek van Noord, Gerard Slager, Harry Suiker, Hans Verhagen en Hans Wijnants, die sinds enkele jaren het uitvoerend comité vormen, hanteren het oorspronkelijke selectie criterium.

Daarom blijft de PensionADO-dag uitsluitend toegankelijk voor genodigden.

PensionADO-dag 2019

De PensionADO-dag in 2019 vindt plaats op vrijdag 14 juni a.s. op de Golfclub Ockenburgh.

Om 10.00 uur start het golftoernooi en na de lunch wordt dit in de middag voortgezet. In de middag wordt voor de niet-golfers de PensionADO PubQuiz georganiseerd. De dag wordt afgesloten met een borrel en een walking dinner.

De uitvoering van de PensionADO-dag is in handen van het uitvoerend comité en hanteren het oorspronkelijke selectie criterium.

Daarom blijft de PensionADO-dag uitsluitend toegankelijk voor genodigden.

Commissie PensionADO‘s

Sinds 2012 organiseert deze commissie de jaarlijkse PensionADO-dag.

Het uitvoerend comité bestaat uit Tom Clavan, Mario van der Ende, Ton van Es, Wim de Korte, Rik Musch, Loek van Noord, Gerard Slager, Harry Suiker, Hans Verhagen en Hans Wijnants.

Welcome Back!

Login to your account below

Create New Account!

Fill the forms bellow to register

Retrieve your password

Please enter your username or email address to reset your password.