PensionADO’s

Oud-speler Fred Goemans (63) overleden

Verrast, totaal onverwacht, bereikte ons het droevige bericht, dat 10 juli oud-speler van FC Den Haag en ADO (amateurs) Fred Goemans is overleden. Hij bereikte de leeftijd slechts 63 jaar.

Fred Goemans was een talent uit de eigen gelederen van ADO. En talent had hij! Misschien wel geërfd van vader Aad, die ook aardig met een bal overweg kon. En in zijn opa had Fred een trouwe supporter langs de lijn met diens eeuwige metgezel, een gevaarlijk uitziende rottweiler, maar die volgens opa ‘geen vlieg kwaad doet, als je je maar normaal gedraagt’.

In jaren zeventig ontwikkelde Fred Goemans  zijn aanwezige talenten zeer snel en werd ook een vaste verschijning in de nationale jeugdselecties. Doorbreken op het hoogste niveau en daar duurzaam een plek veroveren gebeurde echter maar mondjesmaat. Fred was een leuke speler om te zien met zijn korte passeerbewegingen en snelle demarrages. Hij was een echte vleugelflitser, een speler van wie je bij lukkende acties enthousiast werd, maar bij falen hem voor hetzelfde geld kwalificeerde als een dolende draaitol.

Tijdens het seizoen 1976-1977 maakte Fred Goemans zijn opwachting in het eerste elftal van FC Den Haag. Daarna volgden twee seizoenen, waarin hij het merendeel deel van de wedstrijden speelde. In zijn vierde en laatste seizoen als prof (1979-1980) kwam hij slechts eenmaal in actie. In totaal speelde Fred Goemans 61 wedstrijden voor FC Den Haag (51 competitiewedstrijden, 3 bekerduels en zeven ontmoetingen voor de Intertotocompetitie). Daarbij scoorde hij zevenmaal. Eenmaal speelde hij voor Jong Oranje. Dat was op 14 november 1978 in Rostock tegen de DDR, dat met 2-0 won. In dit team speelden ook de van FC Den Haag afkomstige Hans Galjé en Romeo Zondervan. Andere spelers van Jong Oranje waren onder anderen Stanley Brard, Michel Valke, Jan Peters, Dwight Lodeweges en op de bank naast bondscoach Ron Groenewoud zaten onder anderen Keje Molenaar en John Metgod.

Er is een prachtige anekdote uit de tijd, dat hij zich pas had aangediend als speler van het eerste elftal. Die viel ongeveer samen met de entree van Romeo Zondervan op het hoogste (FC Den Haag-)niveau. Pim Arons, net voorzitter van de club, wilde de spelers na een uitwedstrijd tegen Go Ahead Eagles in het voorbijgaan complimenteren. Echter, hij slaagde er niet in de juiste namen bij de juiste spelers te plaatsen. Zo kon het gebeuren, dat hij tegen Fred Goemans opgewekt zei: ‘Goed gespeeld, Romeo!’ De blond gekuifde speler reageerde zoals een Hagenees dat alleen maar kan: ‘Ben Romeo niet. En ûh, hep nie meegedâhn. Had nâhmûlûk pèn an mûh dèh.’ Dit gezegd hebbende liep een melkchocolade bruine speler met Afrokapsel voorbij… Romeo Zondervan! Arons werd door gnuivende journalisten erop geattendeerd en beende hevig verward weg.

Over chocolade gesproken. In de zomer van 1980 speelde FC Den Haag voor de intertotocompetitie een wedstrijd bij Sparta Praag. In de nacht na de wedstrijd ging een aantal spelers door het hotel op jacht in alle kamers. Ook die van verzorger Orlando Rodrigues. Chris Treling doorzocht het nachtkastje van Orlando, pikte een grote tablet chocolade daaruit en verdeelde het onder de met hem meegekomen spelers onder wie Ton Wickel. Deze opende het raam van de kamer, terwijl hij op het stuk chocolade knabbelde. Hij zag twee etages lager Fred Goemans uit het raam hangen. ‘Fredje’, riep Wickel. Terwijl Fred omhoog keek liet Wickel uit een mondhoek de tot een soort cacao gemalen chocolade uit zijn mondhoek glijden. Die sliert kwam exact in het oog van Fred Goemans terecht, die het slijmerige goedje wrijvend wilde verwijderen. En dat ging niet zonder moeite constateerden Treling, Wickel en consorten luid schaterend van de lach in de nacht… De volgende ochtend ging de pret nog even door. ‘Goede morgen, Fred’, zei trainer Hans Kraaij. ‘Wat heb je een rood oog? Niet goed geslapen?’ Treling, Wickel en consorten barstten opnieuw in lachen uit.

Slepend blessureleed – vooral dij- en andere beenspieren – voorkwam, dat Fred Goemans bracht wat hij in potentie bezat. Hij ging uiteindelijk terug naar ADO, dat in de begin jaren tachtig driftig aan de weg timmerde in het zondagamateurvoetbal.

Gedurende de voorbereiding onderscheidde Fred zich bij een duurloop in de duinen onder leiding van trainer Melby Raboen. Die zomerse avond maakte hij heel erg duidelijk over welke indrukwekkend puike conditie hij beschikte. Bij de start van de duurloop was er een geluid te horen, dat van een stoomlocomotief leek te zijn. Afkomstig van Fred Goemans, die lucht aan het tanken was. En na het fluitje van Raboen was Fred de supersonisch snelste starter. Een grote stofwolk van zand achterlatend. Je zag hem pas weer bij de finish. Terwijl iedereen daar hijgend, puffend en volledig uitgewoond arriveerde hing conditiebeul Fred Goemans relaxt hangend tegen een hekje en begroette ieder sarcastisch: ’Wâh blèvûh jullie nâh?’

Echt lang duurde Freds loopbaan door al het blessureleed ook in het amateurvoetbal niet. Uiteindelijk ging hij zich toeleggen op zijn maatschappelijke loopbaan (bedrijf in systeemplafonds) en op de biljartsport. In die sport bleek hij ook gedreven. Een sport, die hij overbracht op zijn zoon Roel, die zich ontpopte tot een bekwame driebander.

Het is niet te bevatten, dat de tijdens zijn voetballoopbaan conditioneel ijzersterke Fred, maar 63 jaar mocht worden. Dank Fred, voor alle leuke wedstrijden die je speelde voor FC Den Haag en ADO. Momenten die wij niet zullen vergeten. Ons medeleven gaat uit naar zijn nabestaanden, die wij alle sterkte toewensen bij het verwerken van het verdriet over het grote verlies.

De uitvaartplechtigheid vond plaats op maandag 19 juli 2021 in de grote aula van het crematorium Ockenburgh. Vanwege de coronabeperkingen konden belangstellenden alleen op uitnodiging deze bijwonen.

GOUD VAN OUD  HENRI AARDSE

 


Op 9 oktober 1940 werd Henri Jan Aardse geboren in het  Haagse Valkenboskwartier. De familie bestond uit vader, moeder , 3 meisjes en Henri. De lagere school bracht hij door in de van Boylestraat. (Hier werd na de renovatie van de school de  CityKids opgericht, een instelling voor medische kindzorg tot 12 jaar).

Op 8-jarige leeftijd werd Henri door zijn oom Bob Stam (oud-internationaal en speler van VUC) gevraagd, of hij niet bij een vereniging wilde voetballen. Dit wilde hij dolgraag en begon hiermee zijn loopbaan bij Cromvliet.

Op 10-jarige leeftijd werd hij door Hans Verbeek gevraagd, of hij geen interesse had om bij ADO te komen voetballen. Henri wilde dit graag en maakte de overstap naar het Zuiderpark. Dit ging echter niet zomaar, want hij moest eerst een proeve van balvaardigheid afleggen onder het bezielend oog van trainer Franz Fuchs.  Hiervoor slaagde Henri met vlag en wimpel en werd in 1950 ADO lid.

 

Foto van ADO-jeugd uit de jaren vijftig.

Staand v.l.n.r. Theo Verlangen, Henk Arends, Wim Biere, Hans Gouka, Hanny Aardse, Alex Hoff, leider Aad van Zon. Zittend v.l.n.r . Jan de Boer, Rudie Sackman, Charles Vonhoff, Jacques Smit en Fred Eckhardt.

In de jeugd werd Henri al gauw door Hans Wijnants Han genoemd en de naam Hanny werd al snel door iedereen overgenomen. Men kende hem dus alleen als Hanny en men stond dan ook gek te kijken, dat hij in 2010 bij hernieuwde kennismaking na 40 jaar afwezigheid bij ADO Henri, zijn echte voornaam, gebruikte.

Vanaf de junioren 4e klas tot en met de A 1 junioren was Hanny meestentijds aanvoerder en als voorhoedespeler werd hij door Jan van Beek omgeschoold tot linkshalf. Het waren zeer sterke jeugdelftallen waarin hij speelde met spelers als o.a. Jacques Smit, Theo Verlangen, Peter Hoet, Martin van Vianen, Fred Eckhardt en Jaap Advocaat, die jaar in jaar uit kampioen werden. Het hoeft geen betoog, dat ADO geen slecht figuur sloeg op de jaarlijkse toernooien bij Feyenoord, Ajax, Blauw Wit en PSV.  Ook in buitenlandse toernooien kwam ADO altijd in aanmerking voor prijzen.

In deze periode richtten Gerard Slager, Hans Wijnants en Hanny het eerste juniorenbestuur op.

Toon Martens (midden) was voorzitter van ADO. Later werd hij voorzitter van de club en directeur van het KNVB Sportcentrum in Zeist. Helemaal rechts op de foto Theo Timmermans. Op de achtergrond “de vliegende keep”, Henri’s eerste kunstwerkje.

Als 14-jarige speelde Hanny in het seizoen 1955-1956 in drie verschillende jeugdelftallen nl. 2 A en met dispensatie voor 1 A en A1 (16-jarigen). Met alle drie de elftallen werd hij kampioen.

Na de lagere school ging Hanny naar de middelbare handelsdagschool, waar hij ADO’er en vriend, alsmede de oprichter van ons fonds De Reservebal  Dick Spijkerman ook tegen kwam en met wie hij nog steeds goede contacten onderhoudt.  In het laatste jaar van de handelsdagschool ging Hanny naar de Haagsche Kunst Academie voor beeldende kunsten. Dit was een  avondacademie, waar hij de studierichting reclametekenen en decoratie volgde. Ook kreeg hij hier schilderles. Hanny  liep twee jaar stage en deed ook decoratie- en etalagewerkzaamheden. Hij tekende ook enige tijd voor De Sportgids vooral karikaturen van bekende voetballers.

Op 17-jarige leeftijd tekende Hanny  zijn eerste contract bij ADO. De bedragen waren toen iets anders dan tegenwoordig. Hij  verdiende 60 gulden per week voor de trainingen, 120 gulden bij winst, 80 gulden voor een gelijkspel en 40 gulden bij verlies. Op deze leeftijd speelde hij zijn eerste wedstrijd voor ADO 1. Hij kan het zich nog zeer goed herinneren. Het was  de wedstijd tegen Elinkwijk. Trainer was Rinus Loof. Bij Elinkwijk liepen bekende namen zoals Reinier Kreijermaat (later Feyenoord), keeper Piet Kraak en Humphrey Mijnals . Wat nog steeds fris in zijn geheugen staat is, dat hij voor de rust tot tweemaal toe in zijn edele delen werd geknepen. Hij was hierover zeer verontwaardigd en vertelde dit in de rust tegen Guus Haak. Deze zei hem, dat hij zich daarom niet druk hoefde te maken en dat hij dat wel zou oplossen. De dader bleek in de tweede helft zeer ongelukkig te zijn gevallen, zodat verder spelen niet meer mogelijk was.

Op een avond ging Hanny met een vriend naar een dansavond en hij zag daar een leuk meisje staan. Henri maakte hem daarop attent, waarop zijn vriend naar deze jongedame stapte (en na een dansje met haar)  wees  op de ADO-voetballer. Heel ad rem vertelde zij die vriend, dat ze geen voetballer  moest met kromme benen. Echter, de vlinders kwamen later toch versterkt bij Joke naar boven. Joke en Hanny kregen verkering en trouwden in 1963. Uit dit huwelijk werden twee zonen geboren.

De diensttijd bracht Henri door op Ypenburg. Hij had de commandant op zijn hand. Hij mocht thuis slapen en als er appèl was, werd hij door diezelfde commandant gewaarschuwd. Na de diensttijd begon hij voor zichzelf als decorateur/etaleur  en kon in de middag de ADO-trainingen volgen. Na twee jaar werd hij vertegenwoordiger van Colgate Palmolive. Daar Hans Wijnants, Theo Verlangen en Alex Hoff ook in de salesvertegenwoordiging zaten, werd er al snel afgesproken om in een café aan de Regentesselaan voortaan te gaan lunchen.

2e elftal1958-1959

Staand v.l.n.r.: leider Joop van den Bogert, Hanny Aardse, Theo Dusbaba, Theo Verlangen, Jacques Smit, Arie Bakker, Koos Endlich, grensrechter Daan Blok . Zittend v.l.n.r.: Ger Hup, Harry Vreken, Wienus Schook, Wim Waasdorp en Lex Rijnvis. Trainer was David Westhoven.

Als ADO 1-speler bleef hij erg betrokken  bij de jeugd en sloeg weinig zaterdagen over om de  jeugdwedstrijden te volgen. Er werd dan ook steevast een  beroep op hem gedaan om als scheidsrechter of als leider op te treden, wat hij altijd met veel plezier deed. Toen hij in het eerste speelde, kwam hij bekende voetballers als tegenstander tegen, aan wie hij een aantal jaren eerder nog handtekeningen had gevraagd zoals Abe Lenstra, Cor van der Hart en Faas Wilkes.

ADO in het seizoen 1961-1962

Staand v.l.n.r.: trainer Rinus Loof, Wim Waasdorp, Gerrie Hup, Hennie den Engelse, Carol Schuurman, Cock Clavan, Mick Clavan en Lex Rijnvis. Zittend v.l.n.r.: Hanny Aardse, Hans van der Hoek, Piet Oostrum, Guus Haak, Jan Villerius en Jan Verhoek.

 

In 1962 nam Ernst Happel  als trainer het stokje over van Rinus Loof.  Op de foto de ADO-selectie uit 1962-1963. Staand v.l.n.r.: Ernst Happel, Hans van der Hoek, Jan Verhoek, Harry Heijnen, Carol Schuurman, Donald Feldmann, Maarten Trommel, Mick Clavan, Henny den Engelse, Piet Oostrum. Zittend v.l.n.r.: Martin van Vianen, Jan Villerius, Piet de Zoete, Theo Kleindijk, Cock Clavan, Guus Haak, Theo Verlangen en Hanny Aardse. 

In 1963 werd afscheid genomen van de gevestigde namen zoals Carol Schuurman, Hennie den Engelse, Mick Clavan, Cock Clavan en Guus Haak, om met een verjongd elftal het seizoen 1963-1964 in te gaan. Carol Schuurman en  Hennie den Engelse gingen naar DHC, waar ook  Rinus Loof trainer werd, Mick Clavan ging naar Holland Sport, Cock Clavan naar Haarlem en Guus Haak werd naar Feyenoord getransfereerd. Ernst Happel ging komende jaren aan een jong en enthousiast elftal bouwen.

Staand v.l.n.r.: Ernst Happel, Jan Villerius, Martin van Vianen, Aad Mansveld, Theo van der Burch, Jacques Smit, Joop Jochems , Freek van der Lee, Ton Thie en Hanny Aardse. Zittend v.l.n.r.: Harry Heijnen, Piet van Miert, Lambert Maassen, Piet de Zoete, Kees Aarts.

Tijdens zijn voetbalcarrière vergat Hanny zeker zijn maatschappelijke carrière niet en volgde allerlei cursussen, omdat hij al gauw in de gaten had , dat alleen voetbal een wankele basis was. Het seizoen 1965-1966 bracht voor Hanny niet wat het wezen moest. Hij werd geplaagd door veel blessures. Het elftal draaide op dat moment zeer goed (werd derde in de eindrangschikking) en hij had de pech, dat er een sterke concurrentie was en terug moest komen in een winnend elftal, dat vrijwel zonder blessures de competitie afwerkte.

ADO in seizoen 1965-1966: van boven naar beneden: Martin van Vianen, Jan Villerius, Ton Thie, Freek van der Lee, Hanny Aardse, Aad Mansveld, Theo van der Burch, Joop Jochems, Jacques Smit, Piet de Zoete, Lambert Maassen, Harry Heijnen, Piet van Miert, Ernst Happel en Kees Aarts.

Hanny speelde met ADO vier bekerfinales en wel in 1959, 1963, 1964 en 1966.  Helaas werd er geen een van gewonnen. In totaal speelde hij 185 wedstrijden, waarvan 122 competitiewedstrijden (2x gescoord) , 17 bekerwedstrijden, 1 Europese wedstrijd, en 45 oefenwedstijden (1x gescoord), in Zweden, Zwitserland, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Engeland en België.

Aan het einde van het seizoen 1965-1966 vertrok Hanny naar Holland Sport, dat 35.000 gulden voor hem betaalde als vergoeding.  Hier kwam hij een hoop bekenden tegen uit zijn ADO-periode. De selectie bestond o.a. uit voormalige ADO’ers als Woody Louwerens, Martin van Vianen, Koos van Dullemen, Theo Kleindijk, Theo Verlangen, Martin Kloor, Henny den Engelse, Mick Clavan, Jaap van den Berg , Fred Prosman, Jaap Advocaat en Maarten Trommel.  Trainer was Cor van der Hart.

Door problemen met zowel trainer Cor van der Hart als met voorzitter Luc Kroesemeijer  stopte hij na een half jaar bij Holland Sport. Hij wilde wel graag bij de amateurs gaan voetballen, maar daar stak de KNVB een stokje voor. Er was namelijk een bepaling, dat als iemand als prof abrupt stopte bij een betaalde vereniging hij twee jaar lang niet aan amateurwedstijden mocht deelnemen.

Hij verhuisde naar Krimpen aan den IJssel en na twee jaar , toen zijn “straf” er op zat, ging hij voetballen bij de veteranen van Excelsior, waar hij oude bekenden tegen kwam uit Sparta en Feyenoord, tegen wie hij gevoetbald had.  Gerard Cox was nog enige tijd leider van dit elftal en hij speelde o.a. met huisvriend Wim Visser (waar hij ook in Holland Sport mee voetbalde), Thijs Libregts, Arie Vermeer (oud-international) , Arie den Hartog (keeper van Sparta), Henk Schouten en onze  ADO golfmasters kampioen van 2019 Frans van der Heide. Hij stopte hiermee in 1983.

Op 27-jarige leeftijd kreeg hij een aanbieding om hoofdvertegenwoordiger van GABA (Golden Apotheek Basel) te worden. Deze firma had in Nederland een eigen vestiging en ook de vertegenwoordiging van Hoffmann La Roche, een grote farmaceut,  Elmex was de medicinale tandpasta en ook de Wybertjes kwamen hier vandaan. In de loop van 12 jaar klom Henry op van hoofdvertegenwoordiger tot sales marketing directeur. Tijdens de thuisreis op Oudejaarsavond/Nieuwjaarsdag verongelukten de algemeen directeur en zijn vrouw in een vaart. Henri werd daarna door het Zwitserse bestuur gevraagd om algemeen directeur te worden. Daar hij zijn creativiteit niet meer kon ontplooien in deze kantoorfunctie geen plezier meer had in het algemeen directeurschap stopte hij hiermee na drie jaar. In die tijd had hij een chalet in Zwitserland, dus skiën was in de winter zijn favoriete hobby.

Na een periode van anderhalf jaar als directeur van een farmagroothandel te hebben gefunctioneerd startte hij op 48-jarige leeftijd  een eigen onderneming als business consultant en deed voornamelijk zaken met de voormalige Oostbloklanden. Het sporten vergat hij niet en was regelmatig te vinden op de tennis- en golfbaan. Om zo goed mogelijk te presteren was hij aan beide sporten een kapitaaltje kwijt aan lessen. Ook was hij in die periode sponsor in de sportwereld.

In 1994 op zakenreis in Polen reed een straalbezopen Pool uit Krakau hem frontaal aan en bezorgde hem een dwarslaesie. Normaal  gesproken zou je bij de pakken neer gaan zitten, maar Henri nam de revalidatie net zo fanatiek op als toen hij zijn sporten beoefende. Hij ging er van uit, dat je niet aan beperkingen, maar aan nieuwe mogelijkheden moet werken en niet zoals veel patiënten in de slachtofferrol  moet kruipen. Dit heeft dusdanig tot resultaat geleid, dat hij zelfstandig kon gaan staan en met stevig vasthouden en uiteraard met hulp de loopband op. Dit had niemand verwacht. Mede door de enorme inzet van  o.a. zijn vrouw Joke kwam Henri voldoende in beweging. Henri handbiket iedere dag, het liefst zo hard mogelijk, (zie foto boven) ongeveer 30 kilometer op de fietspaden in  zijn woonplaats Almere. Tevens bezoekt hij twee keer per week een fysiotherapeut bij de sportschool.

Terugkijkend op zijn voetballoopbaan zegt hij, dat het spelen in de jeugdelftallen bij ADO veruit zijn allermooiste tijd was, door het enorme plezier dat hij toen  in het voetballen had en met het toenmalige fijne clubgevoel bij ADO. Dit heeft hij nooit meer teruggevonden in het betaalde voetbal. Hij volgt het voetbal op afstand en vindt een samenvatting meer dan genoeg. Een hele wedstrijd vindt hij moeilijk op te brengen. Ook wil hij nog opmerken, dat er met alle respect voor Aad Mansveld, in Henri’s tijd bij ADO, sinds het betaalde voetbal, voetbaltechnisch gesproken twee andere ADO-voetballers iconen waren te weten Mick Clavan en Theo Timmermans. Ook vond hij het geweldig om met zeer goede voetballers als Carol Schuurman en Guus Haak te hebben gevoetbald. Wat hij ook onbegrijpelijk vindt, is dat het publiek in sommige spelers grote culthelden zien en dat zij op handen worden gedragen. Het huidige voetbal vindt hij veel atletischer dan vroeger, maar voetbaltechnisch is het er helaas niet beter op geworden. Ze kleunen er volop in en jagen de bal te pas en te onpas de tribune in. Fair play is ver te zoeken en men is niet in staat een mooie pass over 10 of 20 meter naar hetzelfde shirtje te spelen. Met helaas ook voor ADO Den Haag dit jaar degradatie tot gevolg.

Zijn dagelijkse bezigheden zijn nu handbiken, kunstschilderen en fitness. Als linkshandige had hij een dubbele handicap, omdat zijn linkerhand door het ongeluk was misvormd en zich moest aanleren, om rechts te leren schilderen.  Hierboven zien we een schilderij, dat de toenmalige commissie van de PensionADO’s mocht ontvangen in 2012. Dit gebruiken we nog steeds op onze mailpost. Ook werd de eerste prijs gedurende vijf jaar voor de winnaar van het golftoernooi door hem geschilderd. Hieronder zijn nog drie schilderijen, die hij voor 3 van zijn sportende 4 kleinkinderen heeft geschilderd in coronatijd. Tot slot zegt Henri, dat met de onontbeerlijke steun van Joke en een klein team van heel bevlogen dagelijkse zorgverleners hij zich een goudhaantje voelt, wiens enige beperking is, dat hij niet kan lopen. DIT IS EIGENLIJK ALLES.

ADO-PENSIONADO’S GOUD VAN OUD: ARIE BAKKER

Op 29 januari 1938 werd het gezin van Arie (sr.) en Sien (Clasina) Bakker verblijd met een tweeling. Met een dochter, Lida en een zoon Arie (jr.). De tweeling groeide op in de Leeghwaterstraat en na vier jaar diende ook zoon Nelis zich aan. De lagere schooltijd bracht Arie door in de Draaistraat, waar hij met zijn mede schoolgenoten vaak voetbalde en altijd het doel verkoos boven het veldvoetbal.

Op 11-jarige leeftijd mocht Arie bij ADO een proefwedstrijd spelen. Zelf zegt hij hierover, dat een door hem gestopte penalty de doorslag had gegeven om lid van ADO te mogen worden. Na de lagere school ging hij naar de ambachtsschool op het Veluweplein. Welke Hagenaar kent die school niet? Duizenden mensen liepen bij een thuiswedstrijd van ADO via de Hoefkade langs het Veluweplein om via de beelden naar het stadion te gaan.

Daar Arie in het bedrijf, dat door opa Bakker opgericht was in 1902 en in 1915 verhuisde naar de Waldorpstraat, graag zijn maatschappelijke carrière wilde beginnen, was de ambachtsschool natuurlijk een logische keuze. Helaas bestond er geen vak steenhouwen en daarom besloot Arie om dat van schilder te kiezen.

Bij ADO doorliep Arie de pupillen, aspiranten en de junioren. In de junioren was Ben Tap zijn trainer en speelde hij o.a. met Fred Eckhardt, Jan Mey, Adri de Lugt, Harry Suiker, Peter Wilbers en Pinus Woltman. Leider was Joop van den Bogert.

Nadat Arie met goed gevolg de ambachtsschool had verlaten, ging hij werken bij zijn opa en vader in de steenhouwerij, waar hij het vak ging leren.

Op 17-jarige leeftijd kreeg hij dansles bij dansschool Munts in de Delftselaan. Hij liet niet alleen zijn voeten spreken, maar gooide ook al zijn charmes in de strijd om Leny te veroveren. Dat dit lukte blijkt wel uit het feit, dat ze op 6 juni 1963 trouwden.

Na een paar jaar in de steenhouwerij gewerkt te hebben werd Arie opgeroepen voor de militaire dienst. Hij volbracht zijn diensttijd in Ede bij de verbindingen in de Elias Beekmankazerne. Na deze tijd ging hij weer in de steenhouwerij werken en keepte inmiddels in het derde. Dit ging hem zo goed af, dat Herman Choufoer hem in 1960 een semiprofcontract aanbod, wat Arie gretig accepteerde.

Arie keepte 2 jaar als semiprof in het tweede en maakte Ernst Happel en Rinus Loof als trainers mee. Over Ernst Happel zegt hij: ”Als trainer was hij geweldig, maar als mens vond ik hem onsympathiek’’.

Arie’s profcollega’s in de goal waren Piet Oostrum en Martin van Vianen. Tijdens deze periode keepte hij tweemaal in het eerste en wel uit tegen Willem II (27 november 1960, uitslag 4-0) en thuis tegen Ajax (16 april 1961). Bij Ajax speelden o.a. de gebroeders Cees en Henk Groot en Sjaak Swart mee. Deze wedstrijd werd met 1-3 verloren.

Ook speelde Arie in het honkbalteam met o.a. Fred van Gulik en gaf hij samen met Piet de Zoete training aan het ADO-jeugdelftal met o.a. Leo de Caluwé, Aad de Mos en Dick Advocaat. Arie kan zich nog goed herinneren, dat Dick Advocaat naar hem toekwam in het kamertje waar Ward Nijhuis zijn domein had en vroeg: “Trainer, word ik ooit een goede voetballer?” Waarop Arie zei: ”Als je heel goed je best blijft doen, dan kom je er wel”.

Na twee jaar semiprof te zijn geweest bleef Arie ADO trouw en ging hij in het 3e elftal bij de amateurs keepen en zich verder richten op zijn maatschappelijke carrière in de steenhouwerij. Ook bij de amateurs behaalde hij successen. Naarmate de leeftijd vorderde ging hij naar het vierde en werd ook daar kampioen. Een foto van dat elftal is te zien bij het vorige ‘Goud van Oud’-interview met Jan Koning.

In de zomer van 1973 vertrok Max de Jong, keeper van het 3e elftal, bij ADO en er werd een beroep gedaan op de toen 35-jarige Arie. Zonder probleem stelde hij zich beschikbaar. In deze periode trainde hij ook het aankomend keeperstalent, de 18-jarige Hans Suiker. Afwisselend stonden ze in het 3e in de goal en het werd een succesjaar. ADO 3 werd kampioen van de reserve 1e klasse en moest voor het algeheel kampioenschap van Nederland voetballen in Zeist. Arie geeft zelf toe dat Hans hem qua keepen eigenlijk voorbij was gestreefd, maar Hans zei dat ze dit samen hadden bereikt en dat daarom in Zeist om en om gekeept moest worden. En dan ………. de finale.
Ook hierin speelden Arie en Hans allebei één helft. ADO 3 werd kampioen van Nederland!

Wat is dat nou ? Het behalen van het kampioenschap van Nederland en dan aankondigen dat je er mee stopt? Arie had zich voorgenomen dat het na Zeist op 36-jarige leeftijd genoeg was geweest. Niemand wilde dit geloven, maar Arie hield voet bij stuk. Ook had hij niet zo veel zin meer in de trainingen. Voor de laatste maal legde hij zijn voetbalspullen klaar op de bank voor zijn afscheidswedstrijd. Altijd tot in de puntjes verzorgd en uiteraard mocht de pet niet ontbreken.

Na incidenteel nog een wedstrijd in de veteranen gekeept te hebben, was het genoeg geweest. Hoewel Leny totaal niets gaf om voetbal en ook geen wedstijd ooit heeft gezien, gaan er ook complimenten naar haar uit omdat Arie te allen tijden voor zijn hobby kon kiezen.

Inmiddels had hij de steenhouwerij samen met zijn broer Nelis van zijn vader overgenomen, waar hij nog vaak van zijn werk werd gehouden omdat er veel aanloop van ADO’ers waren die langs kwamen voor een “bakkie”. Daar had Arie helemaal geen bezwaar tegen. Arie ging ook Europa door met name naar Portugal, Italië en België om steengroeves te bezichtigen en om marmer en andere steensoorten uit te zoeken en te kopen. Tevens kocht hij antiek marmer, waar broer Nelis op maat platen van maakte voor kastjes of tafels. Dat zij zeer bekwaam waren in hun vak bleek wel uit het feit, dat zij eervolle opdrachten kregen. Zoals werkzaamheden in het Vredespaleis, aan het bordes van Huis ten Bosch en aan de fontein op het Binnenhof.

Als alternatief voor het voetbal was Arie veel te zien langs de Aa bij Zoetermeer, waar hij regelmatig een hengeltje uitgooide. Ook ging hij zich steeds meer verdiepen in de schilderkunst van vooral de Haagse School en bezocht hij musea. Dat zijn kennis over de schilderijen van de Haagse School zo groot is, blijkt wel uit het feit, dat hij veel kunsthandels van adviezen voorziet onder wie Mark Smit uit Ommen.
In 1995 drong de gemeente Den Haag aan op een serieus vertrek van de steenhouwerij vanwege nieuwbouw en de Haagse Hogeschool. Verplaatsen van het bedrijf werd wel overwogen, maar gezien hun leeftijd vonden Nelis en Arie dit geen goed plan en lieten zich uitkopen.

Op de vraag, of Arie het voetbal nog volgt, beaamt hij dit volledig, alleen gaat hij niet meer de wedstrijden live bekijken. Voor hem was er maar één stadion en dat was het Zuiderpark. Of hij nog idolen had tijdens zijn semiprofcarrière vindt hij idolen iets te overschat maar vond vooral Jan Villerius en Harry Vreeken bijzonder sympathieke mensen en voor wat het voetbal betreft was Mick Clavan toch wel de grootste.
Wat Arie het meest gemist heeft na zijn actieve voetbalperiode is het ADO-gevoel. Het gevoel, het contact met de jongens, met wie je gevoetbald hebt. Hij mijmert over de mooie herinneringen aan het ADO, dat helaas niet meer bestaat. Daarom is Arie dolblij met de jaarlijkse PensionADO-dag, waar hij al zijn oude makkers weer ziet. Hij vindt het daarom vreselijk, dat het dit jaar niet door is gegaan vanwege corona.

ADO-reünie in 2010 v.l.n.r: Frank Hoogendorp, Wim van Laar, Omer Kouer, Bert Kouer, Hans Verhagen, Chris Willemsen en Wim Fial. Zittend v.l.n.r: Hans Suiker, Arie Bakker en Philip Tienhoven.

GOUD VAN OUD: JAN KONING

Het duurde vier jaar, voordat Jan Koning de stap naar ADO waagde. Op zijn 15e speelde hij al in het eerste elftal van Cromvliet, de club van zijn familie. ADO trok aan hem, maar zijn familie wilde niets van een overstap weten. Op zijn 19e nam Jan Koning zelf de stap naar het Zuiderpark te gaan. Om er vervolgens zijn voetballeven lang nooit meer weg te gaan.

Jan werd geboren op 16 september 1936 in de Jan ten Brinkstraat en  verhuisde na een paar maanden naar de Isingstraat, waar hij 25 jaar heeft gewoond. In het Laakkwartier bracht hij zijn hele jeugd door. In de Linnaeusstraat bezocht hij de lagere school, waarna hij in de Capadosestraat naar de middelbare school ging. Op zijn 10e jaar werd Jan lid van Cromvliet, waar heel zijn familie ook voetbalde. Daar hij stijf links was, begon hij als linksbuiten. Op zijn 15e jaar werd  hij in het eerste opgesteld, wat niet onopgemerkt bleef, want ADO trok al snel aan hem. Daar er veel protesten vanuit zijn familie (echte Cromvlietmensen) kwamen bleef hij Cromvliet trouw.

Op 19-jarige leeftijd trok hij toch de stoute schoenen aan en ging naar Nico de Doelder, (voorzitter van ADO) om te vragen of hij mocht mee trainen. Deze zei, dat hij de volgende dag maar moest komen. Toen werd Jan door trainer en oud-speler David Westhoven onder handen genomen. Deze zag duidelijk potentie in hem en hij mocht bij ADO blijven. Na een paar weken deed hij mee met het tweede en zijn eerste wedstijd staat nog vers in zijn geheugen. Feijenoord 2 uit. Hij keek zijn ogen uit en zag spelers van Feijenoord, die normaal in het eerste stonden. Hij begreep er niets van en vroeg dit aan Adri de Lugt, (ook een oud Cromvlietman en laatste man van ADO 2) hoe dit zat. Adri vertelde hem, dat als spelers geblesseerd waren geweest zij via het tweede weer minuten konden maken. Ook de uitslag weet hij nog precies: 4-1 verlies. Wat hem ook nog heel goed voor de geest staat, is de uitwedstrijd naar MVV. Vanuit de Isingstraat fietsen naar de beelden in het Zuiderpark om daar om 07.00 te verzamelen. Daarna op de fiets naar  het station,  met de trein naar Maastricht, om ’s avonds weer laat thuis te komen.

In het derde

Na zijn militaire dienstperiode, die hij vervulde bij de marine, ging Jan werken bij Esso.

Manager Eddy Hartmann zei hem, dat hij met het tweede kon blijven meetrainen, maar dat deze training wel om 15.30 uur begon. Dit accepteerde Esso niet en Jan koos voor zijn maatschappelijke carrière. Hij werd wel gevraagd door Holland Sport, waar de training pas om 18.30 uur begon. Volgens Eddy Hartman moest Jan dan eerst 2 jaar naar een amateurvereniging gaan om vervolgens naar een betaalde vereniging over te stappen.

Jan hakte de knoop door en besloot in het derde van ADO te gaan voetballen.

David Westhoven was trainer van het derde, waar oud eerste elftalspelers in liepen, zoals Jacques Smit, Wim Waasdorp, George van Rosmalen, Jan van Beek en Wim Timmermans. Henk de Mos, de vader van… Aad, was leider. Hij beleefde meerdere kampioenschappen met toch wel als hoogtepunt, dat de Harry de Hartogbeker 3 maal werd gewonnen. In 1962 trouwde Jan met Ria Ros. Uit dit huwelijk werd een zoon en een dochter geboren. Na verloop van jaren werd dit derde het vierde elftal, waar Jan als trainer Piet van Oostrum en Frans van der Nolk van Gogh meemaakte. Ook met dit vierde elftal is hij meerdere keren kampioen geworden. Van linksbuiten ging Jan naar het middenveld.

Veteranen

Naar mate de leeftijd vorderde kwam Jan in het 7e terecht, het veteranenelftal, waar hij laatste man werd. Het elftal bestond o.a. uit : Rob Westhoven, Jan Mey, Hans Wijnants, Ward Swart, Wim Waasdorp, Hans Veugelers, Ger Hählen, Peter van Leeuwarden, Jacques Smit, Jan van Asselt en George van Rosmalen. Leider was Theo Timmermans. Daar Theo een gedeelte van zijn voetbalcarrière  (4 jaar) als prof  door had gebracht in Frankrijk bij Olympique Nîmes  werd hij daar nog steeds op handen gedragen. Hij had in Arles, in de omgeving van Nice nog een huis en nodigde het veteranenelftal met de dames uit om naar Arles te komen. Door zijn goede connecties aldaar had hij een hotel geregeld en het elftal werd ontvangen door de burgemeester.

Op 42-jarige leeftijd stopte Jan met voetbal, maar bleef wel betrokken bij ADO want zijn zoon speelde in de C1 en B1. Deze moest helaas op jonge leeftijd stoppen door knieklachten. Tevens verrichtte Jan nog de functies van lid van de jeugdcommissie en was hij voorzitter van de financiële commissie.

Zaalvoetbal

Door Wim Waasdorp werd Jan overgehaald om te gaan zaalvoetballen in de Oude Haagse Glorie, waar Jacques Smit, Wim Waasdorp, Peter van Leeuwarden, Ger Hählen,

John Mansveld en Rob Westhoven zijn teamgenoten waren. Op een gegeven moment zaten er nog maar 3 spelers in de kleedkamer. De rest was geblesseerd. Dit was voor Jan een teken om op 60-jarige leeftijd zijn voetbalschoenen aan de bekende wilgen te hangen.

Pensioen

Toen Jan met pensioen ging en met voetbal stopte, viel hij zeker niet in het bekende zwarte gat. Hij had nu ook meer tijd voor zijn andere hobby’s. Uiteraard blijft hij het voetbal op de voet volgen en brengt meerdere uurtjes door om zowel het buitenlands als binnenlands voetbal op de tv te bekijken. Behalve genieten van zijn 6 kleinkinderen heeft hij als verdere hobby’s tennis, tuinieren en vissen. Het vissen is hem eigenlijk aangeleerd door Arie Bakker. Met het veteranenelftal gingen ze een keer vissen, maar binnen 5 minuten zaten zijn teamgenoten in de kroeg en Jan en Arie waren de enigen, die bleven vissen. Arie heeft Jan de fijne kneepjes bijgebracht en ze hebben samen nog jarenlang aan de waterkant doorgebracht.

Jan heeft geweldig veel plezier aan zijn ADO-periode beleefd en mijmert nog over het gouden binnentrio Theo Timmermans-Carol Schuurman-Mick Clavan, waar hij enorm van heeft genoten.

Ook kijkt Jan altijd met veel genoegen uit naar de jaarlijkse PensionADOdag, die helaas dit jaar niet door ging in verband met corona, waar hij zijn oude voetbalmaten weer ziet.

Oud-speler Harry Vreken (85) overleden

Oud-speler Harry Vreken van ADO is overleden. Hij werd 85 jaar. Al op zijn zestiende maakte hij zijn debuut voor het eerste elftal. De toenmalige trainer Ben tap achtte de tijd daarvoor, maar Harry’s vader moest daarvoor wel toestemming geven. Dat gebeurde ook, want pa Vreken was maar wat trots, dat zijn jongste zoon in ADO 1 zou gaan spelen. Tot en met 1962 zou Harry Vreken in 113 competitiewedstrijden, zeven bekerduels en 31 vriendschappelijke ontmoetingen in het hoogste elftal van de club acteren. In een periode van ruim tien jaar speelde hij dus in totaal 151 keer in ADO 1. In de Eredivisie kwam hij tot 34 optredens en scoorde daarin negenmaal.

Harry Vreken kwam uit een zeer sportminnende familie. Hij werd geboren en groeide op in de Van Ostadestraat, waar zijn vader een bakkerij had. Harry was de jongste van de drie zoons, die het gezin Vreken telde. Gerry was de oudste en maakte deel uit van het ADO dat in 1942 en 1943 landskampioen werd. Deze was ook omstreden, omdat hij niet te werk gesteld wilde worden in Duitsland, maar koos voor een aan de Duitse bezetter gelieerde organisatie. Hierdoor kon hij zich blijven wijden aan zijn voetballoopbaan bij ADO. Toch werd hem dit kwalijk genomen en moest de club na de oorlog verlaten. Hij werd prof in Frankrijk. Harry, die twaalf jaar jonger was, maakte deel uit van het ADO uit de jaren vijftig. Hij maakte de overgang mee van het amateurvoetbal naar het betaalde voetbal. Hij kwam ook uit voor het elftal van ADO, dat op 28 november 1954 zijn eerste wedstrijd als (semi)profclub speelde. Thuis in het Zuiderpark tegen EDO, dat met 1-2 won.

Een hoogtepunt in de loopbaan van Harry Vreken was het kampioenschap, dat ADO in het seizoen 1956-1957 behaalde in de Eerste divisie A en daardoor voor het eerst promoveerde naar de Eredivisie. Dat seizoen speelde hij zeven wedstrijden mee en scoorde daarin eenmaal. Dat ene doelpunt deed er wel toe, want daarmee droeg hij concreet bij aan de zege van 3-1, die ADO in het Zuiderpark boekte in de ‘big match’ tegen directe rivaal Alkmaar. Deze overwinning bracht ADO definitief op kampioenskoers en richting Eredivisie. Op 5 mei 1957 ging de kampioensvlag in top na de thuiszege van 3-0 op De Graafschap.

Snelheid, hard schieten en een scherpe demarrage waren de sterkste wapens van Harry Vreken, die vrijwel altijd fungeerde als rechtsbuiten. In ADO’s kampioensjaar maakte hij deel uit van de vijfmansvoorhoede met Theo Timmermans (rechtsbinnen), Carol Schuurman (midvoor), Mick Clavan (linksbinnen) en Lex Rijnvis (linksbuiten). Harry Vreken toonde zich in rechtstreekse duels met tegenstanders enigszins voorzichtig. De gereserveerde indruk, die hij maakte, zal ongetwijfeld gekomen zijn door het feit, dat hij tweemaal zijn been brak. De eerste keer was dat op school, de tweede keer op het voetbalveld. Het aantal wedstrijden, dat hij speelde, was ongetwijfeld veel hoger geweest, als zijn blessuregevoeligheid hem niet diverse keren parten zou hebben gespeeld.

Na de invoering van het betaalde voetbal is Harry Vreken altijd semiprof gebleven. Hij werkte bij de Rijkscentrale Mechanische Administratie, dat later het Rijkscomputercentrum werd. Voor geen prijs wilde hij zijn baan daar opgeven. Toen ADO vanaf 1962 vaker overdag ging trainen, betekende dat min of meer het einde van zijn voetballoopbaan. Toen zijn werkgever in het kader van het door de overheid doorgevoerde beleid van spreiding van overheidsdiensten naar andere regio’s verhuisde Harry Vreken in 1970 mee naar Apeldoorn. Zijn gezin ervoer het vertrek uit het oude, vertrouwde Den Haag aanvankelijk als een dieptepunt. Het duurde even, voordat het in de Gelderse stad was gewend. Harry kwam toch regelmatig naar Den Haag, als er een reünie van ADO of een dag van de PensionADO’s werd gehouden, hoewel de laatste jaren de ouderdom steeds meer toesloeg en zijn mobiliteit aantastte.

ADO Den Haag is Harry dankbaar voor alles wat hij heeft gedaan en betekend. Ons medeleven gaat uit naar zijn nabestaanden.

PensionADO Charlef (Karel) Brantz schrijft tweede boek over Srebrenica

Karel Brantz (72), lid van de ADO PensionADO’s, brengt omstreeks 10 juli een boek uit met de titel ‘Srebrenica: de Schuldigen’. Het gaat hoofdzakelijk over zijn ervaringen binnen Defensie in het decennium na terugkeer uit Bosnië en sluit aan op zijn eerste boek dat zich concentreerde op de tijd die hij doorbracht als commandant van een internationale UN-troepenmacht in het noorden van Bosnie tijdens de burgeroorlog in Joegoslavië in de jaren negentig. Het boek is een analytisch verslag van de in Karels ogen falende cultuur binnen de Nederlandse overheid en politieke elites. Ontwikkelingen die volgens hem nu nog steeds niet zijn verbeterd.

In 2015 bracht Karel Brantz ook al een boek uit met de titel ‘De Srebrenica Dagboeken’. Dit boek was gebaseerd op dagboeknotities, die hij gedurende twee jaar bijhield in de periode van voorbereiding en uitzending van drie rotaties van Dutchbat. Kolonel bd Charlef Brantz, zoals hij nu heet, liet zich in zijn eerste boek kennen als een kritisch schrijver. Daarmee waren overheid en militaire leiders niet even gelukkig.

De Haagse voetbalwereld kent de schrijver als Karel Brantz, die in de jaren zestig furore maakte als speler van het toenmalige betaalde jeugdelftal van ADO, waar onder anderen Aad Mos, Dick Advocaat en Harry Vos zijn teamgenoten waren. Brantz tekende in 1966 zijn eerste contract, waarmee hij toen de jongste prof was. Twee jaar later bood ADO hem contractverlenging aan. Brantz was zo teleurgesteld over het financiële voorstel, dat hij het contract verscheurde, zijn profloopbaan beëindigde en zich vervolgens ging toeleggen op de ontwikkeling van zijn loopbaan als beroepsmilitair. Hij ging studeren aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Daar voetbalde hij enige tijd bij Baronie en speelde nog enige jaren zaalvoetbal.

Karel Brantz geflankeerd door Lex Schoenmaker en Aad de Mos.

Het nieuwste boek van Charlef Brantz wordt uitgegeven door Uitgeverij Aspekt uit Soesterberg. Meer informatie hierover is te lezen op https://uitgeverijaspekt.nl/

ADO PensionADO-dag gaat niet door

De ADO PensionADO-dag gaat dit jaar niet door. Het evenement was gepland voor vrijdag 5 juni. Door de beperkingen, die de overheid heeft opgelegd voor het indammen van het coronavirus, moest de organisatie besluiten de ADO PensionADO-dag 2020 te annuleren.

Alle voorbereidingen voor de ADO PensionADO-dag 2020 waren in volle gang. De uitnodigingen en het programma waren gereed en een aantal gastspelers voor het Golftoernooi was al uitgenodigd. Ook het middagprogramma voor de niet-golfers was nagenoeg ingevuld.

Onzekerheden

Echter, het coronatijdperk en de maatregelen die daarvoor zijn genomen maken het onmogelijk het prachtige evenement, waarop ADO’ers elkaar ontmoeten, te kunnen organiseren. Alle onzekerheden die er zijn en die nog wel enige tijd zullen blijven hebben er op dit moment toe geleid dit besluit te moeten nemen.

Volgend jaar

Het organisatiecomité, bestaande uit Karel Bouwens, Tom Clavan, Ton van Es, Frans Leermakers, Rik Musch, Cees Tempelaar en Hans Verhagen, betreurt het besluit, maar is ervan overtuigd een juiste en goed afgewogen beslissing te hebben genomen. Alle mooie ideeën en plannen moeten dan ook worden uitgesteld tot volgend jaar. De gezondheid van de ADO PensionADO’s en haar gasten gaan boven alles.

PensionADO-dag 2019 weer groot succes

De beslissing van de organisatie om vanaf 2018 op de jaarlijkse PensionADO-dag een Open Toernooi voor oud-profvoetballers te organiseren bleek een schot in de roos. Ook dit jaar was het PensionADO’s Golf Masters Invitatie Toernooi een succes met veel bekende oud-profvoetballers uit heel Nederland. Een succes mede dankzij de ondersteuning van de Sir Winston Leisure Group van Harry Ballemaker.

Voor de niet-golfers had de organisatie een mooi middagprogramma opgezet. Een Pub Quiz met vragen over ADO en over Den Haag. De belangstelling voor de Pub Quiz was groot en de uitvoering geslaagd, mede door de enthousiaste en goede presentatie.

Alvorens hiermee te starten was er natuurlijk de gezamenlijke en traditioneel door Allie Simonis verzorgde, broodjeslunch. Een mooi gezelschap van zo’n honderd oud-voetballers, golfers en niet-golfers, was het resultaat. Dit alles in de geweldige entourage van Golfclub Ockenburgh.

Nadat de activiteiten waren voltooid konden oud-ADO leden en hun gasten onder het genot van een drankje en bijzonder mooie weersomstandigheden, goede en mooie ervaringen uitwisselen. Sluitstuk van de dag was het Walking Dinner waarmee Brasserie Golf Ockenburgh opnieuw heeft bijgedragen aan de kwaliteit van de PensionADO-dag.

In het Golf Masters Invitatie Toernooi werd voor de tweede keer gestreden om de fraaie Wisseltrofee. De naam van winnaar Frans van der Heide kon op het kunstwerk worden gegraveerd.

De trotse winnaars van de Pub Quiz waren Ronald v.d. Boogaard, Peter van Leeuwarden, Gerard Slager en Rene Sorel.

Steeds duidelijker wordt dat het organiseren van de PensionADO-dag alleen mogelijk is met de steun van onze sponsoren. Ook dit jaar vonden wij een gewillig oor bij een groeiend aantal begunstigers. Aanvullende donaties van het Fonds “De Reservebal” maken het mogelijk de PensionADO-dag te blijven uitvoeren op een niveau zoals wij dat als Rood-Groenen gewend zijn.

PensionADO’s hebben het zelf in de hand “De Reservebal” op wedstrijdspanning te houden. Een bedrag van 10 euro of een veelvoud daarvan is zeer welkom en kan worden overgemaakt op bankrekening NL45ABNA0511890575 t.n.v. Tom Clavan onder vermelding van “De Reservebal”.

Om een completer beeld te krijgen van dagprogramma, sponsors en gasten verwijzen we naar de onderaan dit artikel geplaatste flyer. Voor de deelnemers aan de PensionADO-dag 2019 een herinnering, voor degenen die dit jaar verhinderd waren een stimulans de agenda voor 2020 open te houden.

Wie nog even wil nagenieten, maar ook degenen die ditmaal niet aanwezig konden zijn kunnen alles HIER nog eens terugzien op de fotoreportages van Aad van der Knaap en Huib Blokland.

Tot volgend jaar!

Tom Clavan, Mario van der Ende, Ton van Es, Wim de Korte, Rik Musch, Loek van Noord, Gerard Slager, Harry Suiker, Hans Verhagen en Hans Wijnants.

Jaarlijkse Reünie Rood-Groene ADO-ers toch blijvertje

Toen zo’n jaar of tien geleden een paar rasechte rood-groene ADO’ers elkaar bij (geholpen) toeval in De Haagsche Beek ontmoetten werd het al snel erg gezellig. Terugkijken op de geweldige tijd die ze stuk voor stuk in het Zuiderpark hadden meegemaakt leidde tot de wilde gedachte eens een echte reünie te organiseren.

Maar, het waren tenslotte ADO‘ers, het moest dan wel iets bijzonders worden. Het was “de mannen van het eerste uur” wel duidelijk dat alleen een strakke organisatie, zoals vroeger bij de club gebruikelijk, een fundament zou kunnen leggen onder in de toekomst te organiseren bijeenkomsten. De “5 van de Haagse Beek” ( Jan van Asselt, Mario van der Ende, Harry Suiker, Gerard Slager en Chris Willemsen) kozen onmiddellijk voor een werving van reünisten op invitatiebasis.

Afgesproken werd dat elk een longlist zou opstellen met namen van oud-clubgenoten die men wel weer eens wilde ontmoeten. Samenvoegen en filteren van de naamlijsten moest leiden tot een naamlijst (met mailadressen en telefoonnummers) waarin elk van de initiatiefnemers zich zou kunnen vinden. De naam “PensionADO’s” lag voor de hand.

Ondertussen werd in de Haagse wandelgangen de interesse gepeild. Slechts zelden werd met typisch Haags cynisme gereageerd. Om een inmiddels lang verhaal kort te maken: op 30 januari 2010 werd het een feest van herkenning in De Haagsche Beek van vader en zoon Jan van Asselt. Mede dankzij ijlings geworven sponsors kon het een geweldige avond worden. Het Gastenboek, waarin elk van de reünisten zijn emoties de vrije loop kon laten, legt voor eeuwig getuigenis vast van het unieke rood-groene gevoel. Beter zou het niet kunnen worden en daarom moest het maar bij deze ene happening blijven.

Dat standpunt bleek niet lang houdbaar. De golf-vrienden Tom Clavan, Mario van der Ende, Wim de Korte en Loek van Noord bedachten op de golfbaan dat het best leuk zou kunnen zijn een golftoernooitje voor oud-ADO’ers te organiseren. Het idee werd voorgelegd aan “De 5.” Jan van Asselt en Chris Willemsen moesten wegens drukke werkzaamheden afhaken, hun plaatsen werden ingenomen door de golfers. De eerste Pension ADO -dag met als thema Golf werd gehouden in 2012. Vanaf dat jaar blijft Golf, de sport die door zeer veel oud-voetballers wordt beoefend, de PensionADO-kar trekken.

Programma

Het middagprogramma voor de niet-golfers van de jaarlijkse reünie wisselt. In de afgelopen jaren maakten we o.a. een bustocht langs Haagse voetbalhistorische plaatsen, er was een bridgecursus, we bezichtigden de nieuwe Zuiderpark Campus of er werden onschatbare herinneringen opgehaald. De afsluitende borrel en het walking dinner maken de PensionADO-dag compleet. Wie eens rood-groen heeft gedragen vindt bij de PensionADO’s de perfecte entourage.

Tom Clavan, Mario van der Ende, Ton van Es, Wim de Korte, Rik Musch, Loek van Noord, Gerard Slager, Harry Suiker, Hans Verhagen en Hans Wijnants, die sinds enkele jaren het uitvoerend comité vormen, hanteren het oorspronkelijke selectie criterium.

Daarom blijft de PensionADO-dag uitsluitend toegankelijk voor genodigden.

PensionADO-dag 2019

De PensionADO-dag in 2019 vindt plaats op vrijdag 14 juni a.s. op de Golfclub Ockenburgh.

Om 10.00 uur start het golftoernooi en na de lunch wordt dit in de middag voortgezet. In de middag wordt voor de niet-golfers de PensionADO PubQuiz georganiseerd. De dag wordt afgesloten met een borrel en een walking dinner.

De uitvoering van de PensionADO-dag is in handen van het uitvoerend comité en hanteren het oorspronkelijke selectie criterium.

Daarom blijft de PensionADO-dag uitsluitend toegankelijk voor genodigden.

Commissie PensionADO‘s

Sinds 2012 organiseert deze commissie de jaarlijkse PensionADO-dag.

Het uitvoerend comité bestaat uit Tom Clavan, Mario van der Ende, Ton van Es, Wim de Korte, Rik Musch, Loek van Noord, Gerard Slager, Harry Suiker, Hans Verhagen en Hans Wijnants.

Welcome Back!

Login to your account below

Create New Account!

Fill the forms bellow to register

Retrieve your password

Please enter your username or email address to reset your password.